info-steel-85nl

#85 info steel Afgiftekantoor Brussel X - P910504 - Driemaandelijks - nummer 85 - 4-5-6 / 2026

DeCO₂ -voetafdrukvaneengebouw zit niet alleenindedraag tructuur. Het merendeel zit ingevels, wanden, plafonds, H Cenanderetechnieken. Met XCarb laag-emissiestaal verlaagjedeimpact vanm r danalleen het skelet. Steeds meer bouwproductenzijnal beschikbaar inXCarb staal viaonzepartners. Ontdekwat XCarb kanbijdragenaandeCO₂ -reductievanjouwgebouw: ® ® ® Indi Building, Gent (B ) DeCO₂ -voetafdrukvaneengebouw zit niet alleenindedraag tructuur. Het merendeel zit ingevels, wanden, plafonds, H Cenanderetechnieken. Met XCarb laag-emissiestaal verlaagjedeimpact vanm r danalleen het skelet. Steeds meer bouwproductenzijnal beschikbaar inXCarb staal viaonzepartners. Ontdekwat XCarb kanbijdragenaandeCO₂ -reductievanjouwgebouw: ® ® ® Indi Building, Gent (B ) ngebouw tructuur. enanderetechnieken. vanm r danall en ikbaar in r st al ctievanjouwgebouw: zit niet alleenindedraag tructuur. Het merende l zit ingevels, anden, plafonds, H Cenanderetechnieken. t l i i t l rl j i t r ll t l t. t r r t ij l i r i r t l i rt r . t t r ij r ₂ r ti j : ® In i Buil in , ent (B )

1 InfoSteel #85 — 2026/4-5-6 Editoriaal Driemaandelijks blad uitgegeven door Infosteel (het staalinformatiecentrum voor België en het G.-H. Luxemburg) Verantwoordelijke Uitgever: Koen Michielsen, General Manager Infosteel vzw Z.1 Researchpark 110, BE-1731 Zellik, België t: +32-2-509 15 01 info@infosteel.be - www.infosteel.be BTW: BE 0406 763 362 Redactieraad: magazine@infosteel.be Geert Bettens, Daphne Deckers, Bruno Dursin, Robrecht Keersmaekers, Hugo Koch, Pieter Ottevaere, Jo Van den Borre en Jan van Hapert Vertaling en correctie: Infosteel & Rudi Vanmechelen Advertenties: info@infosteel.be - t: +32-2-509 15 05 Verspreiding : Gratis voor leden van Infosteel vzw Oplage: 2.400 exemplaren Verkoop per stuk: € 15 / nummer(iBTW) Lid worden: info@infosteel.be Alleen de auteurs zijn verantwoordelijk voor de artikels. De auteur gaat akkoord met publicatie van de toegezonden documenten. Alle rechten voorbehouden, die van vertaling en bewerking inbegrepen. ISSN 2032-281X Copyright 2026 by Infosteel nummer 85 – 4-5-6/2026 magazine voor architectuur, techniek & innovatie in staalbouw Coverbeeld CLAUSURA, Herkenrode Tekening: ©Gijs Van Vaerenbergh, TM Arel/Van Eycken, Stabilogics & StaBeTek Artikel op pagina 14 Beste lezer, De zomer staat voor de deur. Synoniem voor vakantie en mooi weer. Tijd om even rustig te kunnen nadenken, terugkijken en vooruitblikken. Ook bij Infosteel nemen we de tijd om terug te blikken op een druk en geslaagd voorjaar met een mix van opleidingen, project- en werfbezoeken, studiereis, inhoudelijk strategisch werk rond milieuvoetafdruk, slimmer ontwerpen en staalframebouw. In de komende zomerperiode waar we wat minder publieke events op de planning hebben, zetten we dan ook extra in om dat inhoudelijke strategische werk een extra versnelling te geven. We hopen dan ook kort na de zomer met eerste concrete acties rond deze 3 thema’s naar jullie toe te kunnen komen. Geniet van de warme zomeravonden, met een fris glas rosé of een lekkere trappist, en uiteraard met de boeiende artikels die voor en door de staalbouwketen weer werden samengebracht in de nieuwste uitgave van het InfoSteel-magazine. Veel leesplezier, Koen Michielsen, directeur Infosteel We vernamen eind mei het droevige nieuws dat Philippe Samyn, één van de belangrijkste Belgische architecten en ingenieurs van de voorbije 50 jaar, is overleden. Veel sterkte gewenst aan zijn familie, zijn geliefden en zijn medewerkers. Zijn werk kan niet worden teruggebracht tot een bepaalde stijl. Zijn erfenis is veel meer dan een aaneenschakeling van opmerkelijke gebouwen. Hij was voortdurend bezig met het verfijnen van zijn visie over hoe de wereld (en haar architectuur) er morgen zou kunnen (of moeten) uitzien. Hij was zonder meer een visionair met de nieuwsgierigheid van een kind. Als geen ander wist hij de brug te slaan tussen de structurele bekommernis van de ingenieur en de intuïtie van de architect. Als we naar zijn projecten in staal kijken, zien we dat hij steeds de grenzen opzocht van wat technisch uitvoerbaar was. Hij wist perfect waar de sterktes van staal lagen en wist die optimaal te benutten in zijn projecten. Tegelijk daagde hij staalproducenten voortdurend uit om nog performantere staalkwaliteiten te ontwikkelen om zo fijn en licht mogelijk te kunnen construeren. We gaan je missen Philippe! Philippe Samyn, Le Delta, Namen, 2019 Uw reacties op: magazine@infosteel.be info steel

Inhoud Editoriaal 1 Een blik in de glazen bol van het Europese aanbestedingsrecht 3 Twee werfbezoeken aan het Viaduct van Vilvoorde 4 Bereken uw productietijden met artificiële intelligentie 6 Derde studiereis: Bilbao 8 Elia’s offshore expertisecentrum in Oostende 10 CLAUSURA Herkenrode 14 Uitkijkpunt in Vresse-Sur-Semois 18 Werfbezoek aan Le Chat cartoon museum 20 Thermische vervorming tijdens het thermisch verzinken 22 Hergebruik van staal: praktijkervaringen vanuit experimentele data 24 Himalayabrug in de sleuf van Caster 28 John Hancock Center 30 Leden 32 P.10 P.18 P.14 P.30

