Tekst: <p>Le projet de construction ‘Tour CMA-CGM’ se compose d’un immeuble haut (tour) et d’un bâtiment secondaire (annexe). Le bureau d’architectes Zaha Hadid désirait réaliser une transition continue de la toiture vers l’annexe, constituée d’éléments en verre comme les façades vitrées de la tour. Les deux bâtiments sont séparés d’environ 30 m et les façades de la tour ne sont pas alignées avec l’annexe. Cela implique que le toit doit être courbé dans deux directions et qu’une sorte de noue doit être prévue à hauteur de l’angle de la tour. En outre, un très haut degré de finition était exigé. </p>
Tekst: Smulders Projects heeft 150 windmolenfundaties geproduceerd voor het Gemini Offshore Windpark aan de Nederlandse kust. De turbinefundatie is een onbemande structuur die bijna 100 kilometer uit de kust op zee geplaatst is. Voor het staal betekent dit hoge sterkte, vermoeiingsbestendigheid en een voldoende corrosiebescherming. De monopile is in Hoboken uitgerust met stalen platformen, ladders en boatlandings.
Plaats: 54.036°N - 5.963°E, Noordzee (NL)
Opdrachtgever: Typhoon Offshore, Amsterdam (NL)
Studiebureau: Ramboll, Esbjerg (DK)
Controlebureau: DNV-GL, Arnhem
Hoofdaannemer: Van Oord Offshore Wind Projects, Gorinchem (NL)
Tekst: Smulders Projects a produit 150 fondations pour éoliennes destinées au Gemini Offshore Windpark sur la côte néerlandaise. La fondation des éoliennes est une structure non habitée qui a été placée en mer à environ 100 kilomètres de la côte. Pour l’acier, ceci représente une solidité élevée, une grande résistance à la fatigue et une protection suffisante contre la corrosion. Le monopile a été équipé à Hoboken de plates-formes, d’échelles et de boatlandings en acier.
Plaats: 54.036°N - 5.963°E, Noordzee (NL)
Opdrachtgever: Typhoon Offshore, Amsterdam (NL)
Studiebureau: Ramboll, Esbjerg (DK)
Controlebureau: DNV-GL, Arnhem
Hoofdaannemer: Van Oord Offshore Wind Projects, Gorinchem (NL)
Tekst: Het gebouw waarin de bibliotheek is ondergebracht, dateert uit het einde van de 19e eeuw en heeft in de loop der tijd heel wat verbouwingen ondergaan. De wijzigingen uit de jaren '50, waardoor de capaciteit op hetzelfde oppervlak verdubbeld werd, leidden tot instortingsgevaar in geval van brand. In deze context werd dan ook beslist om de bibliotheek van boven tot onder te renoveren. Een centrale monumentale trap bedient de 4 verdiepingen. Hij steunt op de verschillende overlopen en hangt met roestvaststalen kabels op aan de koepel.
Tekst: <p>La colline de Holmenkollen est un lieu constituant l’identité d’Oslo. Sa silhouette caractéristique dans l´horizon d’Oslo est une icône évidente. La création d’un nouveau tremplin à cet emplacement historique a donc nécessité une pleine conscience de ses traditions. Le projet travaille avec trois profondeurs de champs: le panorama au loin, le proche, au pied de la pente, et la vue vers l’extérieur. Sa silhouette est soulignée par sa découpe simple et acérée. Ce profil protège des vents dominants et se prolonge parallèlement en bas pour créer une zone accueillant les gradins. Le sommet accueille une plate-forme d’observation. </p>
Tekst: <p>Een vorm, een massa ... een toren, een donjon! Belangrijk in dit project was dat de kracht van het oorspronkelijke concept behouden moest blijven, vrij van architectonische kunstgrepen of staaltjes van technisch kunnen. Daarom koos de architect ervoor om radicaal met weervast staal te werken. Het was een gelegenheid om te experimenteren met een ander bouwconcept: een volume volledig in zelfpatinerend structuurstaal, vervaardigd in de werkplaats om het dak van de kapel te vervangen. Dankzij de kubus, met ribben van ongeveer 6 m, wordt het bestaande volume in de hoogte verdubbeld en worden drie niveaus gecreëerd. Het uiterlijk van het warmgewalste zwarte staal verandert elke dag en krijgt geleidelijk aan zijn typische roestkleur waardoor het aansluit op de zandsteen waarin de basis is opgetrokken. Is het blok massief of is het hol? De architectuur laat niets los over haar technische karakter of haar plan, wars van alle gekunsteldheid ... dankzij het staal!
