info-steel-84nl

0,002 mm. Na de lange duurtest werd de belasting verder opgedreven tot falen bereikt wordt (0,15 mm slip). De variatiecoëfficiënt (CoV) op de faallast over alle proeven dient kleiner te zijn dan 8% om bijkomende proeven te vermijden, wat kan beschouwd worden als een acceptatiecriterium voor de proeven. Proefresultaten Het is reeds aangehaald dat dit een unieke test is waarbij de schaalgrootte en de toepassing buiten het bestek vallen van klassieke voorspanboutverbindingen. Naast verschillen in de wrijvingscoëfficiënt zijn er ook modelfouten te verwachten waarbij met deze beperkte reeks testen het quasi onmogelijk is om de onderscheiden factoren alle afzonderlijk te bepalen, laat staan de onzekerheid hierop. Om die reden werd conform annex D8 (EN 1990, 2023) een globale correlatiefactor b bepaald tussen de ingeschatte rekenwaarden Fs,reken op basis van de opgemeten voorspankracht en de gemeten slipwaarde Fs,test , zie vergelijking (5). Gezien de verschillen in voorspankracht werd als acceptatiecriterium de variatiecoëfficiënt op de correlatiefactor b als criterium gehanteerd. In onderstaande Tabel 2 werden de ontwerplasten volgens de EN 1993-1-8 benadering opgenomen op basis van de gemiddelde gemeten Fp,C -waarde voor proeven 1 tot 5, naast de gemeten proeflast en de berekende correlatiefactor b. Er werd in het ontwerp en bij de montage voor gezorgd dat de aslijn van de trekkers samenvalt met het centrum van het raakvlak van het onderste klemprofiel en de schuin opgestelde kolom. Een foto van de werkelijke opstelling is terug te vinden in Figuur 5. Testprocedure In tegenstelling tot een vlakke verbinding van flens op flens is door de veroorzaakte kromming van het HEB260 profiel de voorspankracht per bout minder eenvoudig fijn te regelen. Een gelijkmatige krachtverdeling werd zo goed als mogelijk met Sensy boutsensoren per draadstang geregeld (capaciteit van 200 kN en meetnauwkeurigheid = 1%). Het referentie aandraaikoppel zou ongeveer 0,13×0,020×137000 = 356 Nm moeten bedragen. In eerste instantie wordt elke draadstang met behulp van een Hytorc LiON-p7 Gun (elektrische momentsleutel) naar 356×0,75 = 267 Nm (of ongeveer 103 kN) gebracht en vervolgens naar 356×1,10 = 392 Nm (ofwel 137 kN ± 7 kN). Met de instelbare momentsleutel diende finaal een koppel tot maar liefst 600 Nm aangelegd te worden om de beoogde voorspankrachten in de draadstangen te halen. De belasting-slip relatie dient opgemeten (aan weerszijden) met falen bij het overschrijden van 0,15 mm slip bij vier uitgevoerde testen. Bij vijfde test werd een belasting aangelegd gelijk aan 90% van de gemiddelde faalwaarde van de eerste vier testen, waarbij deze belasting gedurende 3 uur werd aangehouden. Het slipverschil tussen de waarde na 5 min en 3 uur dient daarbij kleiner te zijn dan Tabel 2. Proefresultaten bij falen (0,15 mm slip) TEST Fp,C Links [kN] Fp,C Rechts [kN] ∑Fp,C [kN] Ontwerplast [kN] Kracht Links [kN] Kracht Rechts [kN] Totale proeflast [kN] b-factor 1 μ=0,4 551 588 1189 2×377 205 208 416 0,552 2* μ=0,4 553 589 1192 2×378 189 193 382 0,505 3° μ=0,3 585 601 1131 2×299 145 141 286 0,478 4*° μ=0,3 579 588 1167 2×309 166 161 327 0,529 Gem 4# 0,516 5*° μ=0,3 547 546 1093 2×289 134 127 288 0,498 Gem 5# (CoV) 0,513 (5,5%) *Test uitgevoerd met hernemen belasting / °Test uitgevoerd met geborstelde oppervlakten = , (1) , = 3 , (2) , , = � , −0,8 , , � 3 (3) , = � , −0,8 , � 3 (4) , = ∙ , (5)

RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MDY=