3 InfoSteel #85 — 2026/4-5-6 COLUMN Daphne Deckers, CEO van Victor Buyck Steel Construction & Joost Merema, partner bij PRO6 managers lijn. [6] Dat is de traditionele route: de Europese wetgever stelt nieuwe regels vast, waarna lidstaten die omzetten in nationale wetgeving. In dat geval zal de markt waarschijnlijk ergens tussen 2030 en 2031 de volle impact voelen, omdat lidstaten opnieuw tijd nodig hebben om hun nationale kaders aan te passen. De staalindustrie krijgt dan een iets langer overgangsvenster, met enige ruimte voor nationale accenten, interpretaties en overgangsoplossingen. Het tweede scenario is dat de Commissie verder gaat en kiest voor één of meer verordeningen, in de afgelopen periode in discussies gehint als een mogelijke ‘Public Procurement Act’. [7] Een act in deze context betekent een verordening. Het grote verschil met een richtlijn is dat een verordening na vaststelling rechtstreeks geldt in alle lidstaten. Er is dan geen uitgebreide nationale omzetting meer nodig. Dat verkort de tijd tussen besluit en effect. In dat scenario zou de praktijk mogelijk al rond 2029 of 2030 worden geconfronteerd met de nieuwe regels. Voor bedrijven is het onderscheid tussen deze scenario’s dus vooral een kwestie van tempo en uniformiteit: een richtlijn geeft meer voorbereidingstijd en nationale nuance, een verordening betekent versnelling en minder variatie tussen lidstaten. De richting blijft echter in beide gevallen dezelfde: publieke opdrachtgevers zullen meer bewijs vragen over CO2-prestaties, circulariteit, herkomst en leveringszekerheid van staal en staalconstructies. Ongeacht het gekozen scenario lijkt een aantal veranderingen zich duidelijk af te tekenen. Ten eerste verschuift de focus verder van laagste prijs naar aantoonbare prestatie. Kwalitatieve en duurzaamheidscriteria worden belangrijker en minder vrijblijvend. Ten tweede wordt Europese strategische autonomie een zichtbaarder thema in aanbestedingen. Ten derde verandert de administratieve last van aard: procedures moeten eenvoudiger worden maar tegelijk neemt de nood aan data, transparantie en onderbouwing toe zowel in de aanbieding als in de uitvoering. De belangrijkste horizon voor investeringsbeslissingen ligt daarmee niet pas op 2030, maar in het komend jaar. De conceptteksten die de Europese Commissie in het kader van de herziening van het aanbestedingskader en de ‘Clean Industrial Deal’ zal publiceren, vormen het punt waarop de industrie haar positie moet bepalen. De planning is dat deze teksten komende zomer beschikbaar komen. De uitdaging aan de sector zal zijn om in dialoog te blijven met de wetgever. Dit om te zorgen dat de nieuwe regels technisch haalbaar en economisch werkbaar zijn gezien de complexe staaltoepassingen en lange investeringscycli. Een glazen bol geeft geen garanties, maar de richting is helder: aanbestedingen worden groener, strategischer en Europeser. De grote vraag voor de staalindustrie is daarom niet óf die verandering komt, maar wie er mee aan tafel zit als de spelregels worden geschreven, en of uw investeringen straks passen bij de nieuwe werkelijkheid. In Brussel wordt hard gewerkt aan een nieuwe generatie Europese aanbestedingsregels. Voor beslissers in de staalindustrie lijkt dit misschien iets wat zich afspeelt aan de juridische zijlijn, maar niets is minder waar. Deze hervorming wordt een strategisch dossier dat de komende jaren rechtstreeks raakt aan investeringen, markttoegang en concurrentiepositie in de Benelux en daarbuiten. De Europese aanbestedingsregels waar nu mee wordt gewerkt, zijn ruim twaalf jaar geleden, in 2014, vastgesteld. En twee tot drie jaar later in de praktijk geïmplementeerd. [1] De hervorming van destijds had als doel aanbestedingen flexibeler te maken en meer ruimte te bieden voor innovatie, duurzaamheid en kwaliteit. In de praktijk bleef het zwaartepunt in tenders bij de prijs liggen, terwijl duurzaamheidscriteria vooral een aanvulling waren. De Europese Commissie legt daarom de lat deze keer hoger en werkt aan een nieuwe kader dat bijdraagt aan industriële, geopolitieke en klimaatdoelen. [2] Publieke inkoop moet helpen om Europa te verduurzamen, innovatie op te schalen en de afhankelijkheid van derde landen te verkleinen. [3] Voor de staalindustrie is dat een belangrijk signaal. Staal zal minder alleen worden beoordeeld op prijs en technische prestaties, en meer in samenhang met CO2-intensiteit, circulariteit en de Europese inbedding van de productieketen. Tegelijk groeit in Brussel het besef dat het huidige kader te versnipperd is. [4] Naast de klassieke aanbestedingsrichtlijnen hebben zo’n zestig andere Europese regels over energie, klimaat, circulariteit en sociale normen invloed op aanbestedingen. [5] Dat maakt het systeem juridisch zwaar en operationeel onoverzichtelijk. De logische volgende stap is dus niet alleen nieuwe regels schrijven, maar ook proberen het geheel coherenter te maken. Tegen deze achtergrond lijken voor de komende hervorming grofweg twee scenario’s mogelijk. Het eerste scenario is dat Brussel opnieuw kiest voor het instrument directive, een richtEen blik in de glazen bol van het Europese aanbestedingsrecht [1] Public Contracts in Legal Globalization Network. (2021). Evaluation of the 2014 public procurement directives: Answer to the consultation of the European Commission. Vrije Universiteit Amsterdam. [2] https://commission.europa.eu/topics/ competitiveness/clean-industrial-deal_en [3] Zie onze eerste column in InfoSteel #81 “Zoeken naar balans in het Europees staal” [4] https://www.cor.europa.eu/en/news/eu-publicprocurement-reform-must-simplify-rules-and-putpeople-innovation-and-sustainability-first [5] W.A. Janssen, The coherence of public procurement legislation in the European Union, Luxemburg: Publicatiebureau van de Europese Unie 2025, doi:10.2873/7419429. [6] https://www.bruegel.org/first-glance/ mapping-road-ahead-eu-public-procurement-reform [7] https://www.europarl.europa.eu/legislative-train/ theme-a-new-plan-for-europe-s-sustainableprosperity-and-competitiveness/ file-public-procurement-act

Onder, in en op dit bijzondere bouwwerk Twee werfbezoeken aan het Viaduct van Vilvoorde Innovatieve werkmethodiek De renovatie verloopt via een uniek ‘hangend treintje’ dat stelselmatig opschuift. De eerste geledingen verwijderen de asbesthoudende coating, waarna de volgende ‘wagonnetjes’ de overige werkzaamheden uitvoeren. Naast de sterkte- en stabiliteitsaspecten lichtte het studiebureau Greisch de complexe vermoeiingsproblematiek toe. Met talloze dynamische belastingsscenario’s, een hele reeks details, de vraag naar de vermoeiingstoestand op dit moment, het rekenen met ‘backward crack propagation, etc. Naast de herstellingen en verstevigingen is de voornaamste aanpak een strategie uitbouwen voor toekomstige inspecties. Onder, in en op Vanaf de hangstelling werd de renovatie van de oorspronkelijke boutverbindingen toegelicht. Ook de ‘stekers’ – stalen buizen die de uitkragende vleugels van het brugdek verstevigen – waren hier van dichtbij te zien. In de koker werd ons duidelijk welke speciale toestellen en tools staalbouwer Aelterman liet ontwikkelen en fabriceren om werkzaamheden uit te voeren in een stalen koker op 30 m hoogte. Onder tenten op het wegdek werd getoond hoe het verplaatsen van vangrails ruimte creëert voor de vierde rijstrook. Het orthotroop brugdek zal worden gerenoveerd en verstevigd met een voor België unieke techniek van dunne overlaging met HSB (Hoge Sterkte Beton). Tijdens het werfbezoek was er nauwelijks lawaaihinder van het verkeer op de Ring. In het naar huis rijden kregen we hiervoor ook een verklaring: stilstaand verkeer! Eind februari organiseerde InfoSteel een tweede werfbezoek aan het Viaduct van Vilvoorde. Na een eerdere sessie voor Gold Members kregen dertig professionals in het Infopunt een diepgaande uiteenzetting door de betrokken bouwpartijen. Toekomstbestendig renoveren In opdracht van bouwheer De Werkvennootschap wordt het 1700 m lange bouwwerk klaargemaakt voor de toekomst, inclusief een extra rijstrook en de toelating van uitzonderlijk transport. De aannemerscombinatie TM Stadsbader Contractor – Viabuild focust momenteel op het centrale brugdeel van de binnenring: een 900 m lange stalen kokerbrug met een orthotroop dek. ACTIVITEIT 1 Vanaf de hangstelling werd de renovatie van de oorspronkelijke boutverbindingen toegelicht. 2 In de koker werd ons duidelijk welke speciale toestellen en tools staalbouwer Aelterman liet ontwikkelen en fabriceren Tekst & beelden: InfoSteel 2 1

