Hergebruik van staal: praktijkervaringen vanuit experimentele data Het totaal aantal geteste elementen bedroeg alzo 22+2+1+3 = 28. Uit de dataset van 22 dienden twee proefstukken geëlimineerd te worden voor de trektesten, omdat ze niet voldeden aan de vlakheidseisen. Uit de beschikbare referentiedocumenten werd de grootste gemene deler afgeleid van te volgen strategieën en methoden. De focus lag hierbij vooral bij het Nederlandse NTA8713 [3] en het Britse SCI P427 [4]. Historische documentatie en onderzoeksbenadering Voor veel hergebruikt staal is er, alvast in België, weinig tot zeer weinig informatie beschikbaar, hooguit de afkomst, wat op zich waardevol kan zijn voor ruwe datering. De onderzoeksklassen volgens de NTA8713 [3] worden bepaald door de gevolgklasse van het ontvangstbouwwerk (1 tot 3, zie EN 1990) waarin de te hergebruiken elementen worden verwerkt en de beschikbare of te verzamelen informatie vanuit het donorbouwwerk. Hieruit volgen het aantal en het type niet-destructieve testen (NDT), mechanische testen en chemische analyses die dienen te worden uitgevoerd en of er met aangenomen ondergrenswaarden mag worden gewerkt. Een gelijkaardige benadering vinden we in de SCI P427 [4], al laat die het gebruik van aangenomen ondergrenswaarden voor de bepaling van de vloeigrens, treksterkte en breukrek pas toe indien geproduceerd vanaf 1970. De SCI vraagt een duidelijke statistische verwerking van de resultaten met een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor CC3-gebouwen volgens Eurocode 0 [5]. Hierbij dient voor de hardheid uitgegaan te worden van ongekende variatiecoëfficiënten en voor de andere parameters van gekende ter bepaling van de fractielfactor kn. Anderzijds maakt de SCI P427 in het deel van de te declareren materiaaleigenschappen, terecht, duidelijk dat de invloed van het verbindingstype belangrijk is. Het al dan niet toepassen van lasprocessen en de wijze van belasten Abstract De laatste jaren zijn er vanuit verschillende niveaus richtlijnen verschenen die het op betrouwbare wijze hergebruik van stalen constructiecomponenten mogelijk maken. Helaas bemoeilijken ze dit ook omwille van de kosten- en tijdsinvestering die veroorzaakt worden door het noodzakelijke vooronderzoek [1]. Deze bijdrage tracht op basis van experimentele data een code van goede praktijk naar voor te brengen waardoor via een aantal eenvoudige maatregelen bij de selectie van profielen, en in het ontwerp, men tot een efficiëntere aanwending van het beschikbare materiaal kan komen, zonder verlies aan betrouwbaarheid. Introductie Hergebruik van structurele elementen is niet enkel een modetrend, maar een noodzaak om te kunnen voldoen aan duurzaamheidsdoeleinden en, bovenal, getuigt het gewoon van gezond verstand [2]. In het kader van de bouw van het ConstrucThor project in Genk, (www. openthor.be/projecten/constructhor), bedoeld om de Vlaamse regio te begeleiden naar een klimaatneutraal patrimonium tegen 2050, werden verschillende bouwmaterialen, waaronder stalen profielen, hergebruikt. Deze gelegenheid werd aangegrepen om de zin, volledigheid en haalbaarheid van beschikbare regelgeving te toetsen. In totaal werden in het kader van dit project 22 verschillende staalprofielen van bekende en van onbekende oorsprong (Figuur 1 (a)) destructief, niet destructief en chemisch onderzocht. Deze dataset werd aangevuld met enkele historische staalsoorten ter beschikking op Campus De Nayer van de KU Leuven: Een gecorrodeerde kolomvoet uit een loods aan de Schelde in Antwerpen uit 1891 (Figuur 1 (b)), een gewalst I-profiel uit de gevangenis in Merksplas met als bouwdatum 1896 (Figuur 1 (c)) en gewalste staalplaat van een gedemonteerde brug uit Herentals heropgebouwd gedurende de tweede wereldoorlog in 1942 (3 proefstukken in 2 richtingen, Figuur 1 (d). Auteur: Tom Molkens
RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MDY=