Tekst: De brug over de Leopold III-laan (A201) bij Brussel is een markante aanwinst in het stedelijk landschap, die de bereikbaarheid, verkeersveiligheid, mobiliteit en leefbaarheid van de omgeving duurzaam verbetert. Met een totale lengte van 710 m - een stalen brugconstructie van 510 m en twee aanbruggen van 100 m – is de brug momenteel de langste fiets -en voetgangersbrug van Vlaanderen. Om een brug met deze imposante lengte te laten passen in de bebouwde omgeving, is een zo licht en transparant mogelijke verschijningsvorm ontworpen en is het geheel semi-integraal uitgevoerd. Het dek en de balustrades bestaan uit wit gecoat staal en de brug rust op V-vormige grijze stalen kolommen met versneden hoeken. Met haar geleidelijke stijging in één curve, het kaarsrechte traject en de gelijkmatige verdeling van de overspanningen integreert de brug vloeiend in de omgeving. En vormt, kaderend in het project ‘Werken aan de Ring’ van de Werkvennootschap, een essentiële schakel in het fietsnetwerk in de Vlaamse Rand.
Ondertitel: De structurele logica blijft bewust leesbaar
Tekst: De Lovelingbrug in Nevele (Deinze, Oost-Vlaanderen) is een nieuwe fiets- en voetgangersbrug die de dorpskernen van Vosselare en Nevele met elkaar verbindt over het afleidingskanaal van de Leie. Ze vervangt een verouderde brug en herstelt een historische verbinding in het landschap. De slanke stalen boogbrug overspant 56 m, varieert van 3 tot 6 m breed en vormt samen met trappen en twee aanloophellingen een U-vormig traject over het water. De brug werd zorgvuldig ingepast in een beperkte ruimte, met respect voor de omgeving van kanaal en dorp. De constructie is uitgepuurd: de bogen en het opgehangen brugdek zijn op elkaar afgestemd, de structurele logica blijft bewust leesbaar en het ontwerp van elementen zoals de borstwering, trekkers en scharnierverbindingen gebeurde met veel aandacht voor detail. Ondanks de uitdagingen bij fundering en montage, vormt de Lovelingbrug een herkenbaar, duurzaam en elegant landmark in Nevele.
Tekst: In het kader van de verbreding van de sluizen van Ampsin is de oude loopbrug gesloopt en vervangen door een constructie van weervast staal. Naast de Maas overspant de nieuwe loopbrug met een totale lengte van bijna 700 m ook de RN90 op de rechteroever en de nieuwe vispassage (van het type kunstmatige rivier) en een elektriciteitscentrale op de linkeroever. Ter hoogte van de Maas overspant de voetgangersbrug de dam en ondersteunt een rolbrug die nodig is voor het verplaatsen van de damwanden. Om architecturale redenen en om het onderhoud te beperken, zijn de meeste verbindingen van het ‘integrale’ type. Alle knooppunten tussen de brug en de betonnen landhoofden zijn perfecte ingeklemd, waardoor uitzettingsvoegen worden vermeden. De verbindingen tussen de pijlers en het brugdek zijn monolithisch, waardoor er geen oplegtoestellen nodig zijn. Alleen enkele lage pijlers die de hellingen ondersteunen, zijn voorzien van balans-oplegtoestel (met beperkt onderhoud). De moeilijkheid van een dergelijk ontwerp ligt in de noodzaak om de pijlers flexibel te maken om thermische uitzettingen mogelijk te maken (en klemmen te vermijden), terwijl tegelijkertijd een grote dwarsstijfheid behouden blijft om grote dwarsverplaatsingen te voorkomen. De geometrie van de pijlers, die door deze vaststelling wordt bepaald, is dan ook een rechthoekige koker van 850x180 mm met platen van 10 mm.