Bereken uw productietijden met artificiële intelligentie Wat is artificiële intelligentie? Het doel van artificiële intelligentie is om menselijke denkprocessen te reproduceren via machines of software. Op het kruispunt van cognitieve wetenschappen, robotica en informatica kunnen systemen uitgerust met artificiële intelligentie autonoom waarnemen, leren, onthouden, voorspellen, redeneren en plannen. Nabije of verre toekomst voor deze technologie? Bedrijven worden vandaag geconfronteerd met steeds grotere hoeveelheden data, waardoor deze soms moeilijk bruikbaar worden. Een oplossing die artificiële intelligentie integreert, maakt het mogelijk om al deze gegevens zinvol te analyseren en te interpreteren. AI leert uit beschikbare data en zet deze om in bruikbare inzichten en analyses. Op termijn zal AI binnen bedrijfssoftware niet alleen zorgen voor een hogere productiviteit, maar ook voor een echte samenwerking tussen mens en machine. Hierdoor kunnen medewerkers zich focussen op taken met een hoge toegevoegde waarde. Artificiële intelligentie wordt beschouwd als de vierde industriële revolutie. Toch roept ze bij veel mensen nog vragen, onzekerheid en soms zelfs angst op. In zeer korte tijd heeft AI haar intrede gedaan in het dagelijkse leven van miljoenen mensen. Vandaag is artificiële intelligentie alomtegenwoordig en kan ze een enorme meerwaarde bieden voor bedrijven. Wat mag men verwachten van een MES-oplossing? Productiebeheersoftware maakt het mogelijk om alle processen te beheren en de activiteiten van de meeste afdelingen binnen een bedrijf te automatiseren. De vele functionaliteiten van een MES-oplossing maken het mogelijk om de activiteiten van een onderneming centraal en efficiënt te beheren. Van orderbeheer, aankoop en voorraadbeheer tot planning, controle en opvolging van productietijden, levering, montage en rendabiliteitsanalyse: de toepassingsmogelijkheden zijn bijzonder uitgebreid. Productiebeheersoftware vormt dan ook een echte meerwaarde voor bedrijven, doordat veel tijd wordt bespaard dankzij de automatisering van talrijke taken. Tekst & beelden: José Teixeira Executive Director – Business Development VVTW s.r.l. Zoning industriel des Hauts-Sarts Rue d’Abhooz, 27 – 4040 Herstal J.teixeira@vvtw.be – +32 487 41 91 20 1

7 InfoSteel #85 — 2026/4-5-6 Machines nemen repetitieve taken over, zoals het analyseren van grote hoeveelheden gegevens. Mensen kunnen zich daardoor richten op typisch menselijke vaardigheden zoals intuïtie, empathie en het omgaan met onvoorziene situaties. En MES-systemen uitgerust met artificiële intelligentie? Artificiële intelligentie biedt een enorm potentieel voor bedrijven die deze technologie integreren in hun processen. Zodra AI geïntegreerd wordt in een MES-oplossing, kan ze uitgroeien tot een krachtige hefboom voor groei en efficiëntie. Een concreet voorbeeld Het berekenen van theoretische productietijden binnen de metaalconstructie is vaak complex en gebaseerd op benaderingen. Met Steel Manager, ontwikkeld door DevTeix, en dankzij de integratie van artificiële intelligentie in de software, kunnen theoretische tijden automatisch worden berekend op basis van vergelijkingen met eerder geproduceerde onderdelen, rekening houdend met technische kenmerken en geometrieën. Een MES-oplossing beschikt doorgaans over een uitgebreide databank die vaak jaren aan productiegegevens bevat. Deze grote hoeveelheid informatie vormt een ideale basis voor artificiële intelligentie om analyses en voorspellingen uit te voeren. MES-software en artificiële intelligentie: welke conclusies? Naast de automatisering van een groot aantal invoer- en beheertaken zal de productiviteit aanzienlijk toenemen. Artificiële intelligentie zal bedrijven tal van opportuniteiten bieden om processen te vereenvoudigen en repetitieve manuele taken te automatiseren. Bedrijven zoals DevTeix lopen voorop in het gebruik van nieuwe technologieën binnen de wereld van MES-software. De integratie van artificiële intelligentie in het hart van de software zal een echte revolutie betekenen voor de productie binnen de metaalconstructiesector. Meer info: www.steel-manager.be SOFTWARE 2 3

Baskenland: De bakermat van de Spaanse staalindustrie Derde studiereis: bilbao Tijdens de boeiende driedaagse namen we ons gezelschap mee in het staal– verhaal van deze dynamische regio. We brachten een bezoek aan de fabriek van ArcelorMittal in Sestao, ‘s werelds eerste volledig CO2-emissievrije staalfabriek. Dit wordt gerealiseerd door de overstap op groene waterstof en 100% hernieuwbare elektriciteit, gecombineerd met de verwerking van gerecycled schroot. We kregen een gegidst bezoek aan Azkuna Zentroa, een inspirerend voorbeeld van herbestemming. We verkenden het iconische Guggenheim Museum, waar design, kunst en architectuur op indrukwekkende wijze samenkomen. En natuurlijk mocht de Puente de Vizcaya, een ‘staaltje’ historisch industrieel, UNESCOwerelderfgoed, niet ontbreken. Hadden we u trouwens al verteld dat Baskenland ook een culinair paradijs is? We kregen heerlijke pintxos (zeg nooit ‘tapas’ in Bilbao) voorgeschoteld. Kortom: zowel lichaam als geest werden verwend tijdens deze trip. We zijn al volop aan het brainstormen over onze volgende bestemming. Suggesties zijn altijd welkom… InfoSteel trok voor haar derde studiereis naar het Baskenland. De bakermat van de Spaanse staalindustrie bevindt zich in en rond Bilbao en langs de oevers van de rivier de Nervión. Vanaf halverwege de 19e eeuw kwam hier de grootschalige exploitatie van ijzererts op gang, wat leidde tot de bouw van de eerste moderne hoogovens en de bloei van de scheepsbouw en zware industrie in de regio. Toen de zware industrie in de late 20e eeuw instortte, begon Bilbao aan een ingrijpende transformatie. In plaats van de stad als een statisch museum in te richten, ontwikkelde de overheid een radicaal masterplan waarin industrieel verleden en moderne cultuurarchitectuur met elkaar werden verweven. Oude havenzones en fabrieksgebieden maakten plaats voor cultuur, architectuur en publieke ruimte, zonder het industriële erfgoed uit te wissen. Het Guggenheim Museum werd het symbool van deze vernieuwing. Verspreid door de stad herinneren stalen sculpturen en herbestemde industriële gebouwen aan Bilbao’s verleden, dat een zichtbare plaats behoudt in het moderne stadsbeeld. ACTIVITEIT 1 Guggenheimmuseum Bilbao, verzamelen bij een spin van Louise Bourgeois 2 Fabrieksbezoek ArcelorMittal in Sestao 3 Azkuna Zentroa - Alhóndiga Bilbao, een herbestemmingsproject met inbreng van Philippe Starck 4 Puente de Vizcaya, ‘s werelds oudste zweefbrug, gebouwd in 1893 Tekst: Bruno Dursin Beelden: InfoSteel & ArcelorMittal 4 3 2 1

