Brandveiligheid
2. Wetgevend kader (België)
2.1. Inleiding
Rekening houdend met de bestuurlijke structuur van België hangen de brandveiligheidsvoorschriften af van verschillende bestuursniveaus:
- het federale niveau
- het gewestelijke en gemeenschapsniveau
- het gemeentelijke niveau.
Ieder bestuursniveau is gemachtigd om brandveiligheidsvoorschriften vast te leggen binnen de grenzen van de toegekende bevoegdheden en opdrachten.
Bovendien moet België rekening houden met de richtlijnen en beschikkingen op EU-niveau. Hier zal dieper op worden ingegaan in een specifiek hoofdstuk.
2.2. Federale reglementering
Lang voor het ontstaan van het Belgische federale systeem, waarbij gemeenschappen en gewesten het licht zagen, werden de krachtlijnen van het Belgische prescriptieve systeem inzake brandveiligheid bepaald in de wet van 30 juli 1979.
In deze wet worden hoofdzakelijk de volgende punten vastgelegd:
- Basispreventienormen die een of meer categorieën van constructies gemeen hebben, ongeacht hun bestemming, zullen worden vastgelegd in een KB. Dit heeft geleid tot de uitwerking van de Basisnormen.
- Specifieke preventienormen die betrekking hebben op de constructies waarvan het gebruik samenhangt met aangelegenheden waarvoor de nationale overheid bevoegd is, worden vastgelegd in een KB.
- De gemeenteraad kan verordeningen uitvaardigen inzake de preventie van branden en ontploffingen.
N.B.: het gebruik van de term 'norm' komt niet overeen met de definitie van 'norm' die gewoonlijk wordt gebruikt in het kader van de Belgische, Europese of internationale normalisatie. De term moet worden begrepen als 'regel die verplicht moet worden gevolgd'.
Basisnormen
De voorschriften van de Basisnormen zijn oorspronkelijk vastgelegd in het besluit van 7 juli 1994. Met betrekking tot dit besluit zijn tal van wijzigings-KB's opgesteld waarvan het laatste dateert van 1 maart 2009 (betreffende industriegebouwen).
De FOD Binnenlandse Zaken heeft een officieus document opgesteld waarin de Basisnormen worden samengevat en waarin de wijzigingen zijn opgenomen die voortvloeien uit de opeenvolgende wijzigingsbesluiten.
Momenteel zijn de Basisnormen als volgt gestructureerd:

(*) van toepassing voor gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning niet vóór die dag is ingediend
Wat de toepassing van bijlage 2, 3 en 4 betreft, moet de hoogte van het gebouw worden bepaald conform de definitie in bijlage 1 (1.2.1):
"De hoogte 'h' van een gebouw is bij afspraak de afstand tussen het afgewerkte vloerpeil van de hoogste bouwlaag en het laagste peil van de door de brandweerwagens bruikbare wegen omheen het gebouw. Het dak met uitsluitend technische lokalen wordt bij deze hoogtemeting niet meegerekend."

Het is mogelijk om af te wijken van de voorschriften van de Basisnormen door een afwijkingsaanvraag in te dienen en op voorwaarde dat deze aanvraag positief wordt beoordeeld. Deze afwijkingsaanvraag moet worden ingediend volgens de voorschriften van het KB van 18/09/2008 (BS van 16/10/2008). Sinds 9 november 2011, dient de Minister de toegekende afwijkingen niet meer zelf te ondertekenen, dit wordt door een afgevaardigde ambtenaar gedaan, wat vermoedelijk voor een versnelling van de afwijkingsprocedure zal zorgen (zie ministerieel besluit van 9/11/2011).
Andere interessante documenten betreffende de procedure voor het indienen van een afwijkingsaanvraag:
- formulier (Word-formaat) in te vullen om een afwijkingsaanvraag in te dienen
- document met vaak gestelde vragen (FAQ's) over dit onderwerp.
- Veelvoorkomende fouten in het kader van afwijkingsaanvragen.
Overzicht van de voornaamste wijzigingen van de Basisnormen sinds 1994:
Datum van afkondiging/ Datum van publicatie in het Belgisch |
Van toepassing op stedenbouwkundige vergunningen ten vroegste ingediend op: |
Toepassingsgebied & belangrijke wijzigingen |
|---|---|---|
KB van 07/07/1994 BS van 26/04/1995 |
26/05/1995 |
Toepassingsgebied = |
01/01/1998 |
De bijlagen met de technische voorschriften worden integraal vervangen. |
|
05/05/2003 |
Structurele renovaties worden uit het toepassingsgebied van de Basisnormen gehaald. |
|
Ministeriële rondzendbrief van 15/04/2004 |
15/04/2004 |
In deze rondzendbrief worden typeoplossingen bepaald voor doorvoeringen in brandwerende wanden van leidingen (waarvoor geen classificatieverslag moet worden geleverd). |
27/06/2006 |
Dit besluit wijzigt de eisen inzake reactie bij brand (bijlage 5) voor isolatiematerialen die zichtbaar gebruikt worden. |
|
15/08/2009 |
Het toepassingsgebied van de Basisnormen wordt uitgebreid tot industriegebouwen. |
ARAB (artikel 52)
Het ARAB (Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming) bevat in artikel 52 specifieke eisen met betrekking tot de brandveiligheid.
Dit document is van toepassing op alle gebouwen waarin personen tewerkgesteld zijn in het kader van hun werk.
