#84 info steel Afgiftekantoor Brussel X - P910504 - Driemaandelijks - nummer 84 - 1-2-3 / 2026
Optimaliseer de materiaalefficiëntie en verminder de impact op het milieu van jouw project met Steligence®. Ons team van specialisten begeleidt je naar een ontwerp volgens de principes van circulariteit en duurzaamheid. +32 477 026 051 geert.bettens@arcelormittal.com steligence.arcelormittal.com Geert Bettens Advanced Building Solutions and Sustainability Cluster Lead | BeNe & DACH
1 InfoSteel #84 — 2026/1-2-3 Editoriaal Driemaandelijks blad uitgegeven door Infosteel (het staalinformatiecentrum voor België en het G.-H. Luxemburg) Verantwoordelijke Uitgever: Koen Michielsen, General Manager Infosteel vzw Z.1 Researchpark 110, BE-1731 Zellik, België t: +32-2-509 15 01 info@infosteel.be - www.infosteel.be BTW: BE 0406 763 362 Redactieraad: magazine@infosteel.be Geert Bettens, Daphne Deckers, Bruno Dursin, Robrecht Keersmaekers, Hugo Koch, Pieter Ottevaere, Jo Van den Borre en Jan van Hapert Vertaling en correctie: Infosteel & Rudi Vanmechelen Advertenties: info@infosteel.be - t: +32-2-509 15 05 Verspreiding : Gratis voor leden van Infosteel vzw Oplage: 2.400 exemplaren Verkoop per stuk: € 15 / nummer(iBTW) Lid worden: info@infosteel.be Alleen de auteurs zijn verantwoordelijk voor de artikels. De auteur gaat akkoord met publicatie van de toegezonden documenten. Alle rechten voorbehouden, die van vertaling en bewerking inbegrepen. ISSN 2032-281X Copyright 2026 by Infosteel nummer 84 – 1-2-3/2026 magazine voor architectuur, techniek & innovatie in staalbouw Coverbeeld Het ‘LE CHAT cartoon museum’, Brussel Tekening : ©Pierre Hebbelinck Artikel op pagina 10 Beste lezer, Het lenteweer doet het kriebelen om weer meer buiten te komen, letterlijk en figuurlijk. En dat sluit mooi aan bij één van onze specifieke doelstellingen voor 2026, namelijk meer project- en werfbezoeken organiseren. Na 2 succesvolle bezoeken aan het Viaduct van Vilvoorde begin dit jaar, kunnen we ook al vooruit kijken naar bezoeken de komende maanden aan het nieuwe VRT-gebouw, het ‘LE CHAT cartoon museum’ en de Boerentoren. En uiteraard ook de buitenlandse studiereis naar Bilbao niet te vergeten. Houd uw mailbox en de social media in de gaten, zo kan u als eerste inschrijven. Tegelijkertijd zetten we ook verder in op het ontwikkelen van ons aanbod aan gespecialiseerde cursussen. Daar waar de voorbije jaren het accent eerder lag op het ontwikkelen van Nederlandstalige opleidingen, gaat de komende periode extra aandacht naar een Franstalig aanbod. De voorbije sessie over de nieuwe generatie Eurocodes (in Luik) en de nu lopende cursus ‘Sécurité Incendie’ (in Namen) zijn daarvan al het resultaat. Tegelijkertijd blijft uiteraard ook het Nederlandstalige programma doorlopen. Daarnaast gaan we de komende maanden verder aan de slag met het project waarbij we alle stakeholders bewust willen maken dat slim ontwerpen niet enkel ontwerpen voor het laagste gewicht is. Rekentools werden het voorbije decennium veel performanter, architecturale ontwerpen worden steeds uitdagender, de balans tussen materiaalkost en arbeidskost veranderde, automatisering vervangt voor een steeds groter deel het manuele werk (zowel bij ontwerp als bij uitvoering), andere types staalbouwsystemen krijgen een belangrijkere plaats, het aspect van bouwen met een lage milieu-voetafdruk en een maximale circulariteit zijn er bij gekomen... Daarom willen we handvaten aanreiken om bij die moderne ontwerpen ook een efficiënte uitvoering mogelijk te blijven maken. Heeft u ideeën of suggesties voor opleidingen, werf- en projectbezoeken, of de inhoudelijke projecten rond Totem of Slimmer Ontwerpen, aarzel dan niet om mij te contacteren. Hoe meer input we van jullie krijgen, hoe beter het resultaat wordt. Veel leesplezier, Koen Michielsen, directeur Infosteel PODCAST www.infosteel.be/podcast Edition en français www.infosteel.be/fr/ publications/notre-magazine Editie in het Nederlands www.infosteel.be/publicaties/ ons-magazine Afzonderlijke Nederlands- en Franstalige editie / podcast Sinds korte tijd verschijnt er een afzonderlijke Nederlands- en Franstalige editie. Dat spaart op papier- en verzendingskosten, maar we hopen vooral dat het de leesbaarheid ten goede komt. Bovendien zijn sommige artikels eveneens beschikbaar in podcast-versie. Éditions distinctes en néerlandais et en français / podcast Depuis peu, nous publions des éditions distinctes en néerlandais et en français. Cela nous permet de réduire les coûts liés au papier et à l’expédition, mais nous espérons surtout que cela améliorera la lisibilité. De plus, certains articles sont également disponibles en version podcast. info steel
Inhoud Editoriaal 1 Ode aan het staal: de kracht die onze toekomst verbindt 3 Talking Structures - Mouton and the Under-Order in Architecture 4 Het belang van de tweede generatie Eurocodes... 6 NMBS opent nieuwe werkhal in Oostende met pitstop-principe 8 LE CHAT cartoon museum 10 Zinkpatina: ontstaan en bescherming 14 Structurele klemverbindingen, een onderzoek uitgevoerd voor de Boerentoren 16 Restauratie van staalstructuren aan de Scheldekaaien 20 Nieuw hoofdkantoor Altez NV 24 Het nieuwe Koning Albert II-Instituut 26 Raatliggers: Meer sterkte, gelijk gewicht 30 Leden 32 P.8 P.20 P.10 P.26
3 InfoSteel #84 — 2026/1-2-3 COLUMN Daphne Deckers, CEO van Victor Buyck Steel Construction & Joost Merema, partner bij PRO6 managers goede ontwerpkeuzes en over de volledige levensduur bekeken, in veel gevallen een efficiënte en toekomstbestendige optie kan zijn.2 Door zijn combinatie van hoge sterkte en relatief laag gewicht is minder materiaal en minder transport nodig, wat direct leidt tot een lagere milieubelasting. Daarnaast maken geprefabriceerde stalen componenten een snellere bouwtijd mogelijk, met minder emissies op en naar de bouwplaats (CO2 en stikstof) en minimale hinder voor de omgeving door inzet van minder zwaar materieel. Staalconstructies zijn bovendien ontworpen voor meerdere levenscycli: ze zijn eenvoudig aanpasbaar, uitbreidbaar en demontabel, wat hergebruik in de praktijk vergemakkelijkt. Daarmee vormt de keuze voor staal een solide basis voor energieneutrale en circulaire gebouwen die voldoen aan de duurzaamheidsnormen van vandaag én anticiperen op de eisen van morgen. Ook de staalindustrie bevindt zich