EXC 4 uitvoeringsklasse 43.000 m2 productiesite & conserveringshal Inhouse engineering & tekencapaciteit >10.000 ton jaarlijkse staalproductiecapaciteit STERK IN STAAL ASK Romein is een staalbouwbedrijf met een rijke geschiedenis, een staalharde reputatie en een glasheldere visie op de toekomst. We bieden onze klanten een complete dienstverlening: van ontwerp, engineering, productie tot en met montage. Hierdoor kunnen we steeds maximale controle over het volledige bouwproces garanderen. Als gespecialiseerde staalproducent en betrouwbare staalbouwpartner hebben we de afgelopen decennia veel waardevolle ervaring opgedaan. Complexe staalconstructies, specifieke eisen of atypische opdrachten schrikken ons niet af. ASK Romein denkt graag met u mee! Meer info: ask-romein.be | info@ask-romein.be ASK Romein Advertentie Infosteel.indd 1 5/06/2026 10:28:56 T +31 (0)71-5418923 E info@dutchengineering.nl W dutchengineering.nl ComFlor® 95met/avecCrushedends Staalplaat-betonvloeren Onderdeel van uitkragingen Ontwerpprogramma Programme de conception www.dutchengineering.nl Dalles mixte acier-béton Partie des porte-à-faux 248062_ADV_DutchEngineering_CF95.indd 1 26/05/2025 11:34 PODCAST www.infosteel.be/podcast Edition en français www.infosteel.be/fr/publications/ notre-magazine Editie in het Nederlands www.infosteel.be/publicaties/ ons-magazine Éditions distinctes en néerlandais et en français / podcast Depuis peu, nous publions des éditions distinctes en néerlandais et en français. Cela nous permet de réduire les coûts liés au papier et à l’expédition, mais nous espérons surtout que cela améliorera la lisibilité. De plus, certains articles sont également disponibles en version podcast. Afzonderlijke Nederlands- en Franstalige editie / podcast Sinds korte tijd verschijnt er een afzonderlijke Nederlands- en Franstalige editie. Dat spaart op papier- en verzendingskosten, maar we hopen vooral dat het de leesbaarheid ten goede komt. Bovendien zijn sommige artikels eveneens beschikbaar in podcast-versie. info steel magazine

Staal en beton in evenwicht voor Elia’s offshore expertisecentrum in Oostende Op de begane grond bevindt zich een functioneel magazijn voor werkmateriaal en reserveonderdelen, terwijl het kantoorgedeelte boven de loods werd gepositioneerd. Dat volume draagt af op vier buispalen met een diameter van 914 mm, als verwijzing naar offshore constructies. Van bij het ontwerp lag de nadruk op flexibiliteit, aanpasbaarheid en functionaliteit. Vanuit die uitgangspunten werd gekozen voor een hybride structureel concept. Het magazijn werd uitgevoerd als een robuuste betonstructuur met prefab kolommen en voorgespannen liggers. Daarboven bevindt zich de staalstructuur van het kantoorgebouw. De hoofddraagstructuur van het kantoor bestaat uit twee stalen vakwerken over Voor het nieuwe service center van Elia in Oostende werd een hybride draagstructuur ontwikkeld waarin staal en beton nauw samenwerken. Het kantoorgedeelte, opgebouwd rond twee stalen vakwerken boven een robuuste magazijnstructuur, combineert architecturale elegantie met technische performantie en een doordachte uitvoeringsmethodiek. Het nieuwe service center van Elia aan de Esplanadestraat in Oostende doet dienst als expertisecentrum voor hoogspanningsinfrastructuur op zee. Het gebouw vervult zowel een administratieve als een operationele functie en vormt de offshore windhub voor Elia’s activiteiten op zee. Het architecturale ontwerp verenigt beide functies in één coherent geheel. Tekst: Stadsbader & Tractebel Engineering Foto’s: Johnny Umans (1,2,6), Tractebel (7,8,10) Tekeningen: OYO Architects (3,4,5), Stadsbader (9) 1

11 InfoSteel #85 — 2026/4-5-6 twee verdiepingshoogtes. De bovenste verdieping werd eveneens in staal uitgevoerd, maar draagt niet bij aan de stijfheid van het vakwerk. Tussen de vakwerken werden voorgespannen welfsels geplaatst met een vrije overspanning van 12,7 m. De gewapende druklaag fungeert daarbij als horizontaal diafragma dat de krachten afleidt naar de centrale betonnen kern van het gebouw. Bij het ontwerp van de staalstructuur werd veel aandacht besteed aan functionele en tegelijk esthetische detailleringen. Boutverbindingen werden waar mogelijk weggewerkt in vloeren of wandconstructies. Waar dat niet mogelijk was, werd het gabarit van diagonalen en liggers maximaal gevolgd zodat de staalstructuur haar slanke uitstraling behield. Voor de montage van de vakwerken werd gekozen om de verticale stijlen over een lengte van 13,8 m in één geheel te fabriceren en te plaatsen. De tussenliggende liggers en diagonalen werden vervolgens gemonteerd via geboute verbindingen tussen de stijlen. Om te voldoen aan de strenge eisen inzake doorbuiging en hoekverdraaiing werden bijkomende stijfheidsberekeningen uitgevoerd op de verbindingen. Alle verbindingen werden als star of half-star ontworpen. In totaal werd ongeveer 225 ton aan S355 J2 staal toegepast in het project. De detailengineering van de staalstructuur werd uitgevoerd door het studiebureau van Stadsbader. De productie gebeurde door ASK Romein in Malle conform EN1090, executieklasse 2. De hoofdstructuur van het kantoor werd voorzien van een brandwerende coating, terwijl de buitenstructuren thermisch verzinkt werden en nadien voorzien van een coating. Een belangrijk aandachtspunt binnen het structurele ontwerp was de samenwerking tussen staal en beton. Ter hoogte van de knooppunten van de vakwerken werden op alle verdiepingsvloeren ter plaatse gestorte betonbalken voorzien PROJECT 3 2

