Aandachtspunten en aanbevelingen Lassen aan thermisch verzinkt staal: Nabehandeling en herstel van de zinklaag Na het lassen moet het lasoppervlak, evenals de aangrenzende zones waar de zinklaag is verdwenen, worden voorzien van een nieuwe corrosiewerende bescherming die minimaal gelijkwaardig is aan de oorspronkelijke zinklaag. Wanneer de constructie vereist dat na het verzinken nog laswerkzaamheden plaatsvinden, is het raadzaam dit vooraf met de opdrachtgever af te stemmen. In veel gevallen voldoet de herstelde zinklaag namelijk niet meer volledig aan de eisen van EN-ISO 1461. Voor het bijwerken van onverzinkte plekken biedt de EN-ISO 1461 vier mogelijkheden: • Een geschikte zinkhoudende verf met een zinkstofpigment. Deze wordt best met een langharige kwast aangebracht om voldoende laagdikte te garanderen; • Een geschikte zinkhoudende verf met een lamellair zinkpigment; • Een geschikt zinkpastaproduct of een zinklegeringsstaaf; • Thermisch zinkspuiten (zie ISO2063-22) binnen de praktische grenzen van dergelijke systemen. Het gebruik van zinkspray uit een spuitbus levert meestal een te dunne laag op en dient te worden vermeden. Samengevat: lassen aan thermisch verzinkt staal is goed uitvoerbaar, mits rekening wordt gehouden met de specifieke eigenschappen van het materiaal. Een zorgvuldige voorbereiding, afdoende ventilatie en correcte nabehandeling zijn cruciaal om zowel de kwaliteit van de las als de duurzaamheid van de corrosiebescherming te waarborgen. Bij het lassen van thermisch verzinkt staal is een zorgvuldige voorbereiding essentieel voor een kwalitatief en duurzaam resultaat. Het verdient de voorkeur om de zinklaag over een voldoende breedte aan weerszijden van de las te verwijderen, bij voorkeur door te stralen of te slijpen. In de praktijk wordt echter regelmatig rechtstreeks op het verzinkte oppervlak gelast, zonder voorafgaande verwijdering van de zinklaag. Tijdens het lasproces verdwijnt de zinklaag dan gedeeltelijk door de hoge temperatuur. In beide gevallen blijft nabehandeling noodzakelijk om de corrosiebescherming te herstellen. De hitte die vrijkomt bij het lassen zorgt ervoor dat de zinklaag aan beide zijden van de lasnaad smelt en deels verdampt. Dat heeft directe invloed op het lasproces. De zinkdampen veroorzaken niet alleen hinder in de vorm van grijze rook die het zicht belemmert, maar kunnen ook leiden tot porievorming, spetters en een ‘onrustig’ lasgedrag. Bovendien is zinkdamp bij inademing tijdelijk schadelijk en kan deze misselijkheid of metaaldampkoorts veroorzaken. Daarom is een goede afzuiging in de werkplaats absoluut noodzakelijk. Bij werkzaamheden op locatie – bijvoorbeeld in een hal of in de buitenlucht – moet gezorgd worden voor voldoende ventilatie. Idealiter wordt gewerkt met de wind in de rug, zodat de lasrook van de lasser af wordt geblazen. De hoeveelheid damp neemt toe naarmate de zinklaag dikker is en de lassnelheid hoger ligt. Ook kunnen zich bij direct lassen op verzinkt staal meer gasinsluitsels en spetters voordoen. Het verminderen van de lassnelheid kan helpen om deze effecten te beperken. Hoewel lassen op thermisch verzinkt staal dus extra aandacht vraagt, zijn met een aangepaste werkwijze vrijwel alle lasprocessen toepasbaar. De mechanische eigenschappen van de gelaste verbindingen zijn vergelijkbaar met die van verbindingen op onbehandeld staal, mits zorgvuldig wordt gewerkt. Toch blijft de aanbeveling om de zinklaag ter plaatse van de las te verwijderen waar mogelijk. Tekst & beeld: Zinkinfo Benelux MATERIALEN Meer info: www.zinkinfobenelux.com
RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MDY=