Corus Architectendag 2008:
Voorgelakt staal voor esthetisch duurzame gebouwen
(5 juni 2008 ) Architecten toonden tijdens de Corus Architectendag 2008 grote belangstelling in de mogelijkheden van voorgelakt staal, Colorcoat®, om gebouwen te realiseren die in relatie staan met hun omgeving en daardoor een oplossing bieden voor de verrommeling. Aan het einde van de dag was duidelijk dat door middel van een effectieve ruimtelijke strategie, in combinatie met de kleur- en vormmogelijkheden van voorgelakt staal, duurzaam ingerichte bedrijfslocaties kunnen worden verkregen. De Corus Architectendag 2008 vond plaats op 29 mei in het Atomium te Brussel.

Gilbert van Hecke, voorzitter NAV
Volgens Gilbert van Hecke, voorzitter NAV, zijn veel oplossingen voor duurzaam bouwen voor de hand liggend. “Zaken als de inplanting en zonering van een gebouw op het kavel kunnen al van grote invloed zijn op de mate van duurzaamheid van het gebouw. Wanneer men een gebouw zo dicht mogelijk bij de straatkant van het kavel plaatst, ontstaat veel bruikbare ruimte aan de achterzijde van het kavel, die vervolgens op een duurzame wijze kan worden gebruikt. Ook een slimme oriëntatie van het gebouw ten opzichte van externe factoren zoals zon en wind kan bijdragen aan de duurzaamheid van het pand. Zo kunnen bijvoorbeeld woonruimtes met een grote verwarmingsbehoefte aan de zonnekant worden geplaatst.” Daarnaast pleitte Van Hecke voor gebruik van duurzame materialen en het gebruik van duurzame systemen voor verwarming, verlichting, ventilatie en isolatie.
Gezond verstand
Dergelijke duurzame systemen dienen echter altijd wel met gezond verstand te worden toegepast, aldus Van Hecke. “Het passieve gebouw – dat nauwelijks verwarming/koeling meer nodig heeft door zijn specifieke ontwerp – is in opkomst. Hoewel dit een zeer goede ontwikkeling is, zijn de meerkosten voor dergelijke bouw nog zeer hoog. Daarom moet altijd worden bezien of een dergelijk innovatieve oplossing de ideale oplossing is wat betreft prijs, kwaliteit en terugverdientijd. In bepaalde gevallen is een optimale traditionele isolering al ruim voldoende om een duurzaam energieverbruik te realiseren. Daarom is een kosten/baten-analyse tijdens het voorontwerp en ontwerptraject nuttig en belangrijk.”
Voor welke oplossing ook wordt gekozen; een goede uitvoering is altijd belangrijk, benadrukte Van Hecke. “Basisregels voor een duurzame woning zijn een goed totaalconcept, een goede detaillering en dat samen met een goede uitvoering.”
Relevant thema
Jo Berben van A20 gaf aan dat het traditionele bedrijventerrein een voorbijgestreefd model is. “Door de grondschaarste zijn duurzaam ingerichte bedrijfslocaties een relevant thema geworden”, aldus Berben, die tijdens de Corus Architectendag 2008 pleitte voor een nieuwe blik op bedrijventerreinen. “We moeten anders nadenken over de invulling van de beschikbare ruimte. Waar we vroeger werkten volgens een postzegelmodel – waarbij iedereen op zijn eigen stukje grond een eigen idee uitwerkte –, moeten we nu naar een model voor bedrijventerreinen waarin gemeenschappelijke oplossingen centraal staan. Wat te denken van gemeenschappelijke regenwaterverwerking, parkeergelegenheid en faciliteiten voor zonnecollectoren? Daar is nog veel winst te behalen. Belangrijk is wel dat ondernemers nauwer gaan samenwerken, waarbij de overheid een duidelijke coördinerende functie moet hebben.”