met dezelfde hoogte als de welfsels inclusief druklaag. Deze balken functioneren als trek- en drukstaven en zorgen voor de structurele koppeling tussen beide vakwerken. Voor de verbinding tussen staal en beton werden draadstangen doorheen het lijf van de stalen liggers aangebracht en in overlap geplaatst met de wapening van de ter plaatse gestorte delen. Ook voor het opnemen van torsiemomenten, veroorzaakt door de excentrische opleg van de welfsels, werden draadstangen toegepast. De positie ervan werd afgestemd op de opengewerkte kanalen van de welfsels. Omdat dit structurele principe pas in de definitieve toestand werkzaam is, moesten tijdens de uitvoeringsfase tijdelijke stalen liggers worden voorzien om beide vakwerken onderling te verbinden. In totaal ging het om ongeveer 40 ton tijdelijke staalstructuren, die verwijderd werden nadat de druklaag volledig was uitgehard. Ook de uitvoeringsmethodiek speelde een belangrijke rol in het project. Om de ambitieuze planning te respecteren, werd de betonnen kern gerealiseerd met behulp van glijbekisting. Daarbij moest bijzondere aandacht worden besteed aan de instortelementen voor de aansluiting van de vakwerken op de kern. De verankeringsdetails moesten compatibel zijn met deze uitvoeringsmethode en tegelijk voldoende toleranties toelaten om afwijkingen in de betonstructuur op te vangen. Vanaf de start van het ontwerpproces werd de volledige ruwbouw uitgewerkt in een geïntegreerd Tekla BIM-model. Hierdoor konden de interacties tussen beton- en staalstructuur nauwkeurig worden geanalyseerd en gecontroleerd. Zo werden onder meer de instortstukken in de stabiliteitskern gezamenlijk ontwikkeld en konden wachtstaven en sparingen in de welfsels optimaal op elkaar worden afgestemd. 6 4 5

13 InfoSteel #85 — 2026/4-5-6 7 Door de vakwerken volledig te assembleren tot aan de afdek van de tweede verdieping vóór het plaatsen van de welfsels, kon bovendien worden vermeden dat schoren van 13 m hoog tot op funderingsniveau noodzakelijk waren. Na de uitvoering van de vloerplaten en druklagen werd aan de buitenzijde van het kantoorgebouw een lichte staalstructuur met roostervloeren aangebracht. Deze buitenstructuur zorgt enerzijds voor beschaduwing van de gevel en biedt anderzijds de mogelijkheid tot eenvoudig onderhoud van de gevels. Ook hier werd sterk ingezet op detaillering en coördinatie, onder meer voor de aansluiting met het aluminium schrijnwerk en de integratie van leuningen, RVS-gaas en ledverlichting binnen de bordessen. Plaats: Esplanadestraat 14, 8400 Oostende Opdrachtgever: Elia Group Ontwerper / architect: OYO Architects Architect uitvoering: OYO Architects Studiebureau stabiliteit: TRACTEBEL Engineering Detailengineering staal: STADSBADER Hoofdaannemer: STADSBADER Staalbouwer: ASK Romein Bouwpartners lid van InfoSteel: ASK Romein, Stadsbader, Tractebel 7 Ter plaatse gestorte balken tussen de vakwerken 8 De in het geel gecoate liggers zorgen voor onderlinge verbinding van de vakwerken in constructiefase 9 Aansluiting vakwerk met kern, model 10 Aansluiting vakwerk met kern, werfbeeld Ter plaatse gestorte beton 8 10 9

CLAUSURA Herkenrode: Het verdwenen hart van de Herkenrodeabdij opnieuw getekend in staal cellen en de oude infirmerie. Waar ooit het spirituele hart van de abdij klopte, overheerst nu de leegte. Balanceren tussen herkenning en abstractie Gijs Van Vaerenbergh kreeg de opdracht van Herita om voor die verdwenen kern een artistieke visie te ontwikkelen. Met CLAUSURA wordt het verloren ensemble opnieuw zichtbaar gemaakt, niet als letterlijke reconstructie, maar als ruimtelijke evocatie op ware grootte en op de oorspronkelijke locatie. Dunne cortenstalen staven tekenen de contouren van de verdwenen gebouwen in de ruimte. De volumes blijven transparant, waardoor ze zich mengen met het landschap en afhankelijk van het standpunt verdwijnen of scherp leesbaar worden. De installatie balanceert tussen herkenning en abstractie. Iconische De abdij van Herkenrode werd aan het einde van de 12de eeuw gesticht en groeide doorheen de eeuwen uit tot een van de rijkste cisterciënzerabdijen van de Lage Landen. Het ruimtelijke en spirituele hart van de abdij was het centraal Kloostergebouw: een cluster van gebouwen met twee kloostertuinen, omringd door de 16de-eeuwse gotische kerk als ankerpunten verder het conventsgebouw, de refters, de infirmerie, de zusterverblijven, galerijen en twee kloostertuinen. Een fatale brand vernielde in 1826 nagenoeg het volledige klooster. De laatste 200 jaar waren op de abdijsite enkel – nog steeds indrukwekkende – omliggende gebouwen aanwezig: Het Neerhof, de Tiendeschuur, paardenstallen, poortgebouw, molen en Abdissenkwartier. Van het klooster enkel ruïnes van de zusterverblijven met slaapPlaats: Herkenrodeabdij 4, 3511 Hasselt Opdrachtgever: Herita VZW Ontwerper / architect: Gijs Van Vaerenbergh Studiebureau stabiliteit & staal: Stabilogics Tekenbureau: StaBeTek Hoofdaannemer: TM Arel – Van Eycken Staalbouwer: Arel Montage: Van Eycken Thermisch verzinkt staal: Zinq Duplexsysteem natlak: Arel Bouwpartners, lid van InfoSteel: Arel, Stabilogics, Van Eycken, Zinq Auteur: Gijs Van Vaerenbergh, TM Arel/Van Eycken, Stabilogics & StaBeTek Foto’s: Jan De Wilde (1,2), TM Arel/Van Eycken (9,10) Tekeningen: Gijs Van Vaerenbergh, TM Arel/ Van Eycken, Stabilogics & StaBeTek (3,4,5,6,7,8) 1

15 InfoSteel #85 — 2026/4-5-6 elementen zoals ramen, gewelven, daken en torens geven houvast, maar lossen tegelijk op in een fijnmazig spel van lijnen. Het project wordt uitgevoerd in verschillende fases. De bouw van de kerk vormt een eerste fase; momenteel worden de gebouwen rond de eerste kloostertuin ontworpen In een volgende fase worden ook de bestaande ruïnes van de zusterverblijven, de infirmerie en de arcade opgenomen. Hier worden historische fragmenten in baksteen en hout beschermd tegen verder verval en aangevuld met een stalen raamwerk. Dat raamwerk herneemt de nog deels leesbare dakstructuren en vervolledigt ze zonder de grens tussen oud en nieuw te verdoezelen. Zo ontstaat een compositie waarin herinnering, ruïne en hedendaagse ingreep elkaar versterken. Tegelijk worden beschutte zones gecreëerd die tijdelijk gebruik mogelijk maken. Een bijzonder complexe technische opgave Achter de ogenschijnlijke lichtheid van CLAUSURA schuilt een bijzonder complexe technische opgave. De site ligt in archeologisch waardevol gebied, waardoor de randvoorwaarden uitzonderlijk streng waren. De ondergrond mocht niet worden geroerd en funderen kon enkel binnen strikte peilgrenzen. De onderbouw van de kerk bestaat daardoor uit een beperkte betonstroken van 400 tot 600 mm diep, die op sommige PROJECT Het volledige kunstproject Clausura beslaat een indrukwekkend grondoppervlak van ongeveer 120 m bij 70 m. 3 4 2 5