in een ingrijpende transformatie, waarbij traditionele productieprocessen plaatsmaken voor duurzame en efficiëntere technologieën. Productie zal verschuiven van cokesgestookte hoogovens naar methoden die groene waterstof inzetten als schoon alternatief, en naar elektrische smeltovens die volledig kunnen draaien op hernieuwbare energie. Tegelijkertijd worden nieuwe, geavanceerde legeringen ontwikkeld die sterker zijn en minder materiaal vereisen, waardoor zowel de prestaties als de materiaalefficiëntie verbeteren.3 Deze ontwikkelingen markeren een duidelijke koers richting CO2-arm, toekomstbestendig staal. De paradox van pure kracht: oersterk én circulair Staal is één van de weinige bouwmaterialen die volledig past binnen een circulaire economie. Staal is onbeperkt en zonder kwaliteitsverlies recyclebaar, en nadert inmiddels een recyclingspercentage van 100% bij sloop.4 Dankzij prefabricage worden afvalstromen, emissies en faalkosten aanzienlijk beperkt, terwijl stalen constructies erop voorzien kunnen worden om na hun gebruiksperiode te worden gedemonteerd en opnieuw ingezet. Daarmee is staal niet alleen krachtig in performance, maar ook in verantwoordelijkheid: het combineert technische betrouwbaarheid met een intrinsiek duurzame levenscyclus. De toekomst is van staal Staal bewijst zich al decennialang als een essentieel bouwmateriaal, maar staat vandaag sterker dan ooit in het middelpunt van duurzame en technische vooruitgang. Door zijn unieke combinatie van kracht, flexibiliteit en circulariteit biedt staal niet alleen antwoorden op de bouwuitdagingen van nu, maar ook op de ambities van morgen. De technologische transformatie binnen de sector versnelt die evolutie en maakt de weg vrij voor CO2-arm en toekomstbestendig staal. In een wereld die meer wil bouwen met minder impact vormt staal daarmee een strategische keuze: betrouwbaar in prestaties, verantwoord in impact en onmisbaar voor de ontwikkeling van veerkrachtige, duurzame en toekomstgerichte infrastructuur. Het blijft een materiaal dat mogelijkheden creëert, grenzen verlegt en de basis legt voor een gebouwde omgeving die klaar is voor de volgende generatie. Elke skyline die we zien, elke brug waar we ons op bewegen en elk modern stadion dat we binnenstappen, vormt een ode aan staal in haar volle glorie. Het is het materiaal dat discreet aanwezig is en tegelijk onze meest vooruitstrevende ideeën mogelijk maakt. Staal combineert uitzonderlijke draagkracht met elegantie: het ondersteunt immense lasten zonder log te worden, creëert openheid, lichte en slanke constructies, en verbeeldt daarmee de ambitie die onze maatschappij vooruit stuwt. Staal kan zowel hoge trek- als drukkrachten opnemen, wat maakt dat grote overspanningen mogelijk zijn. Dit biedt architecten een bijna onbeperkte ontwerpvrijheid. Het gewicht staal dat hiervoor gebruikt wordt is relatief laag, tot 40% minder dan vergelijkbare betonconstructies. Met staal kan men sneller, modulair en flexibel bouwen. Staal geeft niet alleen structuur, het opent mogelijkheden. Deze kwaliteiten leidden ooit tot de eerste wolkenkrabbers en vormen vandaag de ruggengraat van energiezuinige megastructuren en steden die zich aanpassen aan de toekomst. Staal is daarmee meer dan een bouwmateriaal. Het is een katalysator voor vooruitgang. Een kracht die voortdurend de grenzen verlegt van wat technisch, esthetisch en duurzaam mogelijk is. Het duwt de horizon steeds verder vooruit en nodigt ons uit om groter te denken, hoger te bouwen en met meer verbeelding naar de toekomst te kijken. Meer bouwen met minder impact Onze samenleving staat voor de uitdaging om de groeiende behoefte aan infrastructuur, woningen en duurzame energievoorzieningen te realiseren, terwijl de ecologische voetafdruk aanzienlijk moet worden verlaagd. Ja, voor de verwerking van staal zijn grote hoeveelheden energie nodig. Uit een omvangrijke meta studie uit 2021 komt naar voren dat staal per kilo weliswaar meer CO2 veroorzaakt dan beton, maar dat dit verschil veel kleiner wordt zodra je kijkt naar complete draagconstructies op gebouwniveau.1 Tegelijk laten onderzoeken zien dat staal, bij Ode aan het staal: de kracht die onze toekomst verbindt 1 Minunno et al. (2021) https://doi.org/10.1016/j.rser.2021.110935 2 Ferencz et al. 2025 https://doi.org/10.1016/j.jobe.2024.111626; Hingorani et al. 2023 https://doi.org/10.1016/j.buildenv.2023.110830. 3 Zie bijvoorbeeld deze publicatie van SCI uit 2024 https://www.steelconstruction.info/images/0/0d/ SCI_P449.pdf 4 https://www.steelconstruction.info/ The_recycling_and_reuse_survey
Het boek reflecteert over de ontwerpfilosofie en praktijk van het ingenieursbureau Mouton. Projecten uit de laatste 30 jaar laten zien hoe structuren meer kunnen zijn dan louter dragers van lasten. Als onderlaag in het ontwerp ordenen, versterken, materialiseren en verduurzamen ze het architecturale idee. Willem Koerse benoemde dit als deel van de onderorde: een betekenisvolle drager van een ontwerp. Diepgaande dialoog tussen structuur en architectuur Achttien projectverhalen beschrijven niet alleen de uitdagingen en de resultaten, maar tonen ook inspiraties, tussenstappen en dialogen. Het structureel ontwerp, van concept tot realisatie, wordt tegelijk beschouwend en technisch belicht binnen een architecturale context. In een persoonlijk en associatief essay over tekenen en gezamenlijk ontwerpen verkent Jolien Naeyaert de verwevenheid van structureel en architectonisch denken. De publicatie wil niet alleen documenteren, maar ook inspireren. Het is een pleidooi voor een diepgaande dialoog tussen structuur en architectuur. De projecten die aan bod komen zijn van Coussée & Goris architecten, RCR arquitectes, GAFPA, B-architecten, Wim Goes Architectuur, BEEL Architecten, import.export Architecture, Zaha Hadid Architects, Bureau Bouwtechniek, Dierendonckblancke architecten, TETRA architecten, studio MOTO, Eduardo Souto de Moura, META architectuurbureau, jo taillieu architecten, NU architectuuratelier, Archipelago Architects, CRU! Architecten en Eagles of Architecture. Het boek is bedoeld voor architecten, ingenieurs, studenten en iedereen die een dieper inzicht wil krijgen in de rol van constructies als dragers én vormgevers van betekenisvolle ruimte. talking structures Mouton and the Under-Order in Architecture PUBLICATIE Titel: Talking Structures Ondertitel: Mouton and the Under-Order in Architecture Uitgever: Mouton Auteurs: Mouton, Bernard Wittevrongel, Jolien Naeyaert Taal: Engels/Nederlands Formaat: 235 x 310 mm, 304 pagina’s Verschijningsdatum: 17 maart 2026 Prijs: 58 € ISBN: 9789090415116 Verdeling: Idea Books en Copyright Tekst & beeld: Mouton