Plaats: Site éclusier d'Ampsin (sur la Meuse), Neuville (BE)
Opdrachtgever: SOFICO - Société de Financement Complémentaire des infrastructures / SPW - Service Public de Wallonie - Direction des Voies Hydrauliques de Liège, Liège (BE)
Architect: Bureau d'études Greisch / Canevas, Angleur (BE)
Studiebureau: Bureau d'études Greisch, Angleur (BE)
Tekst: In het kader van het stedenbouwkundig plan van de gemeente Moeskroen was het belangrijk om een voetgangersas te creëren die de snelgroeiende wijk Luingne met het station en het centrum van Moeskroen zou verbinden. Het bedrijf TRBA heeft in samenwerking met TMI voor de staalbouw de opdracht binnengehaald. Om de architecturale en technische uitdaging aan te gaan, werd gekozen voor een gemengde staal-betonnen loopbrug bestaande uit een U-vormige bakbrug overdekt met een luifel met een gedurfde geometrie. Het schuine dak heeft namelijk een variabele helling over de lengte van het bouwwerk, die in het midden omkeert en aan het andere uiteinde weer omhoog loopt. Het dak bestaat uit gelaste portalen van verschillende hoogtes, bedekt met 8 mm dikke platen met omgebogen randen en geflankeerd door verstijvers. De portalen zijn vastgeschroefd op de in het beton verankerde platen. Buizen verbinden de portalen met elkaar via boutverbindingen, waarop de eveneens vastgeschroefde platen worden bevestigd. De voetgangersbrug bestaat uit een gemengde staal-betonconstructie van 75 m lang, een brug met stalen overkapping. In totaal werd 36 ton S355J2-staal met bouten aan de betonnen brug bevestigd.
Tekst: Het station bestaat uit een loopbrug met een overspanning van 150 m die de sporen overspant en via trappen, roltrappen en liften toegang geeft tot de perrons. Aan de uiteinden van de loopbrug vormen een brede trap en twee roltrappen aan elke kant de ingangen van het station. Bovendien verbindt het station met zijn loopbrug het stadscentrum van Bergen (Mons) met het winkelgebied Grands Prés. Aan beide zijden van het station is een ondergrondse parkeergarage gebouwd met in totaal 860 plaatsen. De station-brug omvat een galerij met winkelruimtes die 15 sporen, 2 busperrons en 2 taxistandplaatsen overspant. Het gaat om een staalconstructie met een totale lengte van 242 m, met een maximale overspanning van 70 m tussen de steunen en uitkragende luifels van meer dan 25 m aan beide uiteinden. Deze staalconstructie vervult zijn structurele rol via twee schuine vakwerkbalken van 15 m hoog. De verticale belastingen worden opgevangen door 12 kolommen met dubbele scharnieren met een diameter van 450 mm, waarvan sommige van massief staal zijn.
Tekst: De ingrijpende renovatie – sloop, volledige heropbouw met behoud van de gevels – van een binnenblok in de Madeleinestraat in Luik omvat eveneens de aanleg van een begroeide patio die een parkeergarage overdekt. Deze centrale plek in het project vereist de aanleg van verticale verbindingen. Een wenteltrap van weervast staal verbindt twee loopbruggen die de bovenste verdiepingen met elkaar verbinden. Structureel gezien is het de bedoeling om steunen en andere elementen die de 'lezing van het object' bemoeilijken, tot een minimum te beperken. De trap bestaat uit een enkele centrale drager (een koker van 20 mm dik plaatstaal) en uitkragende treden van 8 mm. De staalplaten waaruit de centrale trapboom bestaat, zijn sterk scheluw (en niet ontwikkelbaar), wat een grote vakkundigheid vereist bij het op spanning brengen van deze platen. Deze trapboom is het enige structurele element van de trap dat ook de belasting van de loopbruggen die erop aansluiten moet opvangen. Door de plaatsing van de loopbruggen ontstaat een evenwichtig geheel op drie steunen, dat getuigt van het historische vakmanschap van de metaalbewerkers. De loopbruggen zijn trapeziumvormige stalen kokers met een variabele doorsnede van 30 cm hoog. Door het gebruik van staal kon hier een lichte en elegante structuur worden gerealiseerd, die gemakkelijk naar het midden van de patio kan worden vervoerd.
