info-steel-85nl

Thermische vervorming tijdens het thermisch verzinken geheel, en de samenstelling en dikte van het materiaal. Vooral asymmetrische constructies en verschillen in materiaaldikte vergroten het risico op vervorming. Het voorkomen van vervorming begint al bij het ontwerp en de samenstelling van de constructie. Een correcte lasvolgorde speelt hierbij een belangrijke rol. Door lassen in de juiste volgorde uit te voeren, kan het ontstaan van ongewenste spanningen worden beperkt. In sommige gevallen is het beter een object op te bouwen uit meerdere losse delen die later met boutverbindingen worden samengevoegd. Waar mogelijk wordt best gekozen voor symmetrische profielen, omdat deze gelijkmatiger uitzetten en krimpen. Bij hekwerken is het bijvoorbeeld aan te raden om kruislinks van binnen naar buiten te lassen. Bij constructies uit plaatstaal moet rekening worden gehouden met de uitzetting van het materiaal tijdens het onderdompelen in het zinkbad. Grote platen kunnen vervormen door ongelijkmatige uitzetting en krimp. Daarom is het beter platen niet te groot te kiezen en grote plaatoppervlakken te voorzien van verstevigingen. Ook hier is symmetrie belangrijk: wanneer bijvoorbeeld slechts aan één zijde een opstaande rand aanwezig is, kan de plaat bij afkoeling ongelijk krimpen en plooien of golven vertonen. Tijdens het thermisch verzinken kunnen samengestelde staalconstructies vervormen. Dit komt doordat het staal tijdens het proces wordt verhit tot ongeveer 450°C. Bij deze temperatuur verliest het staal tijdelijk een deel van zijn sterkte en zet het uit. Wanneer in het staal aanwezige spanningen groter zijn dan de verminderde sterkte van het materiaal, kan het object vervormen totdat de krachten opnieuw in evenwicht zijn. Na afkoeling bereikt het staal opnieuw zijn oorspronkelijke sterkte, maar de vervorming kan dan al blijvend zijn. Dit fenomeen wordt in de afbeelding hieronder verduidelijkt In alle samengestelde staalconstructies zijn spanningen aanwezig. Deze spanningen ontstaan bijvoorbeeld door walsen, lassen of montage en worden eigenspanningen genoemd. In normale omstandigheden houden deze spanningen elkaar meestal in evenwicht en veroorzaken ze geen vervorming. In sommige gevallen kunnen ze echter zo groot worden dat lassen of profielen zelfs scheuren. Tijdens het verzinken kan het evenwicht tussen deze spanningen verstoord raken, waardoor vervorming optreedt. De kans op vervorming wordt beïnvloed door verschillende factoren. Belangrijk zijn de grootte van de aanwezige spanningen, de verdeling en richting ervan in de constructie, de stijfheid van het Tekst & beelden: Zinkinfo Benelux Meer info: www.zinkinfobenelux.com 0 100 200 300 400 500°C 600 Temperatuur Spanning Strekgrens δs Aanwezige spanning Deel a wordt door plastische vervorming opgeheven. Deel b blijft aanwezig. a b Verzinktemperatuur 1

RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MDY=