ADVANCED-MANUFACTURING.BE MEI 2026 Antwerp Expo 19-20-21 GRATIS REGISTRATIE MEER INFO & by EASYFAIRS DE METAALSECTOR VAN DE BENELUX ONDER ÉÉN DAK JOUW GIDS NAAR MEER RENDEMENT! www.Liemar.nl - T: +31(0) 40 248 40 41 Bruno Steyaert - Steyaert-Heene “Als je tegen Liemar begint over staalbouw, begrijpen ze het meteen. Dit is hun core business. Hun habitat.” Liemar Magazine add half page.indd 4 10/02/2026 21:26:24
Het belang van de tweede generatie Eurocodes voor de InfoSteel Academy Eind september 2027 verschijnt de tweede generatie van Eurocode 3, meer dan twintig jaar na de invoering van de eerste generatie die op haar beurt een vervanging was van de nationale NBN-normen. Zes maanden later, op 30 maart 2028, wordt deze nieuwe Eurocode 3 officieel van toepassing. Ook al lijkt dit nog veraf, de impact op de ontwerppraktijk is groot en vraagt nu al de nodige aandacht. Binnen de Infosteel Academy zijn we ons ten volle bewust van het belang hiervan voor onze leden. Daarom hebben we al sinds december 2024 opleidingen georganiseerd rond de ‘nieuwe’ Eurocode 3, met focus op deel 1-1 en met aandacht voor de belangrijkste wijzigingen in Eurocode 0 en 1. Voor de theoretische onderbouwing werken we daarbij nauw samen met Rik Debruyckere (SECO), een toonaangevende referentie en technisch expert binnen dit vakgebied. Vanuit deze theoretische opleidingen kwam al snel de vraag hoe dit zich vertaalt naar de dagelijkse ontwerppraktijk, waarin stabiliteitssoftware een centrale rol speelt. Daarom werd samengewerkt met Peter Van Tendeloo en Bjorn Vandensteendam (allebei van SCIA), die aan de hand van praktijkvoorbeelden de verschillen tussen de eerste en tweede generatie Eurocodes toelichtten. Intussen namen 157 ingenieurs deel aan deze opleidingen, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Dit bevestigt dat de nieuwe Eurocode 3 vandaag één van de belangrijkste aandachtspunten vormt voor iedereen die staalconstructies ontwerpt. Ook in de loop van 2026 zullen daarom bijkomende opleidingen worden georganiseerd. Meer informatie volgt via onze website en nieuwsbrieven. Deze tweede generatie betekent geen loutere update, maar een grondige herstructurering en modernisering van het normenkader. De nadruk ligt op een betere toepasbaarheid in de dagelijkse ontwerppraktijk, meer samenhang tussen de normdelen en een actualisering in functie van nieuwe materialen en rekenmethoden. Daarnaast werd de scope ervan uitgebreid waar dat relevant is, en zijn stabiliteitsregels verfijnd en verduidelijkt, onder meer via beslissingsschema’s en flowcharts. Naast de aangepaste structuur en herwerkte referentieformules zijn er ook inhoudelijk heel wat wijzigingen die rechtstreeks invloed hebben op het rekenwerk van de ingenieur. Denk daarbij o.a. aan nieuwe lasttypes (ijs, water, golven), aangepaste lastencombinaties voor seismische berekeningen, gewijzigde partiële veiligheidsfactoren en ondersteuning voor bijkomende hoogwaardige staalsoorten. De meest ingrijpende wijziging binnen het staalontwerp situeert zich echter bij de rekenmethodiek. Deze wordt veel explicieter en gedetailleerder beschreven, met bijzondere aandacht voor 2de-orde-effecten (voorvervorming en voorkromming). De grootste vernieuwing zit daarbij niet in nieuwe formules, maar wel in de genormeerde en transparante beslislogica voor stabiliteitsproblemen, ondersteund door duidelijke flowcharts. Ook de classificatie van doorsneden en de berekening van semi-compacte elementen werd aanzienlijk herwerkt, met een directe invloed op de dimensionering ervan. Gezien deze ingrijpende veranderingen is het cruciaal dat ontwerpers zich tijdig vertrouwd maken met de nieuwe Eurocodes. Een goed begrip van de gewijzigde principes en rekenregels zal de overgang naar de nieuwe normen aanzienlijk vergemakkelijken. ACTIVITEIT 1 Stabiliteitsregels zijn verfijnd en verduidelijkt, onder meer via beslissingsschema’s en flowcharts. 2 In de praktijkopleiding wordt aan de hand van voorbeelden de verschillen tussen de eerste en tweede generatie Eurocodes toegelicht. 2 Flow chart Imperf. M4 7.2.2(7) b) M5 7.2.2(8) M3 7.2.2(7) a) M2 7.2.2(6) M1 7.2.2(5) M0 7.2.2(4) None None SI SI SI+MBI SI+MBIT Alternative Method EM See 7.2.2(9) Sway effects are accounted for. Sway effects and in-plane non sway effects are accounted for. Sway effects, in-plane and out-of-plane non sway effects are accounted for. no no no no αcr,sw ≥ 10 See 7.2.1(5) NEd ≤ Ncr /4 See 7.3.4 αcr,ns ≥ k0 See 7.2.1(4) and αcr,sw ≥ 10 See 7.2.1(5) LTB can be neglected See 7.2.1(6) yes yes yes yes 1st order analysis 2nd order analysis Keys: LTB Lateral torsional bucking EM Equivalent member method SI Sway imperfection MBI Member bow imperfection (in-plane) MBIT Member bow imperfection including torsional (in-plane and out-of-plane) Figure 7.3 – Methods of structural analysis applicable to ultimate limit state design checks Method & Clause 1 Rudi Vanmechelen, Training Coordinator
Een vaste waarde in metaalfabricage SMEEDWERK STAALCONSTRUCTIES BRUGGEN HYDRAULISCHE WERKEN www.technometal.be Een vaste waarde in metaalfabricage SMEEDWERK STAALCONSTRUCTIES BRUGGEN HYDRAULISCHE WERKEN www.technometal.be Een vaste waarde in metaalfabricage SMEEDWERK STAALCONSTRUCTIES BRUGGEN HYDRAULISCHE WERKEN www.technometal.be
