Ondertitel: De structurele logica blijft bewust leesbaar
Tekst: De Lovelingbrug in Nevele (Deinze, Oost-Vlaanderen) is een nieuwe fiets- en voetgangersbrug die de dorpskernen van Vosselare en Nevele met elkaar verbindt over het afleidingskanaal van de Leie. Ze vervangt een verouderde brug en herstelt een historische verbinding in het landschap. De slanke stalen boogbrug overspant 56 m, varieert van 3 tot 6 m breed en vormt samen met trappen en twee aanloophellingen een U-vormig traject over het water. De brug werd zorgvuldig ingepast in een beperkte ruimte, met respect voor de omgeving van kanaal en dorp. De constructie is uitgepuurd: de bogen en het opgehangen brugdek zijn op elkaar afgestemd, de structurele logica blijft bewust leesbaar en het ontwerp van elementen zoals de borstwering, trekkers en scharnierverbindingen gebeurde met veel aandacht voor detail. Ondanks de uitdagingen bij fundering en montage, vormt de Lovelingbrug een herkenbaar, duurzaam en elegant landmark in Nevele.
Tekst: <p>De luifel voor de tramhalte van het Flageyplein kadert in de totale heraanleg van het plein. De stalen structuur van de luifel torst een glazen dak dat de sporen en kades beschermt over een oppervlakte van bijna 900 m2. De toegangen tot de parkings, gelegen onder het plein, die in dezelfde materialen zijn opgebouwd, zorgen voor een coherent geheel. De stalen structuur van de luifel, die het verkeer van twee tramsporen mogelijk maakt, bestaat uit drie rijen van 9 kolommen waarvan het silhouet verwijst naar dat van de bomen die langs de vijvers van Elsene staan. De structuur van de kolommen vertakt zich in nog fijnere twijgen die rechtstreeks de beglazing dragen. </p><p>De staalstructuur van de brede transparante luifel roept door zijn lichtheid beelden op van de bomen die langs de nabijgelegen vijvers staan. Haar efficiënt ontwerp en haar elegante aanwezigheid dragen bij tot de herinrichting en vernieuwing van de ganse publieke ruimte.</p>
Tekst: <p>In Leuven werden het Rector De Somerplein en het aanpalende Margarethaplein heraangelegd en grondig heringericht. Het doorgaand verkeer wordt voortaan omgeleid en de twee bushaltes op het voormalige 'Fochplein' zijn uit elkaar getrokken.</p><p>Doel van de nieuwe bushaltes en luifels op de twee pleinen was een eenduidige aanpak, gepaste beeldwaarde en duidelijke identiteit. <br />De luifel op het De Somerplein bestaat uit een glooiend glazen dak dat ondersteund wordt door een roestvaststalen draagstructuur. De kolommen dragen het dak in uitkraging en tevens de glazen wand die als windscherm fungeert.</p><p>De glazen wand van de luifel loopt door als wand van de fietsparking. De glaswand vormt een weerkerend thema doorheen het project. <br />Door middel van zeefdruk tussen de glasplaten kunnen delen aan het zicht onttrokken worden waar nodig.</p><p>De bushalte op het Margarethaplein is zichtbaar familie van de bushalte op het Rector Desomerplein: een glazen dak wordt ondersteund door een roestvrijstalen structuur.</p>
Ondertitel: De dunne afdekplaten zijn samengevoegd in een origami
Tekst: <p>In het plan voor volledige herontwikkeling van de infrastructuur voor openbaar vervoer, met speciale aandacht voor bussen en de lichte metro van Charleroi (MLC), zit ook het omvormen van de esplanade en de Samberkaaien voor het station van Charleroi-Sud.
</p>
<p>De eerste fase omvat de verplaatsing en verdubbeling van de sporen van de tramlijn die over de esplanade loopt en de bouw van twee nieuwe 52 m lange verhoogde perrons voor het lightrailsysteem. De tweede fase omvat de volledige reorganisatie van de perronhaltes, voetpaden, fietspaden, rijwegen en busparkeerplaatsen op het terrein.