Tekst: De mijnspoorbruggen die ipv Delft ontwierp voor het Limburgse Hoensbroek zijn twee stoere stalen fietsbruggen bomvol referenties aan de rijke mijnbouwhistorie van de locatie. Het ontwerp doet sterk denken aan de stalen spoorbruggen van weleer, met dragende balustrades in de vorm van een stalen plaatligger met verticale schotten. Dankzij een slimme oplossing met aanslagnokken die voorkomen dat de brug bij een aanrijding in zijn geheel verschuift, kon gerekend worden met een relatief lichte aanrijdbelasting. Het resultaat: een slank brugdek. De twee bruggen zijn identiek qua ontwerp, maar verschillen in afmetingen (11x5 en 24x5 m). Beide liggen op de 34 km lange Parkstadroute, een nieuwe recreatieve fiets- en wandelroute die natuur en toeristische attracties in de Limburgse regio met elkaar verbindt. In Hoensbroek ligt de Parkstadroute deels op het talud van de voormalige mijnspoorlijn en dat is ook precies waar deze stalen bruggen zich bevinden.
Tekst: Gebruikmaken van de mogelijkheid van een infrastructuur met een primair technisch doel – het dragen van nutsnetwerken – om een loopbrug te ontwerpen die functioneel is voor het publiek. Dat is de oplossing die is gekozen voor de technische passerelle over het 'Canal de l'Ourthe' in Luik. Deze constructie ondersteunt een netwerk van ongeveer vijftig hoogspanningskabels die de stad van stroom voorzien en maakt ook een fiets- en voetgangersverbinding mogelijk tussen de twee oevers. De constructie, met een overspanning van 27,5 m, bestaat uit een U-vormig gedeelte met een breedte van 2 m en een hoogte van 40 cm, waarin alle hoogspanningskabels zijn ondergebracht. Een houten beplanking op het bovenste gedeelte werkt het brugdek af. Dit project, een initiatief van de intercommunale RESA, versterkt de zachte mobiliteit van de bestaande brug.
Ondertitel: Een nieuwe toegangsweg aan de overkant van de sporen
Tekst: Bij de bouw van het nieuwe station van Visé (Wezet), enkele honderden meters verwijderd van het oude station, was het noodzakelijk om dit station te verbinden met een nieuwe toegangsweg naar de perrons aan de andere kant van de spoorlijn. Hiervoor werd het bedrijf Galère gekozen als hoofdaannemer voor de totale bouw van het station, in samenwerking met TMI voor de staalbouw. Om het station met de perrons te verbinden, werd gekozen voor een stalen-betonnen loopbrug. Deze bestaat uit twee kokervormige vakwerken die de zijkanten vormen, die aan de onderkant met elkaar zijn verbonden door een betonplaat en aan de bovenkant door windverbanden uit profielstaal. Het geheel is overdekt met een naar binnen hellend dak met een centrale goot, zodat de esthetiek niet wordt verstoord door zichtbare buitenste dakgoten. De traveeën van de loopbrug zijn langs beide zijden ingevuld met stijf roestvast stalen traliewerk om een compleet systeem van veilige, duurzame en esthetische leuningen te verkrijgen. Aan deze loopbrug zijn twee trappen aangesloten die toegang geven tot de perrons, evenals twee kleine passerellen naar de liften, die ook toegang geven tot de perrons. De voetgangersbrug overspant de sporen met een 70 m lange gelast/geboute constructie van 75 ton S355J2-staal. Het geheel rust op betonnen pijlers.
Ondertitel: Geen structurele verbinding met de oevers
Tekst: De Middle Dock Bridge is een voetgangersbrug in het hart van Canary Wharf in Londen en is het sluitstuk van het Eden Project, dat het Middle Dock vergroent en klaarmaakt voor een duurzame toekomst. De brug heeft een lengte van 56,25 m en weegt ca. 160 ton. Een centrale koker (spine beam) steunt op twee pijlers in het Middle Dock. De uiteinden van de brug hebben geen structurele verbinding met de oevers. Het brede dek loopt aan beide zijden van de spine beam. De brug is in 2 helften uit België met speciaal transport aangevoerd, bij de definitieve locatie samengelast en afgewerkt en vervolgens ingevaren d.m.v. modulaire pontons en SPMT’s. De elegante vorm verbergt een hoge techniciteit, omdat het ontwerp rekening diende te houden met de historische kademuur (‘banana wall’) en met de onderliggende Jubilee Line metrotunnels. De brug, prachtig afgewerkt met duurzaam tropisch hout, verbindt de mensen door een oversteekplaats van het Middle Dock te bieden en door dankzij de centrale zitbank op de spine beam een rust- en ontmoetingsplek te zijn. Mensen die wonen en werken op Canary Wharf hebben de brug enthousiast in gebruik genomen en omarmd.