NMBS opent nieuwe werkhal in Oostende met pitstop-principe de medewerkers boven op een trein werken aan de stroomafnemer, waardoor tijd uitgespaard wordt en het onderhoud efficiënter kan gebeuren. Naast de nieuwe hal werd ook geïnvesteerd in een industrieel seininrichtingssysteem en nieuwe rangeertoestellen die treinen kunnen verplaatsen. De werken aan de werkhal zijn gestart in 2020 en de hal werd eind 2025 in gebruik genomen. Werken volgens het TIM-principe: een pitstop voor treinen Dankzij deze nieuwe infrastructuur kan in Oostende voortaan gewerkt worden volgens het TIM-principe (Timetable Integrated Maintenance). Dat principe kan worden vergeleken met een pitstop: treinen komen frequenter, maar korter binnen voor onderhoud, beter gespreid, tijdens kalme periodes in de dienstregeling, waardoor ze sneller opnieuw inzetbaar zijn. Een principe dat NMBS al geruime tijd aan het invoeren is. Volgens dit principe komt een trein gemiddeld om de 2 weken binnen voor een onderhoud van ongeveer 4 uur, waardoor de trein veel sneller opnieuw beschikbaar is voor het reizigersverkeer. De technici werken daarvoor ook ‘s nachts, zodat de meeste treinen tijdens de ochtendspitsuren beschikbaar zijn. NMBS heeft op 16 januari 2026 in haar tractiewerkplaats in Oostende een nieuwe werkhal officieel ingehuldigd. Met deze investering van 47 miljoen euro moderniseert NMBS haar onderhoudsinfrastructuur verder, met als doel de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van het rollend materieel en de stiptheid verder te verbeteren. De nieuwe werkhal in Oostende is al de vijfde grote nieuwe werkhal die NMBS de voorbije jaren in gebruik neemt, na Arlon, Hasselt, Kinkempois en Melle. Ze past binnen het bredere investeringsplan van NMBS om haar werkplaatsen grondig te moderniseren. Investeren in efficiënter onderhoud De nieuwe werkhal is 200 m lang, 18 m breed en 13 m hoog en telt twee doorgaande sporen die langs beide zijden toegankelijk zijn. Dankzij die lengte kunnen treinen in één stuk worden onderhouden, zonder tijdrovend ontkoppelen en kunnen er tegelijkertijd tot 4 treinen in de hal. Bijkomende vernieuwingen zijn investeringen in schoonmaakplatformen en in een lange schouwput buiten naast de hal van 370 m, die meerdere werkstanden mogelijk maakt. Deze nieuwe schouwput beschikt ook over een mobiel panto-platform. Met dit toestel kunnen Tekst & beelden : NMBS Plaats: Sloepenstraat 1, Oostende Opdrachtgever: NMBS, Brussel Architect: NMBS Studiebureau stabiliteit: NMBS Algemeen aannemer: Franki Construct (Willemen Groep) Staalbouwer: VDK-Group Bouwpartners lid van InfoSteel: NMBS, VDK-Group 2 1
9 InfoSteel #84 — 2026/1-2-3 Belangrijke rol in West-Vlaanderen De tractiewerkplaats van Oostende telt vandaag ongeveer 250 medewerkers en staat in voor het onderhoud, de herstelling en de schoonmaak van bijna 400 treinstellen en locomotieven per maand. Daarmee speelt de site een cruciale rol in het treinverkeer in West-Vlaanderen en ver daarbuiten, én vormt ze een belangrijke pijler voor de werkgelegenheid in de regio. Blijvende investering in werkplaatsen NMBS beschikt over 11 werkplaatsen, aangevuld met technische onderhoudsposten verspreid over het land. In het huidige investeringsplan 2023–2032 wordt 1,4 miljard euro geïnvesteerd in werkplaatsen en onderhoudsinfrastructuur, goed voor ongeveer 15% van het totale investeringsbudget. Met de inhuldiging van de nieuwe werkhal in Oostende zet NMBS opnieuw een belangrijke stap richting een performanter, duurzamer en toekomstgericht onderhoud, in het belang van zowel haar reizigers als haar medewerkers. ACTUALITEIT T +31 (0)71-5418923 E info@dutchengineering.nl W dutchengineering.nl ComFlor® 95met/avecCrushedends Staalplaat-betonvloeren Onderdeel van uitkragingen Ontwerpprogramma Programme de conception www.dutchengineering.nl Dalles mixte acier-béton Partie des porte-à-faux 248062_ADV_DutchEngineering_CF95.indd 1 26/05/2025 11:34 3
Licht, robuust en modulair baken op de top van de Kunstberg LE CHAT cartoon museum De Luikse architect Pierre Hebbelinck legt uit waarom dit project hem zo na aan het hart ligt: “Het vooruitzicht om een nieuw gebouw te creëren in deze bijzondere omgeving waarin alles geklasseerd is, was zowel uniek als enthousiasmerend. Een hedendaags volume realiseren op een plek waar zoveel lagen geschiedenis zijn opgestapeld, is zowel complex als motiverend. De culturele thematiek en de mogelijkheid om het nieuwe gebouw te verbinden met zijn gerenommeerde buren waren voor mij extra drijfveren. In een tijd waarin cultuur een echte prioriteit is en de budgetten sterk onder druk staan, laten dergelijke projecten toe om zowel een nieuwe culturele dynamiek als economische schaalvoordelen te genereren.” Op een boonvormig perceel tussen de gebouwen van BIP (Brussels Info Place) en Bozar maakt een pand dat al heel lang leegstaat en geen erfgoedwaarde heeft – als enige gebouw in deze bijzonder rijke historische en culturele setting dat niet geklasseerd is – plaats voor een nieuwe, hedendaagse constructie. LE CHAT cartoon museum telt zes bovengrondse verdiepingen, is modulair en ondergronds verbonden met zijn prestigieuze buren. Dankzij een uitgekiende combinatie van een staalskelet en betonnen vloeren nestelt het zich op respectvolle wijze in de historische context. Dit publieke project onder leiding van SAU-MSI.brussels is een casco-operatie. De eindgebruiker zal in een tweede fase de binneninrichting realiseren, die georganiseerd wordt rond het werk van de Belgische cartoonist Philippe Geluck. Plaats: Koningsstraat 6, Brussel Opdrachtgever: SAU-MSI.brussels, Brussel Ontwerper: Atelier d’Architecture Pierre Hebbelinck, Luik Studiebureau stabiliteit: Arcadis, Brussel Hoofdaannemer: Gillion Construct, Vorst Staalbouwer: Dugardein–De Sutter, Merelbeke-Melle Bouwpartners lid van InfoSteel: Arcadis, Dugardein-De Sutter Auteur : Philippe Selke Foto’s : ©François Brix (beelden 2,3), ©Pierre Hebbelinck (beelden 4,5,6,7,8) Tekeningen : ©Pierre Hebbelinck (beelden 1,9) 1
11 InfoSteel #84 — 2026/1-2-3 Beter een goede buur … LE CHAT cartoon museum creëert een nieuwe verbinding tussen de archeologische overblijfselen van het voormalige Coudenbergpaleis in de kelder en de rest van het museumparcours op de begane grond. Deze passage zal met name de toegang voor personen met een fysieke beperking vergemakkelijken. Bovendien werden er extra kelderverdiepingen gecreëerd onder het nieuwe museum, zodat Bozar zijn opslagruimtes kan uitbreiden, inclusief rechtstreekse toegang via het niveau van de Henry Le Bœuf-zaal. Esthetiek en functionaliteit De vorm van het nieuwe museumgebouw is het resultaat van een dubbele uitsparing: een eerste in functie van de beperkPROJECT 1 Axonometrie van het project en omgeving. 2 Werfbeeld met links Koninklijk Paleis en op de voorgrond de daken van Bozar. 3 Werfbeeld staalstructuur in beginfase. 3 2
