17 InfoSteel #84 — 2026/1-2-3 ‘Boerentoren’-project van een andere grootteorde. Kruiskolom-afmetingen tot 800 mm hoogte met 2×DIN360 dwars en diagonale krachten van 488 kN/klem (rekenwaarde – hoek met de horizontale 37°) illustreren de noden, Figuur 3. In eerste instantie werd daarbij een verbinding ontworpen die gebruik maakte van Lindad-klembouten en klemprofielen HEB260 S355 met 4 M20 10.9 draadstangen/klem. Twee aannames werden daarbij gemaakt: dat het superpositie-principe van toepassing is bij de combinatie van klembouten met klemkaders en dat een klemkader ontworpen kan worden zoals een ‘gewone’ glijvaste voorspanboutverbinding. Omwille van de zeer beperkte ervaring met dit soort verbindingsoplossing werd beslist om de verbinding op ware schaal te testen alvorens ze veelvuldig (60 kaders) toe te passen in het hele project. Voor de testen werd evenwel een alternatief voorstel uitgewerkt met 8 M20 8.8 draadstangen/klem zonder de Lindadklembouten en de daarvoor noodzakelijke staalstrips. De capaciteit zou volgens het ontwerp daarbij moeten toenemen naar een maximale diagonale trekkracht van 694 kN/klem. Uit aanvullend windtunnelonderzoek van de toren bleek de diagonale kracht immers opgelopen te zijn tot 2×320 = 640 kN/klem. ONDERZOEK Een totale voorspankracht van 8×137 = 1096 kN werd hierbij voorzien in combinatie met een oppervlakteklasse B (wrijvingscoëfficiënt van 0,40, zie Tabel 1). Na het uitvoeren van twee testen werd de invloed van de afwerking nagegaan door bij de volgende testen de hergebruikte klemprofielen te borstelen, waardoor de wrijvings- of slipfactor daalt van 0,40 – klasse B naar 0,30 – klasse C (Tabel 1). Ten gevolge van deze aanpassing daalde de opneembare kracht naar 578 kN/klem. Experimentele campagne Testopstelling Ten behoeve van de testen werd de kolom schuin opgesteld (Figuur 4) zodat de trekkracht vanuit het windverband verticaal kon worden aangebracht als een druklast, gebruik makend van een hulpframe (olijfgroen) waarop met twee servo-hydraulische vijzels van telkens 800 kN kan worden gedrukt die via een oranje verdeelligger en trekkers de benodigde treklast overbrengen. Het hulpframe werd daarbij dubbel scharnierend afgeschoord op het testframe (capaciteit 1500 kN) om de stabiliteit en de richting van de trekkracht te garanderen. Slip werd gemeten tussen de flens van de schuin opgestelde kolom en de onder- of bovenflens van respectievelijk het bovenste of onderste klemprofiel. Tabel 1. Oppervlaktebehandeling, klasse en wrijvingscoëfficiënten voor verschillende oppervlakte behandelingen (EN 1090-2, 2018). Oppervlaktebehandeling Klasse Wrijvingscoëfficiënt μ Oppervlakken gestraald, waarbij losse roest is verwijderd, zonder putjes. A 0,50 Oppervlakken die zijn gestraald : a) behandelt met een product op basis van aluminium of zink; b) met alkali-zinksilicaatverf met een dikte van 50 μm tot 80 μm B 0,40 Oppervlakken gereinigd met staalborstel of vlamreiniging, waarbij losse roest is verwijderd C 0,30 Walsoppervlakte zonder nabehandeling D 0,20 Figuur 4. Schematische weergave van de testopstelling, tekening overgenomen van Booischotse metalen. STRIP15*140 S235JR 4*bolt M16*55 HEB500 S235JR HEB300 4*bolt M16*55 4*bolt M24*85 STRIP15*140 S235JR 4 Figuur 5. Foto van de werkelijke testopstelling (zonder loadcellen tussen kolommen en vijzels). 5 Figuur 3. Schematische weergave van de ontworpen glijvaste verbinding, tekening overgenomen van Booischotse metalen. STRIP30*400 HEB260 S355J2 ANCHOR M20 10.9 TREKSTANG M24 LINDAD AF - 24* 10.9 STRIP20*150 LINDAD AF - 24* 10.9 PL20*125 3
RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MDY=