plaatsen slechts enkele centimeters boven de archeologische resten ligt. Deze fundering is niet primair ontworpen om zetting tegen te gaan, maar om stabiliteit te garanderen en horizontale beweging bij hevige windbelastingen te vermijden. De constructie is zeer licht voor haar omvang, maar door de uitzonderlijke hoogte tot 52 m spelen windkrachten een bepalende rol. Het digitale model fungeerde als centraal werkdocument Daarbovenop liet het artistieke concept geen zichtbare boutverbindingen toe. De constructie moest dus volledig gelast worden, ook op hoogte en op locatie, en was daardoor mee afhankelijk van weersomstandigheden en werforganisatie. Om die complexiteit beheersbaar te houden, werd het volledige project in 3D uitgetekend en structureel berekend door Stabilogics en tekenbureau StaBeTek. Het digitale model fungeerde als centraal werkdocument voor ontwerp, engineering, productie en montage. Gewichten, onderdelenlijsten, montagevolgordes en visuele controles konden rechtstreeks uit hetzelfde model worden gehaald. Daardoor evolueerde een potentieel onoverzichtelijke puzzel naar een beheersbaar proces, waarin wijzigingen snel konden worden getoetst aan hun impact op productie, transport en montage. Bij een constructie die uit duizenden slanke lijnen bestaat, is die gedeelde digitale basis essentieel: één kleine aanpassing kan elders een grote kettingreactie veroorzaken. De opdeling van de structuur in transporteerbare merken en grotere supermerken was een technische discipline op zich. Elk element moest passen binnen de transportlimieten, bereikbaar blijven voor de vaste torenkraan, aansluiten op de logische montagevolgorde en gecontroleerd worden op doorbuiging en vervorming. Ook de detaillering vroeg bijzondere zorg. De ankerstoelen, die de verbinding vormen tussen het kunstwerk en de betonfundering, moesten uiterst precies worden gemonteerd in de betonnen zool. Een kleine afwijking zou niet alleen zichtbaar zijn in het kunstwerk, maar ook gevolgen hebben voor het volledige tekenwerk. Van een indrukwekkend lijnenspel naar een produceerbaar geheel Ook in het productieatelier van Arel lag de uitdaging in het vertalen van een indrukwekkend lijnenspel naar een produceerbaar geheel. De complexiteit zat niet alleen in de hoeveelheid staal, maar vooral in de knooppunten, de bogen, de maatvoering en de volgorde waarin alles beschikbaar moest zijn. 7 6 8 9

17 InfoSteel #85 — 2026/4-5-6 Er werd gezocht naar oplossingen die technisch haalbaar, lasbaar en uitvoerbaar waren, zonder afbreuk te doen aan de fijne visuele taal van het ontwerp. De schaal van de productie was uitzonderlijk: ruim 1000 tekeningen, meer dan 2000 onderdelen, waaronder 340 gewalste bogen, en ongeveer 15.500 m buis die moest worden genest, verzaagd en geproduceerd. Daarbij werd telkens nagedacht over de grootst mogelijke transporteerbare delen. De productieplanning stond dus niet los van de werf, maar werd afgestemd op wat op welk moment gemonteerd kon worden. Voor Van Eycken werd de montage ter plaatse op haar beurt een grote logistieke en technische operatie. Omdat alle hijswerken met één centrale torenkraan gebeurden en stockage beperkt was, waren planning en continue afstemming essentieel om opstoppingen te vermijden tussen productie en werf. Transporteerbare delen werden eerst samengebouwd in een overdekte werfatelier met rollende vloer tot grotere gehelen en vervolgens in hun definitieve positie gehesen. Op hoogte werden ze vervolgens tot één geheel gelast. Een herhalend proces dat honderden keren werd uitgevoerd. Zo groeide CLAUSURA stap voor stap uit tot een constructie waarin artistieke ambitie, staaltechniek, engineering, productie en werforganisatie elkaar kunnen versterken tot een werk dat tegelijk fragiel oogt en technisch bijzonder robuust is. InfoSteel bezoekt het project op 15 september 2026. Meer info hierover www.infosteel.be/herkenrode 11 10

Staal als landschappelijk instrument Uitkijkpunt in Vresse-Sur-Semois constructie kadert het uitzicht niet nadrukkelijk, maar versterkt de ervaring van het kijken. De overgang van beslotenheid naar openheid is zorgvuldig geënsceneerd en wordt gedragen door één helder geometrisch gebaar: een continue elliptische trap die lijkt te verdwijnen in het terrein. De vormentaal blijft sober, zodat het landschap de hoofdrol behoudt. Die architecturale ambitie vroeg om een nauwkeurige staalconstructie. De bovenbouw bestaat uit twee hoofdliggers in de vorm van hellende kokers. De buitenste ligger volgt een elliptische geometrie; de binnenste combineert half-elliptische en halfcirkelvormige delen. Beide ringen hellen ongeveer 12° ten opzichte van de verticale as. Die helling geeft het uitkijkpunt zijn driedimensionale karakter en vormt tegelijk de basis voor het draagprincipe. De hoofdliggers werden uitgewerkt met variabele inertie. Waar de krachtswerking dat vereist, neemt de sectie toe; waar de belasting lager is, kon materiaal worden uitgespaard. De buitenste kokerligger bereikt een maximale hoogte van 1540 mm, de binnenste 1420 mm. Primaire verstijvers verbinden de liggers ter hoogte Het uitkijkpunt Le Jambon in Vresse-surSemois toont hoe kleinschalige publieke infrastructuur een sterke ruimtelijke en technische betekenis kan krijgen. Op een plek waar de Semois zich in een iconische meander door het Ardense landschap slingert, werd geen klassieke uitkijktoren gebouwd, maar een verfijnde stalen structuur die zich in de topografie nestelt. Het project bewijst dat staal niet alleen een constructief materiaal is, maar ook een middel om landschap, beweging en beleving zorgvuldig te organiseren. De oorspronkelijke opdracht vroeg om een verticale toren boven de boomtoppen. Het ontwerpteam koos echter voor een andere interpretatie: een ‘horizontale uitloop boven de vallei’. In plaats van hoogte te zoeken, daalt de bezoeker af via een elliptische stalen trapplatform. De structuur wordt zo geen dominant object, maar een ruimtelijke sequentie die zich geleidelijk ontvouwt. Vanaf de weg blijft de ingreep bewust discreet; pas tijdens het afdalen openbaart het panorama over de Semoisvallei zich. Architecturaal ligt de kracht van het project in die terughoudendheid. De Auteurs: An Schoenmaekers & Batoma Sosso Foto’s: SBE/ Jan De Wilde Tekeningen: SBE 2 1