te footprint en een tweede om rekening te houden met de visibiliteit vanuit het Koninklijk Paleis, een zichtlijn die niet belemmerd mag worden. Het organisch ogende exterieur volgt het reliëf en de willekeurige contouren van de omringende historische gebouwen en is verankerd op een orthogonale, functionele, lichte en ... evolutieve structuur, wat qua gebruik een grote flexibiliteit biedt. De gevelbekleding is een metafoor voor deze spanning tussen rationaliteit en willekeur: de niet-beglaasde delen vertonen baksteenafdrukken, alsof ze een negatief van de naburige façades zijn. Gemengde structuur, uitkragingen en geperforeerde liggers Tussen de twee betonnen kernen aan de uiteinden van het gebouw heerst een perfect structureel evenwicht, met rijen kolommen waarop een balkensysteem rust dat zich van verdieping tot verdieping herhaalt. Boven de binnenplaats van het Coudenbergpaleis is een volledig uitkragende ‘doos’ opgehangen aan vier hoofdbevestigingspunten, die voor stabiliteit zorgen via een strikte driehoeksverdeling. Bertrand Hermans, Lead Engineer & Project Manager – Stability bij Arcadis Belgium: “De realisatie van de funderingen en kelderniveaus was bijzonder uitdagend vanwege de nabijheid van geklasseerde gebouwen en bestaande kelderniveaus. Het staalskelet is ontworpen om de neerwaartse krachten te herverdelen binnen de beperkte footprint, waardoor onzekerheden in verband met de oude funderingen werden vermeden. De betonnen vloerplaat is met lasdeuvels aan de staalstructuur bevestigd, waardoor ze actief bijdraagt aan de draagkracht van de balken. Zo konden we de metalen assemblages vereenvoudigen, met name in de uitkragingen, terwijl we toch volledig aan de architecturale eisen voldeden.” Het project in enkele cijfers: • 253 ton staal, waarvan 159 ton voor de liggers • 10.000 lasdeuvels • 2600 m2 bekistingsplaten 4 5 Ontwerpproces via maquettes. 6 Werfbeeld verdieping. 7 Werfbeeld van buitenzijde. 8 Aansluiting tussen nieuw en oud. 9 Axonometrie van een verdieping. 5 4 6 7
13 InfoSteel #84 — 2026/1-2-3 Ter hoogte van de vloeren bieden geperforeerde liggers de nodige ruimte voor de passage van de technieken, aangezien de plafondhoogte op sommige verdiepingen beperkt is door de uitlijning met de naburige gebouwen. De realisatie van deze gemengde structuur vereiste een nauwgezette coördinatie tussen de betonnen ruwbouw en het staalskelet, met name ter hoogte van de bevestigingspunten, die cruciaal zijn voor de globale stabiliteit van het gebouw. Zichtbare structuur gemonteerd op een zakdoek Thibaud Ceyssens, projectleider bij staalbouwer Dugardein – De Sutter: “Voor dit gebouw, waarvan de structuur grotendeels uit staal bestaat – wat niet gebruikelijk is – hebben we de bouwknopen uitvoerig bestudeerd (waaronder de bijzonder complexe exemplaren van de uitkragende ‘doos’), alle staalelementen vervaardigd en de montage uitgevoerd. Gezien de beperkte ruimte op de bouwplaats moesten we van binnenuit monteren. We realiseerden eerst een eerste niveau en daarna een tweede, waaraan onze monteurs zich konden vastmaken om vervolgens in alle veiligheid de stalen bakken voor de bekisting op het benedenniveau te plaatsen voordat de vloerplaat werd gestort.” Een ander gevolg van het gebrek aan ruimte rond de nieuwbouw was dat de alle leveringen zo nauwkeurig mogelijk moesten worden gepland, waarbij de vrachtwagens de elementen in volgorde van montage moesten bezorgen. Ten slotte wilde de architect de staalstructuur grotendeels in het zicht laten, waardoor de staalbouwer extra zijn best moest doen om ervoor te zorgen dat de liggers, platen en knooppunten er onberispelijk uitzagen. Kortom: het LE CHAT cartoon museum, dat zich op een locatie met een rijke geschiedenis bevindt, dient zich aan als een piekfijn uitgebalanceerde hedendaagse realisatie, uitgevoerd met respect voor de erfgoedrichtlijnen die eigen zijn aan de Kunstberg. InfoSteel bezoekt (in het Frans) de werf van dit museum op 23 april 2026. Meer info hierover www.infosteel.be/lechat 9 8
Zinkpatina: ontstaan en bescherming laag. Zinkcarbonaat speelt een cruciale rol bij het vertragen van de zinkcorrosie door de vorming van een slecht oplosbare zinkpatinalaag. Het CO2 gehalte in de atmosfeer is daarvoor verantwoordelijk. Hoewel verzinkbaden minimaal uit 98% puur zink bestaan, beïnvloeden additieven zoals aluminium en vanadium de zinkoxidatie en daarmee de patinavorming. Vooral daarom wordt aluminium vaak toegevoegd om de corrosiebestendigheid te verbeteren. Conclusie Minstens zo belangrijk als de vorming van de verzinkte deklaag is de ontwikkeling van de zinkpatinalaag. Als de verzinkte onderdelen worden geplaatst in een zinkbelastend milieu, is het aan te raden deze eerst enkele weken op te slaan in een omgeving met een neutrale atmosfeer. Bij voorkeur gebeurt dit onder een luifel in de buitenlucht, zodat CO2 vrij kan circuleren en regenwater zich niet ophoopt in plassen die het proces zouden kunnen verstoren. Daarnaast is het belangrijk te zorgen voor goede ventilatie tussen gestapelde objecten. Zodra de gewenste patinalaag is gevormd, kan het transport naar de uiteindelijke locatie zonder problemen plaatsvinden. De patinalaag beschermt de zinklaag immers tegen de agressievere omstandigheden op de eindlocatie. Thermisch verzinken is een metallurgisch proces waarbij staal wordt ondergedompeld in een bad van vloeibaar zink van ongeveer 450 °C. Daarbij ontstaan meerdere Zn-Fe-legeringslagen die stevig met het staal zijn verankerd. Bovenop deze lagen stolt een dunne deklaag van zuiver zink. Zodra dit oppervlak in contact komt met lucht, vormen zich zinkoxiden. Onder invloed van vocht en atmosferische stoffen ontwikkelen deze zich verder tot een zinkpatinalaag. Wat doen zinkpatina met de levensduurverwachting van thermisch verzinkt staal ? Deze patinalaag is cruciaal voor de bescherming van het onderliggende zink en dus voor de levensduur van het staal. Een gesloten, slecht oplosbare patina vermindert de reactiviteit van het oppervlak en vertraagt corrosie sterk. Een poreuze patina daarentegen laat snellere aantasting toe. De atmosferische omstandigheden bepalen dus in hoge mate hoe effectief en duurzaam de bescherming is. In de eerste dagen vormt zich meestal hydrozinkiet. In de maanden daarna verandert de samenstelling, afhankelijk van factoren zoals regen, luchtvervuiling en zoutbelasting. Regen kan de patinavorming versnellen doordat corrosie-bevorderende stoffen worden weggespoeld, op voorwaarde dat het water goed kan aflopen. Plaatselijke