3 InfoSteel #86 — 2026/7-8-9 COLUMN vorm van metallurgische cokes die de hoogovens voedt) naar de elektriciteit die de nieuwe ovens aandrijft. Die vaststelling impliceert een luidkeels pleidooi voor massale investeringen in hernieuwbare energie en nucleaire capaciteit. De ladder van Lansink De staalproductie in onze contreien zal de komende decennia dus groener en duurzamer worden. Bovendien herbergt staal een immens potentieel om uit te groeien tot de ruggengraat van de circulaire economie. Circulariteit omarmt het besef dat we zuiniger moeten omspringen met onze schaarse bronnen, en het principe van ‘Cradle to Cradle’ nodigt ons uit om afval als een nieuwe grondstof te bejegenen. De ladder van Lansink[2] biedt een richtsnoer om na te denken over circulariteit. Dit model voor afvalverwerking, vernoemd naar de Nederlandse biochemicus en politicus Ad Lansink, maakt een onderscheid tussen recyclage en hergebruik. Op beide terreinen kan staal een hefboom bieden. Staal is oneindig recycleerbaar, zonder verlies aan kwaliteit en eigenschappen. Sterker zelfs: dankzij de magie van de metallurgie kunnen oude bruggen of afgedankte spoorwegen worden hersmolten en opgewaardeerd tot hoogwaardig staal voor de bouw van bvb. windmolens, pijpleidingen voor het transport van waterstof en CO2, of elektrische voertuigen. Staal leent zich ook veel beter tot hergebruik dan andere constructiematerialen zoals beton of hout. De stellingbouw is een schoolvoorbeeld van hergebruik, maar de toenemende aandacht voor circulariteit ontsluit ook nieuwe zakenmodellen. Ik denk hierbij onder meer aan staalleveranciers die damwanden verhuren in plaats van verkopen, of een innovatief WestVlaams bedrijf dat zich engageert om hun hernieuwbare wanden op het einde van de levenscyclus terug te kopen. Bij het ontwerp van nieuwe gebouwen durven architecten ook steeds transversaler te denken, wat een polyvalente invulling over verschillende generaties mogelijk maakt. Achilleshiel van circulaire oplossingen Circulariteit is momenteel nog een containerbegrip dat, met vallen en opstaan, zijn weg zoekt van een kleine kring geitenwollen idealisten naar een breder bereik binnen bestuurskamers en directiecomités. De voornaamste achilleshiel van circulaire oplossingen blijft tot nader order het prijskaartje. Hoewel de meerkost vergeleken met het totale projectbudget meestal marginaal is, worden circulaire innovaties nog vaak weggezet als ‘te duur’. Als circulariteit duurzaam wil worden, zal het moeten evolueren van een ‘nice to have’ tot een ‘need to have’. Met het ‘Steel and Metals Action Plan’ heeft de Europese beleidsmaker alvast een klimaat geschapen dat uitnodigt tot investeringen in groener staal. Maar de brede uitrol van circulariteit vergt volgens mij nog een andere klimaatverandering, met name: de prijsperceptie bij de consument. Een circulair project zonder rendabele business case heet vaak het slachtoffer te zijn van de markt. Maar die markt, dat zijn wij allemaal samen. Ieder van ons is een individueel sneeuwvlokje dat in tijden van stijgende levensduurte de vinger op de knip houdt. De kost van de recente hittegolven, bosbranden en droogte is nog onvoldoende ingeprijsd in onze bereidheid om te betalen. Zolang dat besef niet groeit en onze mentaliteit niet wijzigt, dreigt circulariteit te blijven ronddraaien in cirkeltjes die verdacht veel lijken op een nul. Dit nummer van Infosteel Magazine verschijnt aan het einde van, op zijn zachtst gezegd, een hete zomer. Vlaanderen kende de voorbije maanden drie hittegolven, de zuiderse landen werden getroffen door bosbranden van zelden geziene omvang, en de aanhoudende droogte heeft iedere tuin en elk gazon genadeloos gebrandmerkt. Zelfs de meest rabiate klimaatontkenner krijgt het warm onder de voeten in het aanschijn van zo veel onheil. Verantwoordelijkheid is diffuus Wat wringt bij klimaatopwarming, is dat het aanwijzen van verantwoordelijkheid diffuus is. Moraalfilosoof James Garvey schrijft[1]: “het is alsof ik medeverantwoordelijk ben, samen met een miljoen anderen, voor een miljard kleine acties, in een triljoen momentjes”. Iedere actie is ogenschijnlijk onschuldig, en niemand wil kwaad berokkenen. Maar het globale resultaat kan niettemin catastrofaal zijn. De grote Franse vrijdenker Voltaire wist reeds: “geen enkel sneeuwvlokje in een lawine voelt zich ooit verantwoordelijk”. Wat mij na de voorbije zwoele zomer het meest verontrust, is dat wij momenteel de gevolgen dragen van mechanismen die decennia geleden reeds in beweging zijn gezet. Door de inertie van het klimaatsysteem zal de impact van onze huidige (en bijna bandeloze) uitstoot vooral onze kinderen en kleinkinderen ongenadig hard treffen. De Europese staalindustrie neemt het voortouw Decarbonisatie van de zware industrie wordt dus een even dringende als dwingende noodzaak. De Europese staalindustrie neemt hierbij alvast het voortouw: momenteel zijn meer dan tien elektrische ovens in aanbouw, en liggen plannen voor nog een handvol ovens op de tekentafel. Het voornemen om hoogovens op middellange termijn te vervangen door duurzamere technologie wordt door de Europese staalfabrikanten geschraagd door concrete actieplannen en substantiële allocatie van kapitaal. De voetafdruk van toekomstig staal zal zo verschuiven van steenkool (onder de Hoe duurzaam is circulariteit? [1] ‘The Ethics of Climate Change’ van James Garvey biedt een toegankelijke en intellectueel eerlijke analyse over morele verantwoordelijkheid in de klimaatproblematiek. Warm aanbevolen, maar bij vlagen ook wrange lectuur. [2] https://www.milgro.eu/blog/https/www.milgro. eu/blog/ladder-van-lansink-bekeken-vanuit-eencirculair-perspectief Filip Van den Abeele
RkJQdWJsaXNoZXIy MzE2MDY=