info-steel-83nl

3 InfoSteel #83 — 2025/10-11-12 COLUMN Daphne Deckers, CEO van Victor Buyck Steel Construction & Joost Merema, partner bij PRO6 managers vanuit een tijd waarin we onze projecten organiseerden langs de lijn van de transactie. Goede samenwerking vraagt echter meer van alle betrokkenen: openheid, communicatie en het vertrouwen dat iedereen het projectbelang vooropstelt. Een aanpak met een bouwteam biedt een stevig kader om complexiteit beter aan te kunnen. Maar let op: het maakt van een groot en ingewikkeld project nooit een risicoloze en eenvoudige opgave. Complexiteit van een opgave verdwijnt natuurlijk niet als sneeuw voor de zon door de enkele keuze van een bouwteam. Voor staalbouwers en -leveranciers biedt deze aanpak nieuwe mogelijkheden. Experts worden vanaf het eerste moment uitgenodigd om mee te denken. In de ontwerpfase kunnen alternatieven aangedragen worden vanuit techniek, maakbaarheid en logistiek. Deze aanpak voorkomt fouten, beperkt zo faalkosten en levert innovatieve en dus betere projecten op. Verstandig en spaarzaam omgaan met de beschikbare capaciteit Is dit dan dé beste aanpak voor àlle projecten. Wat ons betreft niet. Bij elk project moeten kosten en baten zorgvuldig worden afgewogen. Er is een belangrijk verschil tussen ‘early involvement and too early involvement’. Het draait erom de juiste partij op het juiste moment aan te laten sluiten. Bij complexe projecten met veel afstemming ligt dit moment eerder dan bij eenvoudige projecten waarvan de randvoorwaarden al grotendeels vastliggen. Bij deze laatste projecten zal daarom een traditionele manier van contracteren effectiever zijn. Het is namelijk essentieel om ook rekening te houden met de inzet van ons grootste kapitaal, de mens. De regie hierover ligt vooral bij de opdrachtgever, en het is cruciaal dat hij het belang hiervan inziet. Maakbedrijven bestaan om te bouwen. Elke inspanning van hun medewerkers is gericht op het realiseren van constructies en kunstwerken. Wanneer die inzet niet wordt omgezet in resultaat – bijvoorbeeld doordat tweefasencontracten voortijdig worden stopgezet – blijven partijen achter met een serieuze kater. Wij roepen opdrachtgevers (en specifiek overheden) op om daar vooraf goed met marktpartijen over te spreken, en zo te voorkomen dat waardevolle kennis, bouwcapaciteit en energie verloren gaan. Dit geldt overigens ook voor de aanbestedingsprocedure. Wanneer opdrachtgevers zoveel inzet vragen van soms vier of vijf partijen gedurende maandenlange procedures en er dan één partij wordt geselecteerd terwijl het werk van de anderen in de vuilbak verdwijnt, heeft dit directe gevolgen: verspilling van talent en capaciteit die in andere projecten moest geïnvesteerd worden. Samenwerken: de juiste contractvorm in functie van de randvoorwaarden van het project De keuze is niet meer óf we willen samenwerken, maar hoe vér we hierin willen en durven gaan, waarbij rekening gehouden wordt met de beschikbare middelen en het menselijk kapitaal. De uitdaging ligt in de praktijk, bij elk project en bij iedere deelnemer. Wij zijn positief over de mogelijkheden, zeker als die weloverwogen in functie van het project worden toegepast. Investeren in samenwerken is daarom geen trend van dit moment, maar de belangrijkste succesfactor voor innovatieve, sterke staalbouw in de toekomst. Ja, het vergt ook een beetje lef om oude gewoontes los te laten en de goede en minder goede ervaringen open met elkaar te delen. Wie samen verantwoordelijkheid neemt, bouwt aan vertrouwen én aan een sterker resultaat. Dat lijkt ons voor alle betrokkenen een mooie uitdaging! Dat samenwerking in de aanpak van projecten steeds meer centraal staat is inmiddels geen hype meer te noemen. Vanuit een breed gedragen beweging tussen praktijk en kennisinstellingen werkt men aan het realiseren van duurzame en rendabele projecten op basis van een gezamenlijke verantwoordelijkheid vanaf de start van de eerste ontwerpfase. Bouwteam- en tweefasencontracten brengen afspraken samen en zorgen voor gezamenlijke regie waarbij contract-, proces- en projectmanagement geïntegreerd zijn. De internationale verzamelnaam voor dergelijke modellen luidt ‘collaborative contracting’. Maar waar liggen de nuances? Moet je al bij de eerste penstreek een hele reeks partners betrekken? En hoe ga je om met het beheer van kosten en de inzet van schaarse mensen? Ook onder traditionele contracten is samenwerking vanzelfsprekend mogelijk. Daarin zit niet ‘het’ verschil. Wel is het zo dat het ontwerp, de uitvoering en de verantwoordelijkheden bij traditionele contracten wel strikter naast elkaar zijn gedefinieerd. Wat is dan het verschil? Ontwerp, risico’s en prijs worden grondiger en gezamenlijk besproken. Pas na een gezamenlijk besluit over de technische en financiële kaders start de uitvoering. En dus niet eerder. Deze aanpak legt de nadruk op het gezamenlijk en vroegtijdig oplossen van problemen – op een moment dat de impact nog beperkt is: zo vroeg mogelijk tijdens het ontwerpproces. Collaboratief contracteren biedt kansen Ook wereldwijd wint collaboratief contracteren snel terrein. FIDIC lanceert volgend jaar een nieuw model als aanvulling van hun huidige contracten. Het NEC4-model uit het Verenigd Koninkrijk werd al als basis gekozen voor de Oosterweelverbinding. Vakmedia en congressen tonen waardering voor deze aanpak: innovatie groeit, risico’s worden transparanter en oplossingen worden proactief gezocht. Tegelijk blijft het een leerproces, en dat is logisch: we komen Van contractuele transactie naar een toekomstgerichte relatie: klant en marktpartijen als bondgenoten

RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MDY=