waterophoping (hoeken, holtes) kan leiden tot een minder goed beschermende patina. Belangrijke parameters voor de beschermingsduur zijn onder meer: luchtvochtigheid, neerslag, temperatuur, chloride- en SO2-gehalte, en of het oppervlak beregend wordt. Waar vroeger zwaveldioxide een hoofdrol speelde, zijn vandaag vooral chloriden bepalend. Die zijn niet alleen afkomstig van zeelucht, maar ook van strooizouten, die landinwaarts vaak agressiever blijken voor zink. Vooral in kustgebieden van Iran en ZuidAmerika worden de hoogste zinkcorrosiesnelheden gemeten, veroorzaakt door chloriden. In de Benelux, met haar gematigd zeeklimaat, hebben zeezouten weinig invloed op de vorming van de zinkpatinaTekst & beelden: Zinkinfo Benelux Meer info: www.zinkinfobenelux.com MATERIALEN 1 Opbouw van de zinklaag bij thermisch verzinkt staal 2 Stockage van thermische verzinkt stalen elementen In de vorige publicatie (#83) is aandacht besteed aan het lassen aan verzinkt staal. Geheel terecht heeft een lezer ons gewezen op een belangrijk aspect genoemd in de EN 1090-2 waarin wordt aangegeven dat het lassen aan verzinkt staal alleen mag gebeuren nadat eerst de ter plaatse aanwezige zinklaag is verwijderd. Het is vanuit deze norm dus niet toegestaan om aan verzinkt staal te lassen zonder eerst de zinklaag ter plaatse te hebben verwijderd door gebruikmaking van bijvoorbeeld een slijpschijf. De reden hiervoor is dat de kwaliteit van de las anders negatief zou kunnen worden beïnvloed door de zinkdampen 1 2
ZINKINFO BENELUX BRANCHEORGANISATIE VOOR DISCONTINU THERMISCH VERZINKEN Vloedstegenbrug Haaksbergen Janson Bridging Engineering BV INFOZINC BENELUX ASSOCIATION PROFESSIONNELLE DE LA GALVANISATION À CHAUD DISCONTINUE
Structurele klemverbindingen, een onderzoek uitgevoerd voor de Boerentoren Werking van een klemverbinding Het principe is vrij eenvoudig te schematiseren: Een voorspan- of normaalkracht Fp,C wordt aangebracht over n draadeinden die zich aan weerszijden van een moederprofiel bevinden, waarmee secundaire profielen tegen dit moederprofiel worden getrokken. Op basis van het principe van droge wrijving kan men dan een wrijvingskracht Fs ontwikkelen op deze secundaire profielen die recht evenredig is met de aangelegde normaalkracht via een wrijvingscoëfficiënt μs , zie vergelijking (1). Naar ontwerp toe van glijvaste verbindingen wordt via het Eurocode deel voor staalverbindingen (EN 1993-1-8, 2003) rekening gehouden met de mogelijke speling in de gaten via een factor ks , en een veiligheidsfactor γM3 = 1,25, vergelijking (2). Hierbij staat de index ‘serv’ voor de waarde van de belasting of weerstand in de bruikbaarheidsgrenstoestand. De klasse van wrijvingsoppervlakte (A tot D) bepaalt daarbij de wrijvingscoëfficiënt μ (= μs) die daalt van 0,5 tot 0,2, Tabel 1. De juiste beschrijving van nodige oppervlaktebehandeling per klasse is daarbij terug te vinden in uitvoeringsnorm voor staalconstructies (EN 1090-2, 2018). Zodra er zich naast een (af)schuifkracht ook een (destabiliserende) trekkracht Ft,Ed per bout manifesteert dan worden de vergelijkingen (3) en (4) van toepassing voor respectievelijk categorie B en C wrijvingsoppervlakken. De Boerentoren-toepassing Daar waar de gekende toepassingen uit de praktijk (Figuur 1) eerder kleinschalig van aard zijn, is dit voor het Inleiding Dat het hergebruik van structuren, één van de meest optimale keuzes is voor het bereiken van duurzaamheidsdoelen hoeft heden ten dage geen verder betoog. Vanuit de industrie en investeerders is er nu reeds vraag naar herbestemming van staalstructuren, voorop lopend aan de zich ontwikkelende regelgeving. Bijkomend is het voor historische structuren vaak een aanvullende eis om de structuur steeds in zijn originele staat terug te kunnen stellen. Dit is een uitdaging bij het ontwerp van verbindingen, onafhankelijk of ze van een tijdelijke of permanente aard zijn. Klassieke verbindingen zijn immers quasi steeds onomkeerbaar ingrijpend op de structuurelementen waarop ze toegepast worden. Enkel klemverbindingen zijn dit niet en lijken daarvoor een geschikt alternatief. Ze zijn in een aantal sectoren wijd verspreid, denk maar aan de ophanging van bovenleidingen voor treinen of voor technische installaties, Figuur 1. Dit onderzoek werd opgestart naar aanleiding van de herbestemming van de Boerentoren in Antwerpen. Het gebouw en zijn structuur gebouwd in 1931 zijn sinds 1981 beschermd erfgoed waardoor niet reversibele ingrepen op de structuur dienen beperkt te worden. Naast zijn iconische functie zijn er structureel nog twee bijzonderheden: het gebouw heeft geen stijve kern en dankt zijn stijfheid aan Vierendeelwerking. Bovendien hebben de stadsdiensten destijds een basisbrandbescherming voorzien door het toepassen van beton- en metselwerkomhulling van de primaire dragende kolommen, zie Figuur 2. Sinds 2021 is Fernand Huts eigenaar van dit monumentale gebouw en krijgt het een nieuwe invulling als museum met een verregaande upgrade naar toegankelijkheid voor een breed publiek. In de tijdelijke situatie, noodzakelijk voor de asbestverwijdering, dienden er voorlopige windverbanden toegevoegd te worden om de horizontale stabiliteit van het gebouw te kunnen garanderen. Hiervoor werd gedacht aan een uitvoering met behulp van klemverbindingen. Auteur: Tom Molkens = , (1) , = 3 , (2) , , = � , −0,8 , , � 3 (3) , = � , −0,8 , � 3 (4) , = ∙ , (5) = , (1) , = 3 , (2) , , = � , −0,8 , , � 3 (3) , = � , −0,8 , � 3 (4) , = ∙ , (5) Figuur 1. Klemverbinding toegepast voor de bevestiging van bovenleidingen voor treinen (boven) en technische uitrusting (onder). 1 Figuur 2. Boerentoren staalskelet tijdens de constructie (boven) en detail brandbescherming (onder). 2