19 InfoSteel #85 — 2026/4-5-6 van de steunpunten, terwijl secundaire verstijvers onder de treden en het loopvlak lokale stijfheid garanderen. Een stalen dekplaat van 10 mm overspant de ruimte tussen beide kokers en laat de assemblage als één geheel werken. Voor het globale evenwicht werd achter de staalstructuur een gewapend betonnen tegengewicht voorzien. Dat vangt de kantelwerking van de uitkragende geometrie op. De combinatie van staalstructuur, tegengewicht en betonnen opvangconstructie resulteert in een compact en robuust systeem, dat visueel toch licht blijft. De technische oplossing ondersteunt zo de architecturale intentie: een constructie die aanwezig is, maar niet domineert. Ook op het vlak van duurzaamheid speelt staal een bepalende rol. De bovenbouw werd uitgevoerd in weervast staal Corten S355 J2+W. Dat materiaal ontwikkelt een beschermende patina en vermijdt de nood aan verfsystemen of intensieve onderhoudscycli. Tegelijk sluit de warme, roestbruine kleur aan bij de natuurlijke tinten van de site. Voor specifieke leuningonderdelen werd roestvast staal X5CrNiMo17-12-2 toegepast. De complexiteit van de geometrie vroeg om een geïntegreerde digitale aanpak. De volledige vorm werd gemodelleerd in Rhino, vertaald naar CAD en gecontroleerd via eindige-elementenberekeningen. Daarbij werd ook de levensduur van het weervaste staal meegenomen: voor blootgestelde oppervlakken werd een corrosiereserve van 1,5 mm voorzien. Ook de uitvoering op de moeilijk bereikbare site vergde een doordachte strategie. De staalstructuur werd opgesplitst in zes geprefabriceerde segmenten, in de werkplaats vervaardigd en per uitzonderlijk transport aangevoerd. Ter plaatse volgde een gecontroleerde montage met tijdelijke ondersteuningen, lasverbindingen en lanceeroperaties. Le Jambon is een klein project met een grote constructieve helderheid. Het toont hoe staal kan bijdragen aan publieke ruimte wanneer materiaalkeuze, stabiliteit, prefabricatie, montage en architecturale intentie nauw op elkaar worden afgestemd. Niet de spectaculaire vorm, maar de precisie van de oplossing maakt het uitkijkpunt bijzonder. Plaats: Rue Albert Raty 112, Vresse-Sur-Semois Opdrachtgever: Commune de Vresse-Sur-Semois Ontwerper/architect: SBE nv + An Schoenmaekers Studiebureau stabiliteit en staal: SBE nv Hoofdaannemer: SM TMI-EGTB Staalbouwer: TMI Bouwpartners lid van InfoSteel: SBE, TMI PROJECT 4 Aanzicht vanaf de klifzijde vloer met traptreden binnencaisson met variabele hoogte afdekplaat borstwering buitencaisson met variabele hoogte hellende vloer voor personen met een beperking verbinding staalconstructie met tegengewicht tegengewicht Aanzicht vanaf heuvelzijde 5 6 3

Een architecturale boon vol staal: Werfbezoek aan Le Chat cartoon museum Ingenieur Bertrand Hermans (Arcadis) dook dieper in het statisch schema en de constructieve uitdagingen, met name het indrukwekkende uitkragende volume van drie verdiepingen dat bovenaan is opgehangen. Projectleider Thibaud Ceyssens van staalbouwer Dugardein – De Sutter deelde zijn enthousiasme over de keuze voor een zichtbare staalstructuur. Geen afwerking die structuur verbergt, maar een ode aan het vakmanschap van de staalbouwer. Een prachtige nieuwe referentie in de hoofdstad voor het Gentse bedrijf! Daarna was het tijd voor het eigenlijke werfbezoek. Verdeeld over drie groepen kregen de aanwezigen een unieke blik achter de schermen, waarbij de architect gretig gebruikmaakte van zowel zijn stembanden als schetsboeken om de visie en de details haarscherp te verduidelijken. Donderdag 23 april 2026 bracht InfoSteel / Score With Steel een bezoek aan een uitzonderlijk project in hartje Brussel: het toekomstige Le Chat cartoon museum. Een boeiend werfbezoek dat, naar goede gewoonte, voorafgegaan werd door technische toelichting van de bouwpartners. Architect Pierre Hebbelinck schetst de complexe stedelijke en historische context nabij het Koningsplein. Op een uniek, boonvormig restperceel tussen het BIP en Bozar ontwierp hij een gebouw dat de geschiedenis van de plek ademt: “L’histoire se fabrique au moment.” Het resultaat? Een multifunctioneel ontwerp met ‘open plateaus’, gedragen door een structuur van staalkolommen, smartbeams en staalplaat-betonvloeren, geflankeerd door twee massieve kernen. De focus ligt op flexibiliteit: vandaag een museum, maar dankzij de open structuur klaar voor elke toekomstige invulling. ACTIVITEIT Tekst & beelden: InfoSteel 1 2

ZINKINFO BENELUX BRANCHEORGANISATIE VOOR DISCONTINU THERMISCH VERZINKEN Vloedstegenbrug Haaksbergen Janson Bridging Engineering BV INFOZINC BENELUX ASSOCIATION PROFESSIONNELLE DE LA GALVANISATION À CHAUD DISCONTINUE

Thermische vervorming tijdens het thermisch verzinken geheel, en de samenstelling en dikte van het materiaal. Vooral asymmetrische constructies en verschillen in materiaaldikte vergroten het risico op vervorming. Het voorkomen van vervorming begint al bij het ontwerp en de samenstelling van de constructie. Een correcte lasvolgorde speelt hierbij een belangrijke rol. Door lassen in de juiste volgorde uit te voeren, kan het ontstaan van ongewenste spanningen worden beperkt. In sommige gevallen is het beter een object op te bouwen uit meerdere losse delen die later met boutverbindingen worden samengevoegd. Waar mogelijk wordt best gekozen voor symmetrische profielen, omdat deze gelijkmatiger uitzetten en krimpen. Bij hekwerken is het bijvoorbeeld aan te raden om kruislinks van binnen naar buiten te lassen. Bij constructies uit plaatstaal moet rekening worden gehouden met de uitzetting van het materiaal tijdens het onderdompelen in het zinkbad. Grote platen kunnen vervormen door ongelijkmatige uitzetting en krimp. Daarom is het beter platen niet te groot te kiezen en grote plaatoppervlakken te voorzien van verstevigingen. Ook hier is symmetrie belangrijk: wanneer bijvoorbeeld slechts aan één zijde een opstaande rand aanwezig is, kan de plaat bij afkoeling ongelijk krimpen en plooien of golven vertonen. Tijdens het thermisch verzinken kunnen samengestelde staalconstructies vervormen. Dit komt doordat het staal tijdens het proces wordt verhit tot ongeveer 450°C. Bij deze temperatuur verliest het staal tijdelijk een deel van zijn sterkte en zet het uit. Wanneer in het staal aanwezige spanningen groter zijn dan de verminderde sterkte van het materiaal, kan het object vervormen totdat de krachten opnieuw in evenwicht zijn. Na afkoeling bereikt het staal opnieuw zijn oorspronkelijke sterkte, maar de vervorming kan dan al blijvend zijn. Dit fenomeen wordt in de afbeelding hieronder verduidelijkt In alle samengestelde staalconstructies zijn spanningen aanwezig. Deze spanningen ontstaan bijvoorbeeld door walsen, lassen of montage en worden eigenspanningen genoemd. In normale omstandigheden houden deze spanningen elkaar meestal in evenwicht en veroorzaken ze geen vervorming. In sommige gevallen kunnen ze echter zo groot worden dat lassen of profielen zelfs scheuren. Tijdens het verzinken kan het evenwicht tussen deze spanningen verstoord raken, waardoor vervorming optreedt. De kans op vervorming wordt beïnvloed door verschillende factoren. Belangrijk zijn de grootte van de aanwezige spanningen, de verdeling en richting ervan in de constructie, de stijfheid van het Tekst & beelden: Zinkinfo Benelux Meer info: www.zinkinfobenelux.com 0 100 200 300 400 500°C 600 Temperatuur Spanning Strekgrens δs Aanwezige spanning Deel a wordt door plastische vervorming opgeheven. Deel b blijft aanwezig. a b Verzinktemperatuur 1

