19 InfoSteel #84 — 2026/1-2-3 Uit de opgemeten last-slip relatie is af te leiden dat de verbinding met twee klemprofielen zich niet als één geheel gedraagt. Het onderste profiel waar de trekkracht op aangrijpt gedraagt zich duidelijk verschillend van het bovenste profiel, Figuur 6 (a). In het algemeen meten we bovenaan een gestage toename van de verplaatsing met toenemende belasting op het testframe daar waar onderaan eerst licht negatieve verplaatsingen (tegengesteld aan de projectie van de aangrijpende last) opgemeten worden om vervolgens vrij plots door te slippen. Op basis van het gemiddelde van de eerste vier metingen voor de correlatiecoëfficiënt, ofwel 0,516 zou de lange duurlast 2×289×0,516×90% = 269 kN dienen te bedragen. Om praktische redenen werd de belasting evenwel beperkt tot 122+117 = 239 kN proeflast zijnde 239/269×90% = 80 % van de voorspelde faallast. Het verloop van de opgemeten slip tussen 5 minuten na het moment van toepassen (start) en drie uur nadien (stop) is terug te vinden in Figuur 6 (b). Het gemeten verschil is nauwelijks verschillend van de ruis of meetnauwkeurigheid. Na het einde van de lange duurtest werd de belasting verder opgevoerd tot falen. Naast het opmeten van de trekkracht-slip relatie werd ook het verloop van de trekkracht in verhouding tot de klemkracht uitgezet, zie Figuur 7. In de grafieken werd daarbij steeds de som genomen per zijde van de belastingsvijzel. Het dient genoteerd dat de klemkracht bij geen enkele van de proeven afneemt. Besluit Tijdens het aanbrengen van de voorspanning met een momentsleutel op de draadstangen is het duidelijk geworden dat de relatie tussen aandraaimoment en aangrijpende klemkracht voor bouten niet toepasbaar is. Er dient rekening gehouden te worden met een correlatiefactor van 0,51. De verbindingscapaciteit is bijgevolg beperkt tot ongeveer de helft van de ontwerpwaarde (EN 1993-1-8, 2003). Ze reageert hierbij gelukkig wel versterkend, waarbij met toenemende treklast ook de klemkracht vergroot. Uit de goede correlatie tussen de verschillende proefresultaten, met een variatiecoëfficiënt van slechts 5,5% (< vooropgestelde 8%), volgt dat de proefresultaten en het concept betrouwbaar zijn. Deze bevindingen werden overgemaakt aan het ontwerpteam, dat hier verder mee aan de slag gegaan is. Dankbetuiging De medewerking van Booischotse metalen voor de tekenkundige en praktische uitwerking van deze unieke grootschalige test setup werd meer dan gewaardeerd, evenals die van het ontwerpteam die met een open geest dit initiatief mee ondersteund hebben. Referenties: EN 1090-2, 2018. Execution of steel structures and aluminium structures. Brussels: CEN. EN 1990, 2023. Eurocode 0 - Basis of structural and geotechnical design. Brussels: CEN. EN 1993-1-8, 2003. Eurocode 3 - Design of steel structures - Part 1.8 : Design of joints. Brussels: CEN250. Figuur 6. Typisch opgemeten last-slip relatie voor proef 1 (a) + lange duur slip meting van proef 5 (b). 0 100 200 300 400 500 -0,05 0 0,05 0,1 0,15 0,2 Trekkracht [kN] Slip [mm] Slip top Slip bottom -0,01 -0,005 0 0,005 0,01 09:15:00 10:15:00 11:15:00 12:15:00 Slip [mm] Tijd [hh:min:sec] Smoot 2mm start stop double limit 0 100 200 300 400 500 -0,05 0 0,05 0,1 0,15 0,2 Trekkracht [kN] Slip [mm] Slip top Slip bottom -0,01 -0,005 0 0,005 0,01 09:15:00 10:15:00 11:15:00 12:15:00 Slip [mm] Tijd [hh:min:sec] Smoot 2mm start stop double limit 6 Figuur 7. Typisch opgemeten last-klemkracht relatie voor proef 1. 0 100 200 300 400 500 0 200 400 600 800 Trekkracht [kN] Klemkracht/zijde [kN] 1+2+3+4 5+6+7+8 7
RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MDY=