17 InfoSteel #84 — 2026/1-2-3 ‘Boerentoren’-project van een andere grootteorde. Kruiskolom-afmetingen tot 800 mm hoogte met 2×DIN360 dwars en diagonale krachten van 488 kN/klem (rekenwaarde – hoek met de horizontale 37°) illustreren de noden, Figuur 3. In eerste instantie werd daarbij een verbinding ontworpen die gebruik maakte van Lindad-klembouten en klemprofielen HEB260 S355 met 4 M20 10.9 draadstangen/klem. Twee aannames werden daarbij gemaakt: dat het superpositie-principe van toepassing is bij de combinatie van klembouten met klemkaders en dat een klemkader ontworpen kan worden zoals een ‘gewone’ glijvaste voorspanboutverbinding. Omwille van de zeer beperkte ervaring met dit soort verbindingsoplossing werd beslist om de verbinding op ware schaal te testen alvorens ze veelvuldig (60 kaders) toe te passen in het hele project. Voor de testen werd evenwel een alternatief voorstel uitgewerkt met 8 M20 8.8 draadstangen/klem zonder de Lindadklembouten en de daarvoor noodzakelijke staalstrips. De capaciteit zou volgens het ontwerp daarbij moeten toenemen naar een maximale diagonale trekkracht van 694 kN/klem. Uit aanvullend windtunnelonderzoek van de toren bleek de diagonale kracht immers opgelopen te zijn tot 2×320 = 640 kN/klem. ONDERZOEK Een totale voorspankracht van 8×137 = 1096 kN werd hierbij voorzien in combinatie met een oppervlakteklasse B (wrijvingscoëfficiënt van 0,40, zie Tabel 1). Na het uitvoeren van twee testen werd de invloed van de afwerking nagegaan door bij de volgende testen de hergebruikte klemprofielen te borstelen, waardoor de wrijvings- of slipfactor daalt van 0,40 – klasse B naar 0,30 – klasse C (Tabel 1). Ten gevolge van deze aanpassing daalde de opneembare kracht naar 578 kN/klem. Experimentele campagne Testopstelling Ten behoeve van de testen werd de kolom schuin opgesteld (Figuur 4) zodat de trekkracht vanuit het windverband verticaal kon worden aangebracht als een druklast, gebruik makend van een hulpframe (olijfgroen) waarop met twee servo-hydraulische vijzels van telkens 800 kN kan worden gedrukt die via een oranje verdeelligger en trekkers de benodigde treklast overbrengen. Het hulpframe werd daarbij dubbel scharnierend afgeschoord op het testframe (capaciteit 1500 kN) om de stabiliteit en de richting van de trekkracht te garanderen. Slip werd gemeten tussen de flens van de schuin opgestelde kolom en de onder- of bovenflens van respectievelijk het bovenste of onderste klemprofiel. Tabel 1. Oppervlaktebehandeling, klasse en wrijvingscoëfficiënten voor verschillende oppervlakte behandelingen (EN 1090-2, 2018). Oppervlaktebehandeling Klasse Wrijvingscoëfficiënt μ Oppervlakken gestraald, waarbij losse roest is verwijderd, zonder putjes. A 0,50 Oppervlakken die zijn gestraald : a) behandelt met een product op basis van aluminium of zink; b) met alkali-zinksilicaatverf met een dikte van 50 μm tot 80 μm B 0,40 Oppervlakken gereinigd met staalborstel of vlamreiniging, waarbij losse roest is verwijderd C 0,30 Walsoppervlakte zonder nabehandeling D 0,20 Figuur 4. Schematische weergave van de testopstelling, tekening overgenomen van Booischotse metalen. STRIP15*140 S235JR 4*bolt M16*55 HEB500 S235JR HEB300 4*bolt M16*55 4*bolt M24*85 STRIP15*140 S235JR 4 Figuur 5. Foto van de werkelijke testopstelling (zonder loadcellen tussen kolommen en vijzels). 5 Figuur 3. Schematische weergave van de ontworpen glijvaste verbinding, tekening overgenomen van Booischotse metalen. STRIP30*400 HEB260 S355J2 ANCHOR M20 10.9 TREKSTANG M24 LINDAD AF - 24* 10.9 STRIP20*150 LINDAD AF - 24* 10.9 PL20*125 3
0,002 mm. Na de lange duurtest werd de belasting verder opgedreven tot falen bereikt wordt (0,15 mm slip). De variatiecoëfficiënt (CoV) op de faallast over alle proeven dient kleiner te zijn dan 8% om bijkomende proeven te vermijden, wat kan beschouwd worden als een acceptatiecriterium voor de proeven. Proefresultaten Het is reeds aangehaald dat dit een unieke test is waarbij de schaalgrootte en de toepassing buiten het bestek vallen van klassieke voorspanboutverbindingen. Naast verschillen in de wrijvingscoëfficiënt zijn er ook modelfouten te verwachten waarbij met deze beperkte reeks testen het quasi onmogelijk is om de onderscheiden factoren alle afzonderlijk te bepalen, laat staan de onzekerheid hierop. Om die reden werd conform annex D8 (EN 1990, 2023) een globale correlatiefactor b bepaald tussen de ingeschatte rekenwaarden Fs,reken op basis van de opgemeten voorspankracht en de gemeten slipwaarde Fs,test , zie vergelijking (5). Gezien de verschillen in voorspankracht werd als acceptatiecriterium de variatiecoëfficiënt op de correlatiefactor b als criterium gehanteerd. In onderstaande Tabel 2 werden de ontwerplasten volgens de EN 1993-1-8 benadering opgenomen op basis van de gemiddelde gemeten Fp,C -waarde voor proeven 1 tot 5, naast de gemeten proeflast en de berekende correlatiefactor b. Er werd in het ontwerp en bij de montage voor gezorgd dat de aslijn van de trekkers samenvalt met het centrum van het raakvlak van het onderste klemprofiel en de schuin opgestelde kolom. Een foto van de werkelijke opstelling is terug te vinden in Figuur 5. Testprocedure In tegenstelling tot een vlakke verbinding van flens op flens is door de veroorzaakte kromming van het HEB260 profiel de voorspankracht per bout minder eenvoudig fijn te regelen. Een gelijkmatige krachtverdeling werd zo goed als mogelijk met Sensy boutsensoren per draadstang geregeld (capaciteit van 200 kN en meetnauwkeurigheid = 1%). Het referentie aandraaikoppel zou ongeveer 0,13×0,020×137000 = 356 Nm moeten bedragen. In eerste instantie wordt elke draadstang met behulp van een Hytorc LiON-p7 Gun (elektrische momentsleutel) naar 356×0,75 = 267 Nm (of ongeveer 103 kN) gebracht en vervolgens naar 356×1,10 = 392 Nm (ofwel 137 kN ± 7 kN). Met de instelbare momentsleutel diende finaal een koppel tot maar liefst 600 Nm aangelegd te worden om de beoogde voorspankrachten in de draadstangen te halen. De belasting-slip relatie dient opgemeten (aan weerszijden) met falen bij het overschrijden van 0,15 mm slip bij vier uitgevoerde testen. Bij vijfde test werd een belasting aangelegd gelijk aan 90% van de gemiddelde faalwaarde van de eerste vier testen, waarbij deze belasting gedurende 3 uur werd aangehouden. Het slipverschil tussen de waarde na 5 min en 3 uur dient daarbij kleiner te zijn dan Tabel 2. Proefresultaten bij falen (0,15 mm slip) TEST Fp,C Links [kN] Fp,C Rechts [kN] ∑Fp,C [kN] Ontwerplast [kN] Kracht Links [kN] Kracht Rechts [kN] Totale proeflast [kN] b-factor 1 μ=0,4 551 588 1189 2×377 205 208 416 0,552 2* μ=0,4 553 589 1192 2×378 189 193 382 0,505 3° μ=0,3 585 601 1131 2×299 145 141 286 0,478 4*° μ=0,3 579 588 1167 2×309 166 161 327 0,529 Gem 4# 0,516 5*° μ=0,3 547 546 1093 2×289 134 127 288 0,498 Gem 5# (CoV) 0,513 (5,5%) *Test uitgevoerd met hernemen belasting / °Test uitgevoerd met geborstelde oppervlakten = , (1) , = 3 , (2) , , = � , −0,8 , , � 3 (3) , = � , −0,8 , � 3 (4) , = ∙ , (5)