Creatief omgaan met beschikbare ruimte
De ontwikkeling van duurzame bedrijfslocaties vraagt om creatief omgaan met functionele en economische randvoorwaarden in de ontwerpfase, legde Berben uit. “Daar zijn verschillende oplossingen voor. Allereerst kunnen oude bedrijfssites worden herontwikkeld. Vanwege lagere productiekosten verhuizen veel industrieën naar overzee, waardoor lege ruimte overblijft. Deze ruimte is bij uitstek geschikt voor de ontwikkeling van nieuwe duurzame bedrijventerreinen.
Op een lager niveau bezien, is herbestemming of herontwikkeling van oude industriegebouwen ook een voor de hand liggende keuze. Veel van deze gebouwen kunnen worden herbouwd tot duurzame bedrijfspanden die aan alle hedendaagse eisen voldoen. Een creatieve benadering kan hier leiden tot veel mogelijkheden.”
Ten slotte liet Berben zien dat de ontsluiting van zogenaamde ‘niet-plekken’ een mogelijkheid is om duurzaam om te gaan met beschikbare ruimte. “Door de explosieve groei van infrastructurele voorzieningen ontstaan veel ruimten die als restgebieden worden beschouwd. Hierbij valt te denken aan ruimten bij op- of afritten langs snelwegen, onder bruggen of stroken land langs kanalen. Deze restgebieden zijn, mits ontsloten, zeer goed bruikbaar voor een bedrijfsfunctie.”

Pleun Dekker, Corus Colors
Kwaliteit
Tot slot zette Pleun Dekker van Corus Colors uiteen welke invloed kleur op een gebouw heeft. Dit naar aanleiding van een onderzoek naar de werking van kleur op grote oppervlakken dat Corus onlangs heeft afgerond. In dat onderzoek onderzocht Corus onder meer de invloed van kleur op de relatie die een gebouw met zijn omgeving heeft. Daarnaast ging Corus na welke kleuren het meest werden afgenomen in verschillende sectoren. De resultaten van het onderzoek gebruikt Corus voor het geven van advies over kleurtoepassing.
“De kwaliteit van een gebouw hangt voor de gebouweigenaar van andere factoren af dan voor de maatschappij (de omgeving waarin het gebouw zich bevindt)”, vertelde Dekker. “Voor de eigenaar zijn bijvoorbeeld levensduur en kleurbehoud van belang, terwijl duurzaamheid en de esthetische relatie met de omgeving voor de maatschappij maatstaaf zijn voor kwaliteit.” Aan de hand van een voorbeeld – sportcentrum Atalanta te Veldhoven – liet Dekker zien dat Colorcoat® voorgelakt staal van hoogwaardige kwaliteit is. “Zestien jaar na oplevering van het gebouw zijn alle kleuren nog volledig behouden gebleven. Belangrijk voor zowel de gebouweigenaar als voor de maatschappij.”
Kleurstrategieën
In zijn presentatie liet Dekker zien welke factoren identiteit geven aan een kleur. Op verschillende niveaus zijn drie elementen van belang: de kleurtoon, de zwartheid en de mate van verzadiging. De toon legt relaties met elementen binnen of buiten het gebouw. Komen er elementen uit de omgeving – bijvoorbeeld lucht, wolken, bomen - terug in de kleur, of valt de kleur juist weg in de omgeving? De witheid/zwartheid van een kleur maakt een gebouw groter of kleiner en simuleert schaduw of belichting. Witte gebouwen ogen breder en minder gedetailleerd, terwijl donkere gebouwen slanker en strakker over komen. Tenslotte bepaalt de mate van verzadiging van de kleur of een kleur opvallend is of juist niet. Kleuren met weinig verzadiging zijn meer ingetogen en gaan op in de omgeving – landschappelijke kleuren – en kleuren met een hoge mate van verzadiging zijn feller en trekken dus meer de aandacht. “Met het uitgebreide spectrum van beschikbare kleuren Colorcoat HPS200® en Colorcoat Prisma® hebben architecten beschikking over alle middelen om gebouwen te ontwerpen die op esthetisch duurzame wijze in hun omgeving passen”, besloot Dekker de Corus Architectendag 2008.
(Corus, IJmuiden 5 juni 2008)