</p>
Tekst: <p>Het doortrekken van de Parijse T3-tramlijn zowel naar het zuiden als naar het noorden, noodzaakt specifieke infrastructuurwerken. Eén van de belangrijkste ervan is de verbreding van de Pont National over de Seine. Deze brug uit 1852 die in 1936 al werd verbreed, werd nu een tweede maal uitgebreid met een 4 m brede en 260 m lange sta-len voetgangerspasserelle die rechtstreeks op het kunstwerk werd verankerd.<br>
De passerelle bestaat uit 3 hyperstatische delen die middels 7 V-vormige stekers met kruisvormige doorsnede op de bestaande brugpijlers steunen. Ter hoogte van de aansluiting met de pijlers lopen de stekers samen in een speciaal ontworpen giet-stuk dat in het beton van de brug is ingeklemd. </p>
Tekst: Het Umbrella-project omvatte het vervangen van de bestaande dakpanelen van het 9000 m2 grote betondak boven de vijf productielijnen in de productiehallen van Coca Cola in Dongen. De opdracht werd niet alleen verleend op basis van haar prijsstelling, maar ook vanwege het plan van aanpak van de staalbouwer, met een alternatieve uitvoeringsmethodiek.
Tekst: Kan een gebouw vandaag, realistisch gezien, de perfecte uitvoering van een ontwerp zijn? Het kan wel degelijk, als we kijken naar de "Nuvola" en "Lanterna" gerealiseerd door Stahlbau Pichler voor Fuksas. Het kenmerk van de Studio, de ruit met variabele geometrie van glas en staal bovenop het voormalige gebouw van de Militaire Unie, past perfect in het historische centrum van de hoofdstad. Het project als geheel is een architectuur die haar eigen tijdperk aan de kaak stelt en aantoont hoe belangrijk het is, zelfs voor de Eeuwige Stad, om een moderniteit te bouwen die de dialoog aangaat met het verleden, en tegelijk haar eigen waarde bevestigt. Het Palazzo werd gebouwd in het begin van 1900 en heeft vier verdiepingen die gebruikt worden voor commerciële activiteiten. Het renovatie-project gaat uit van twee benaderingen: licht op de gebouwschil, engineering voor de interne structuur (genaamd "Lanterna") en voor het dak (genaamd "Nuvola"). Een belangrijke wijziging betreft de constructie van de centrale staalconstructie die, vertrekkend van de onderkant van het gebouw, stijgt en de vier verdiepingen doorkruist, om bovenaan uit te komen bij de overdekking van een panoramisch terras van ongeveer 300 vierkante meter. Er zijn twee soorten glas gebruikt: zeer selectief dubbel glas voor de Nuvola en enkel glas voor de Lanterna; de twee beglaasde elementen bestaan uit ongeveer 1.000 driehoekige modules, elk met verschillende afmetingen, die ongeveer 2.000 vierkante meter beslaan. De toegepaste bouwtechniek is interessant: een structuur die zijn sterkte krijgt dankzij haar vorm, niet door de doorsneden van de profielen maar door het concept dat gebaseerd is op de gedrukte structuren die typisch zijn voor de oude Romeinse bogen. Meer in detail worden de glasoppervlakken ondersteund door stijve stalen staven, bestaande uit op maat gewalste profielen in S275 en S355. Het gebruik van het BIM-platform (Building Information Modeling), dat de samenwerking tussen opdrachtgevers en externe leveranciers bevordert en zo de uiteindelijke kosten drukt, was van fundamenteel belang voor het beheer van alle fasen van het proces, van modellering tot structurele berekeningen, van inkoop tot productie. Vanuit architectonisch oogpunt werd het bouwwerk onmiddellijk een eigentijds oriëntatiepunt en een bekende plaatsnaam; het dak is 8 m hoog vanaf het maaiveld en de driehoekige basisgeometrie bevat de verticale verbindingen, dienstruimten, hulpruimten en een deel van de installaties. De hierdoor gecreëerde openheid over de volle hoogte maakt het mogelijk de verschillende verdiepingen te zien, die elk voor het publiek een ruimte openen die wordt gekenmerkt door vloeren versierd met "bellen" van verschillende grootte en kleur, in schakeringen van rood, oranje en paars op een witte achtergrond. De benedenverdieping, ontworpen om een grote winkel te huisvesten, is ook een open en toegankelijke ruimte die de Via Tomacelli verbindt met het aangrenzende plein. Ook het meubilair is ontworpen door Studio Fuksas, hoofdzakelijk in glasvezel en met de nadruk op vloeiende lijnen. Een trap met door LED verlichte glazen treden en spiegelende oppervlakken vervolledigt het interieurontwerp en verbindt de ruimtes. Ten slotte biedt een glazen vloer op de benedenverdieping zicht op sommige van de archeologische overblijfselen die tijdens de werkzaamheden aan het licht zijn gekomen.