19 InfoSteel #84 — 2026/1-2-3 Uit de opgemeten last-slip relatie is af te leiden dat de verbinding met twee klemprofielen zich niet als één geheel gedraagt. Het onderste profiel waar de trekkracht op aangrijpt gedraagt zich duidelijk verschillend van het bovenste profiel, Figuur 6 (a). In het algemeen meten we bovenaan een gestage toename van de verplaatsing met toenemende belasting op het testframe daar waar onderaan eerst licht negatieve verplaatsingen (tegengesteld aan de projectie van de aangrijpende last) opgemeten worden om vervolgens vrij plots door te slippen. Op basis van het gemiddelde van de eerste vier metingen voor de correlatiecoëfficiënt, ofwel 0,516 zou de lange duurlast 2×289×0,516×90% = 269 kN dienen te bedragen. Om praktische redenen werd de belasting evenwel beperkt tot 122+117 = 239 kN proeflast zijnde 239/269×90% = 80 % van de voorspelde faallast. Het verloop van de opgemeten slip tussen 5 minuten na het moment van toepassen (start) en drie uur nadien (stop) is terug te vinden in Figuur 6 (b). Het gemeten verschil is nauwelijks verschillend van de ruis of meetnauwkeurigheid. Na het einde van de lange duurtest werd de belasting verder opgevoerd tot falen. Naast het opmeten van de trekkracht-slip relatie werd ook het verloop van de trekkracht in verhouding tot de klemkracht uitgezet, zie Figuur 7. In de grafieken werd daarbij steeds de som genomen per zijde van de belastingsvijzel. Het dient genoteerd dat de klemkracht bij geen enkele van de proeven afneemt. Besluit Tijdens het aanbrengen van de voorspanning met een momentsleutel op de draadstangen is het duidelijk geworden dat de relatie tussen aandraaimoment en aangrijpende klemkracht voor bouten niet toepasbaar is. Er dient rekening gehouden te worden met een correlatiefactor van 0,51. De verbindingscapaciteit is bijgevolg beperkt tot ongeveer de helft van de ontwerpwaarde (EN 1993-1-8, 2003). Ze reageert hierbij gelukkig wel versterkend, waarbij met toenemende treklast ook de klemkracht vergroot. Uit de goede correlatie tussen de verschillende proefresultaten, met een variatiecoëfficiënt van slechts 5,5% (< vooropgestelde 8%), volgt dat de proefresultaten en het concept betrouwbaar zijn. Deze bevindingen werden overgemaakt aan het ontwerpteam, dat hier verder mee aan de slag gegaan is. Dankbetuiging De medewerking van Booischotse metalen voor de tekenkundige en praktische uitwerking van deze unieke grootschalige test setup werd meer dan gewaardeerd, evenals die van het ontwerpteam die met een open geest dit initiatief mee ondersteund hebben. Referenties: EN 1090-2, 2018. Execution of steel structures and aluminium structures. Brussels: CEN. EN 1990, 2023. Eurocode 0 - Basis of structural and geotechnical design. Brussels: CEN. EN 1993-1-8, 2003. Eurocode 3 - Design of steel structures - Part 1.8 : Design of joints. Brussels: CEN250. Figuur 6. Typisch opgemeten last-slip relatie voor proef 1 (a) + lange duur slip meting van proef 5 (b). 0 100 200 300 400 500 -0,05 0 0,05 0,1 0,15 0,2 Trekkracht [kN] Slip [mm] Slip top Slip bottom -0,01 -0,005 0 0,005 0,01 09:15:00 10:15:00 11:15:00 12:15:00 Slip [mm] Tijd [hh:min:sec] Smoot 2mm start stop double limit 0 100 200 300 400 500 -0,05 0 0,05 0,1 0,15 0,2 Trekkracht [kN] Slip [mm] Slip top Slip bottom -0,01 -0,005 0 0,005 0,01 09:15:00 10:15:00 11:15:00 12:15:00 Slip [mm] Tijd [hh:min:sec] Smoot 2mm start stop double limit 6 Figuur 7. Typisch opgemeten last-klemkracht relatie voor proef 1. 0 100 200 300 400 500 0 200 400 600 800 Trekkracht [kN] Klemkracht/zijde [kN] 1+2+3+4 5+6+7+8 7
Historische afdaken en wandelterras versterken Restauratie van staalstructuren aan de Scheldekaaien door corrosie, voornamelijk ter hoogte van kolomvoeten, knooppunten en watergevoelige zones, maakt lokale herstellingen of vervangingen noodzakelijk. Deze ingrepen gebeuren met behoud van de oorspronkelijke geometrie, profilering en constructielogica. Aangetaste liggers en spanten worden plaatselijk versterkt via aangezette platen of profielvervangingen. Een belangrijk onderdeel van de restauratie is het herstel van de geklonken verbindingen. Ontbrekende of beschadigde klinknagels worden vervangen en waar nodig structureel aangevuld, zodat de oorspronkelijke krachtswerking van de constructie behouden blijft. Deze aanpak vergt een nauwkeurige afstemming tussen hedendaagse stabiliteitseisen en erfgoedtechnische randvoorwaarden. De historische hangaars tussen het Steen en het Noorderterras krijgen een nieuwe invulling als multifunctionele ruimte. Enerzijds worden grote lichtstraten aangebracht, anderzijds zijn er ingrepen voorzien om akoestiek en verlichting te verbeteren. Onder de hangaars ontstaat ruimte voor kleinschalige evenementen en activiteiten zoals markten en concerten. De restauratie van de noordelijke afdaken en het wandelterras aan de Antwerpse Scheldekaaien combineert erfgoedzorg met hedendaagse staaltechniek. Het project omvat zowel de 19de-eeuwse geklonken staalstructuren van de historische hangaars als de staalstructuur van het wandelterras, die in de jaren 1980 werd vernieuwd. Beide constructies verschillen sterk in opbouw en ouderdom, maar worden binnen één coherent restauratieconcept behandeld, met bijzondere aandacht voor structurele betrouwbaarheid en duurzaamheid in de agressieve maritieme omgeving. Historisch afdaken: herstel van geklonken staal De historische afdaken zijn opgebouwd uit een fijnmazige staalstructuur van kolommen, liggers en spanten, verbonden door geklonken verbindingen. Het uitgangspunt van de restauratie is het maximaal behouden van het oorspronkelijke materiaal. Na het verwijderen van latere toevoegingen en afwerklagen worden alle stalen elementen onderworpen aan een gedetailleerde inspectie en schadeanalyse. Plaatselijk sectieverlies Auteur: Laeremans Geert nv, Foto’s: WMLS Fotografie, InfoSteel (foto4) Plaats: Scheldekaaien Noorderterras & hangars, Antwerpen Opdrachtgever: AG Vespa Architect: Erfgoed en Visie Studiebureau stabiliteit en staal: Triconsult en Tractebel Hoofdaannemer: Monument Vandekerckhove Staalbouwer: Laeremans Geert Corrosiebescherming staal - Coating: Laeremans Geert en International Steel Coating Bouwpartners lid van InfoSteel: Laeremans Geert, Tractebel 1
RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MDY=