23 InfoSteel #85 — 2026/4-5-6 MATERIALEN De wijze van onderdompelen in het zinkbad speelt eveneens een rol. Om vervorming door temperatuurverschillen te beperken, moet het object zo snel mogelijk volledig ondergedompeld worden. Dit is echter alleen mogelijk wanneer voldoende en correct geplaatste openingen, verzinkgaten en ophangpunten aanwezig zijn. Indien deze ontbreken, kan het object tijdens het dompelen gaan drijven. Dit leidt niet alleen tot vertraging en extra kosten, maar kan ook de kwaliteit van de zinklaag beïnvloeden en het vervormingsrisico verhogen doordat het object langzamer moet worden ondergedompeld. Bij grote staalconstructies vormt de afmeting van het zinkbad soms een beperking. Wanneer een constructie niet in één keer kan worden verzinkt, kan men gebruikmaken van een dubbeldip of kanteldip. Hierbij wordt het object in meerdere stappen verzinkt. Deze methode verhoogt echter het risico op vervorming, omdat het object ongelijkmatig wordt verhit. Daarom is het vaak beter om al tijdens het ontwerp rekening te houden met een mogelijke opdeling van de constructie in kleinere delen. Lange, slanke profielen vervormen meestal weinig bij een dubbeldip, tenzij er over de volledige lengte asymmetrische onderdelen zijn aangelast. Samengevat wordt vervorming tijdens thermisch verzinken meestal niet veroorzaakt door het verzinkproces zelf, maar door de aanwezigheid en verdeling van spanningen in het staal. Om vervormingsschade zoveel mogelijk te voorkomen, is een goede samenwerking tussen opdrachtgever, ontwerpbureau, tekenbureau, constructiewerkplaats en verzinkerij essentieel. Door reeds in het ontwerpstadium rekening te houden met symmetrie, lasvolgorde, materiaalkeuze en constructievorm kan het risico op vervorming aanzienlijk worden verminderd. 3 2

Hergebruik van staal: praktijkervaringen vanuit experimentele data Het totaal aantal geteste elementen bedroeg alzo 22+2+1+3 = 28. Uit de dataset van 22 dienden twee proefstukken geëlimineerd te worden voor de trektesten, omdat ze niet voldeden aan de vlakheidseisen. Uit de beschikbare referentiedocumenten werd de grootste gemene deler afgeleid van te volgen strategieën en methoden. De focus lag hierbij vooral bij het Nederlandse NTA8713 [3] en het Britse SCI P427 [4]. Historische documentatie en onderzoeksbenadering Voor veel hergebruikt staal is er, alvast in België, weinig tot zeer weinig informatie beschikbaar, hooguit de afkomst, wat op zich waardevol kan zijn voor ruwe datering. De onderzoeksklassen volgens de NTA8713 [3] worden bepaald door de gevolgklasse van het ontvangstbouwwerk (1 tot 3, zie EN 1990) waarin de te hergebruiken elementen worden verwerkt en de beschikbare of te verzamelen informatie vanuit het donorbouwwerk. Hieruit volgen het aantal en het type niet-destructieve testen (NDT), mechanische testen en chemische analyses die dienen te worden uitgevoerd en of er met aangenomen ondergrenswaarden mag worden gewerkt. Een gelijkaardige benadering vinden we in de SCI P427 [4], al laat die het gebruik van aangenomen ondergrenswaarden voor de bepaling van de vloeigrens, treksterkte en breukrek pas toe indien geproduceerd vanaf 1970. De SCI vraagt een duidelijke statistische verwerking van de resultaten met een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor CC3-gebouwen volgens Eurocode 0 [5]. Hierbij dient voor de hardheid uitgegaan te worden van ongekende variatiecoëfficiënten en voor de andere parameters van gekende ter bepaling van de fractielfactor kn. Anderzijds maakt de SCI P427 in het deel van de te declareren materiaaleigenschappen, terecht, duidelijk dat de invloed van het verbindingstype belangrijk is. Het al dan niet toepassen van lasprocessen en de wijze van belasten Abstract De laatste jaren zijn er vanuit verschillende niveaus richtlijnen verschenen die het op betrouwbare wijze hergebruik van stalen constructiecomponenten mogelijk maken. Helaas bemoeilijken ze dit ook omwille van de kosten- en tijdsinvestering die veroorzaakt worden door het noodzakelijke vooronderzoek [1]. Deze bijdrage tracht op basis van experimentele data een code van goede praktijk naar voor te brengen waardoor via een aantal eenvoudige maatregelen bij de selectie van profielen, en in het ontwerp, men tot een efficiëntere aanwending van het beschikbare materiaal kan komen, zonder verlies aan betrouwbaarheid. Introductie Hergebruik van structurele elementen is niet enkel een modetrend, maar een noodzaak om te kunnen voldoen aan duurzaamheidsdoeleinden en, bovenal, getuigt het gewoon van gezond verstand [2]. In het kader van de bouw van het ConstrucThor project in Genk, (www. openthor.be/projecten/constructhor), bedoeld om de Vlaamse regio te begeleiden naar een klimaatneutraal patrimonium tegen 2050, werden verschillende bouwmaterialen, waaronder stalen profielen, hergebruikt. Deze gelegenheid werd aangegrepen om de zin, volledigheid en haalbaarheid van beschikbare regelgeving te toetsen. In totaal werden in het kader van dit project 22 verschillende staalprofielen van bekende en van onbekende oorsprong (Figuur 1 (a)) destructief, niet destructief en chemisch onderzocht. Deze dataset werd aangevuld met enkele historische staalsoorten ter beschikking op Campus De Nayer van de KU Leuven: Een gecorrodeerde kolomvoet uit een loods aan de Schelde in Antwerpen uit 1891 (Figuur 1 (b)), een gewalst I-profiel uit de gevangenis in Merksplas met als bouwdatum 1896 (Figuur 1 (c)) en gewalste staalplaat van een gedemonteerde brug uit Herentals heropgebouwd gedurende de tweede wereldoorlog in 1942 (3 proefstukken in 2 richtingen, Figuur 1 (d). Auteur: Tom Molkens

RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MDY=