Plaats: Palazzo dell'Ex Unione Militare, Via del Corso - Via Tomacella, Roma (IT)
Nieuwe koepel van glas en staal in historisch centrum
Kan een gebouw vandaag, realistisch gezien, de perfecte uitvoering van een ontwerp zijn? Het kan wel degelijk, als we kijken naar de "Nuvola" en "Lanterna" gerealiseerd door Stahlbau Pichler voor Fuksas. Het kenmerk van de Studio, de ruit met variabele geometrie van glas en staal bovenop het voormalige gebouw van het Palazzo dell'Ex Unione Militare (Militaire Unie), past perfect in het historische centrum van de hoofdstad. Het project als geheel is een architectuur die haar eigen tijdperk aan de kaak stelt en aantoont hoe belangrijk het is, zelfs voor de Eeuwige Stad, om een moderniteit te bouwen die de dialoog aangaat met het verleden, en tegelijk haar eigen waarde bevestigt. Het Palazzo werd gebouwd in het begin van 1900 en heeft vier verdiepingen die gebruikt worden voor commerciële activiteiten. Het renovatie-project gaat uit van twee benaderingen: licht op de gebouwschil, engineering voor de interne structuur (genaamd "Lanterna") en voor het dak (genaamd "Nuvola").
Lanterna en Nuvola
Een belangrijke wijziging betreft de constructie van de centrale staalconstructie die, vertrekkend van de onderkant van het gebouw, stijgt en de vier verdiepingen doorkruist, om bovenaan uit te komen bij de overdekking van een panoramisch terras van ongeveer 300 vierkante meter. Er zijn twee soorten glas gebruikt: zeer selectief dubbel glas voor de Nuvola en enkel glas voor de Lanterna; de twee beglaasde elementen bestaan uit ongeveer 1.000 driehoekige modules, elk met verschillende afmetingen, die ongeveer 2.000 vierkante meter beslaan. De toegepaste bouwtechniek is interessant: een structuur die zijn sterkte krijgt dankzij haar vorm, niet door de doorsneden van de profielen maar door het concept dat gebaseerd is op de gedrukte structuren die typisch zijn voor de oude Romeinse bogen. Meer in detail worden de glasoppervlakken ondersteund door stijve stalen staven, bestaande uit op maat gewalste profielen in S275 en S355. Het gebruik van het BIM-platform (Building Information Modeling), dat de samenwerking tussen opdrachtgevers en externe leveranciers bevordert en zo de uiteindelijke kosten drukt, was van fundamenteel belang voor het beheer van alle fasen van het proces, van modellering tot structurele berekeningen, van inkoop tot productie.