Het niveau van de eisen verschilt:
- op basis van een classificatie van de lokalen in drie groepen:
- lokalen van de eerste groep, met het hoogste brandrisico (opslag van grote hoeveelheden ontvlambare materialen en winkels voor de kleinhandel groter dan 2.000 m²)
- lokalen van de tweede groep, met een minder hoog brandrisico (opslag van minder grote hoeveelheden ontvlambare materialen)
- lokalen van de derde groep, met het minst hoge brandrisico.
- naargelang het gebouw op 1 juni 1972 al dan niet al bestond.
De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, die bevoegd is voor de toepassing van het ARAB, heeft toelichtingen met betrekking tot artikel 52 opgesteld.
Sinds 1975 zijn een aantal ministeriële besluiten tot afwijking van artikel 52 gepubliceerd. In deze besluiten worden uitzonderingen op bepaalde artikelen bepaald die in bijzondere gevallen van toepassing zijn.
KB 'Ziekenhuizen'
Reglementaire tekst |
Toepassingsgebied: |
Bijzonder(e) punt(en): |
KB 'Gesloten parkeergebouwen en lpg-voertuigen'
Reglementaire tekst |
Toepassingsgebied: |
Bijzonder(e) punt(en):
De eisen van dit KB hebben betrekking op actieve preventiemaatregelen (gasdetectie, installatie van alarm en ventilatie…) en eisen inzake de exploitatie van de parkeergebouwen (signalisatie…). Er zijn geen bijkomende eisen betreffende stabiliteit bij brand. |
KB 'Voetbalstadions'
Reglementaire tekst |
Toepassingsgebied: |
Bijzonder(e) punt(en): |
Dancings
Reglementaire tekst |
Toepassingsgebied: |
Bijzonder(e) punt(en): |
2.3. Vlaams Gewest
Toepassingsgebied |
Reglementaire tekst |
Toeristische logies |
Besluit v/d Vlaamse Regering van 11/09/2009 (BS van 10/12/2009) |
Voorzieningen voor kinderopvang |
Besluit v/d Vlaamse Regering van 19/09/2008 (BS van 21/11/2008) |
Rustoorden voor bejaarden |
Koninklijk Besluit van 12/03/1974 |
2.4. Waalse reglementering
Toepassingsgebied |
Reglementaire tekst |
Alle toeristische logiesverstrekkende inrichtingen in Wallonië
|
Besluit van de Waalse Regering van 09/12/2004 betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen |
Rusthuizen, serviceflats en opvangcentra voor bejaarden |
Besluit van de Waalse Regering van 15/10/2009 (BS van 12/11/2009) |
2.5. Gemeentelijke reglementering
Als gevolg van de wet van 30 juli 1979 kunnen gemeenteraden verordeningen met betrekking tot de brandpreventie uitvaardigen die vaak worden opgenomen in het Algemeen Politiereglement van de gemeente.
Bij werkzaamheden waarvoor een stedenbouwkundige vergunning moet worden verkregen, worden in het advies van de brandweer dat bij de bouwvergunning gaat de referenties opgenomen van de toepasselijke gemeentelijke verordening(en).
Om te anticiperen op de gevolgen van de voorschriften van die eventuele gemeentelijke verordeningen, is het aanbevolen om daarover informatie in te winnen bij de preventieofficier van de territoriaal bevoegde brandweer.
2.6. Europese reglementering
Vandaag is de Europese Unie niet bevoegd om het veiligheidsniveau vast te leggen waaraan gebouwen en bouwwerken moeten voldoen inzake brandveiligheid.
Op dit principe bestaat een uitzondering voor hotels, waarvoor de Europese Raad aanbevelingen heeft gedaan inzake het te halen veiligheidsniveau. Deze aanbevelingen omvatten met name eisen met betrekking tot de stabiliteit bij brand en compartimentering (AANBEVELINGEN VAN DE RAAD van 22 december 1986 betreffende de brandbeveiliging in bestaande hotels - 86/666/EEG).
Bouwproductenrichtlijn
Met het oog op de doelstelling van het vrij verkeer van goederen en diensten in de EU (Verdrag van Rome) is een Europese richtlijn betreffende voor de bouw bestemde producten gepubliceerd (89/106/EEG = 'Construction Product Directive' = CPD).
In deze richtlijn wordt vastgelegd dat voor de bouw bestemde producten moeten beantwoorden aan zes fundamentele voorschriften die elk aanleiding geven tot een basisdocument:
Lijst van de basisdocumenten:
- Basisdocument nr. 1: Mechanische sterkte en stabiliteit
- Basisdocument nr. 2: Brandveiligheid
- Basisdocument nr. 3: Hygiëne, gezondheid en milieu
- Basisdocument nr. 4: Gebruiksveiligheid
- Basisdocument nr. 5: Geluidshinder
- Basisdocument nr. 6: Energiebesparing en warmtebehoud
Deze fundamentele voorschriften liggen aan de basis van verschillende Europese systemen voor de indeling van bouwproducten, waaronder de indelingen betreffende brandwerendheid en reactie bij brand.
De EU-landen moeten op basis van een vastgelegd tijdschema hun nationale brandreglementering aanpassen zodat de op bouwproducten toepasselijke eisen worden uitgedrukt aan de hand van de Europese klassen. Dit maakt geharmoniseerde Europese testmethodes en productnormen noodzakelijk.
Het komt erop neer dat ieder land zelf het gewenste veiligheidsniveau voor een specifieke toepassing vastlegt, maar dat dit niveau overeenkomstig een Europese klasse moet worden uitgedrukt.
inhoud - hoofdstuk1 - hoofdstuk2 - hoofdstuk3 - hoofdstuk4 - hoofdstuk5 - hoofdstuk6 - referenties


