Eigentijds oriëntatiepunt
Vanuit architectonisch oogpunt werd het bouwwerk onmiddellijk een eigentijds oriëntatiepunt en een bekende plaatsnaam; het nieuwe dak is tot 8 m hoog in de top en de driehoekige basisgeometrie bevat de verticale verbindingen, dienstruimten, hulpruimten en een deel van de installaties. De hierdoor gecreëerde openheid over de volle hoogte maakt het mogelijk de verschillende verdiepingen te zien, die elk voor het publiek een ruimte openen die wordt gekenmerkt door vloeren versierd met "bellen" van verschillende grootte en kleur, in schakeringen van rood, oranje en paars op een witte achtergrond. De benedenverdieping, ontworpen om een grote winkel te huisvesten, is ook een open en toegankelijke ruimte die de Via Tomacelli verbindt met het aangrenzende plein. Ook het meubilair is ontworpen door Studio Fuksas, hoofdzakelijk in glasvezel en met de nadruk op vloeiende lijnen.
Een trap met door LED verlichte glazen treden en spiegelende oppervlakken vervolledigt het interieurontwerp en verbindt de ruimtes. Ten slotte biedt een glazen vloer op de benedenverdieping zicht op sommige van de archeologische overblijfselen die tijdens de werkzaamheden aan het licht zijn gekomen.
Tekst: <p>La Musée de la Marine d’Amsterdam se trouve depuis 1973 dans le ’s Lands Zeemagazijn, un en-trepôt bâti en 1656 selon les plans de l’architecte de la ville Daniel Stalpaert. Liesbeth van der Pol, du bureau d’architectes Dok, a signé la rénovation générale ; Laurent Ney, de Ney & Partners, s’est chargé de la conception de la verrière de couver-ture de la cour intérieure, qui protège ce lieu de rassemblement des visiteurs. Le Service des Monu-ments Historiques avait, au départ, de sérieux doutes quant à la pertinence de cette couverture.<br>
La structure en acier a été conçue suivant la géo-métrie de la rose des vents qu’on retrouve sur les cartes maritimes historiques de la collection du musée. Cette géométrie de base a été rationalisée et divisée en triangles, quadrilatères, pentagones et hexagones. Cette forme permet à chaque élément de la verrière de participer au transfert des efforts.</p>
Tekst: <p>Het kunstwerk overspant de Deule en vormt de verbinding tussen twee drukke provinciale wegen. Het is een traditioneel gebouwde brug in staal en beton: een dubbele ligger met een totale overspanning van 123 m, verdeeld in twee traveeën van 33,50 m en een middentravee van 56 m. Dankzij de breedte van 15,40 m biedt de brug plaats aan twee rijstroken, twee fietsstroken en twee voetgangersstroken.</p>
Tekst: Le nouvel ouvrage est l’élément majeur de la nouvelle autoroute A 150. Le fort dénivelé, de l’ordre de 60 m, entre les deux versants boisés de la brèche impose un ouvrage exceptionnel d’une longueur de plus de 478 m. Le viaduc surplombant l’Austreberthe, petit affluent de la Seine, dispose d’un tablier en structure mixte acier-béton reposant sur cinq piles en béton armé, ancrées au fond de la vallée, et sur deux culées.
Plaats: Centre d’exploitation A150, BP 36, Barentin
Opdrachtgever: A150 Albea, Barentin (FR)
Architect: STRATES Ouvrages d’Art, Lyon (FR)
Studiebureau: INGEROP, Courbevoie (FR)
Hoofdaannemer: GIE A150, Orsay (FR)
Staalbouwer: Victor Buyck Steel Construction, Eeklo
Tekst: <p>La conception de l’ouvrage final et de sa méthode de construction a du tenir compte de contraintes fortes: les dimensions de la ravine à franchir et son inaccessibilité. C’est un pont à béquille qui a été retenu pour franchir près de 300 m à 170 m de haut. Le fonctionnement de l’ouvrage sous charges de poids propre est particulier: ce n’est pas celui d’un arc, habituellement rencontré pour un pont à béquille mais bien celui d’une structure en encorbellement. De gigantesques culées à contrepoids enterrées équilibrent la structure par l’intermédiaire de câbles de précontrainte. Seules des charges verticales sont transmises au terrain. Le tablier de 20 m de large et 288 m de long est un caisson entièrement métallique à dalle orthotrope. Des aciers de précontrainte (torons gainés graissés et torons clairs fprg 1860 N/mm²) sont également utilisés, dans les bracons, dans les culées, et au travers du tablier et des culées, pour forcer le fonctionnement et mobiliser le contrepoids.
</p>