</p>
<p>Alle perrons, voor zowel metro als bus, zijn overdekt met lineaire combinaties van beschermende stalen luifels die op slanke cilindrische kolommen zijn geplaatst en waarvan de dunne afdekplaten zijn samengevoegd in een origami die de hele structuur verstijft. Alle metalen elementen van de luifels, leuningen en straatmeubilair die specifiek zijn voor de nieuwe ontwikkeling zijn afgewerkt met witte lak. Deze is glanzend aan de onderkant van de luifels om de indirecte verlichting van de perrons te weerspiegelen.</p>
<p>De derde fase omvat de bouw van drie nieuwe gebouwen voor de TEC: een ontvangstgebouw voor gebruikers; een rustgebouw voor TEC-personeel en chauffeurs, met toiletten en een cafetaria; en een technisch gebouw voor de elektrische en digitale apparatuur. </p>
Ondertitel: Stalen brugconstructie over congrescentrum
Tekst: <p>Compact, duurzaam en met een uitgesproken identiteit: zo profileert het nieuwe provinciehuis in Antwerpen. Massief maar door zijn opvallende torsie en zijn driehoekige ramen toch elegant, tekent de toren – veertien verdiepingen hoog – zich af tegen de lucht en kadert hij harmonieus in het omliggend groen. <br>Op de vierde en vijfde verdieping van de toren overspannen drie stalen spanten de onderliggende laagbouw van het congresgebouw. De buitenste spanten zijn ingestort in het beton en volgen de gedraaide vorm van het gebouw. <br>De congreszaal, het auditorium en het foyer werden deels ondergronds en dwars in de sokkel van het kantoorblok geschoven. <br>Het congresgebouw ontworpen als een staalskeletconstructie, heeft een open plattegrond met grote kolomvrije overspanningen zoals vereist voor de vergaderruimtes, het auditorium en de tentoonstellingshal. Hier valt de sierlijke stalen trap op die de verschillende niveaus met elkaar verbindt.</p>
Architect: XDGA-Xaveer De Geyter Architects, Brussel
Studiebureau: Bollinger + Grohmann, Brussel
Controlebureau: SECO, Brussel
Hoofdaannemer: THV Democo Denys, Wondelgem
Staalbouwer: International Metal Works, Tessenderlo
Ander staal: Blitta, Venray (NL) (gevels)
Infosteelleden: SECO
Foto: Matthias Van Rossen (XDGA-Xaveer De Geyter Architects)
Compact, duurzaam en met een uitgesproken identiteit: zo profileert het nieuwe provinciehuis in Antwerpen. Massief maar door zijn opvallende torsie en zijn driehoekige ramen toch elegant, tekent de toren – veertien verdiepingen hoog – zich af tegen de lucht en kadert hij harmonieus in het omliggend groen. Op de vierde en vijfde verdieping van de toren overspannen drie stalen spanten de onderliggende laagbouw van het congresgebouw. De buitenste spanten zijn ingestort in het beton en volgen de gedraaide vorm van het gebouw. De congreszaal, het auditorium en het foyer werden deels ondergronds en dwars in de sokkel van het kantoorblok geschoven. Het congresgebouw ontworpen als een staalskeletconstructie, heeft een open plattegrond met grote kolomvrije overspanningen zoals vereist voor de vergaderruimtes, het auditorium en de tentoonstellingshal. Hier valt de sierlijke stalen trap op die de verschillende niveaus met elkaar verbindt.
Tekst: In het begin van de jaren 2000 moest het merendeel van de publieke zwembaden in de Vurige Stede de deuren sluiten vanwege gezondheids- en/of veiligheidsredenen, waardoor de Luikenaars zich verplicht zagen om baantjes te gaan trekken in de naburige (deel)gemeenten. In 2011 weerklonk het startschot voor de realisatie van een nieuw zwembad in de Jonfosse-wijk, dat intussen in gebruik genomen is. Het imposante sheddak draagt in belangrijke mate bij tot de sportieve beleving.
In het begin van de jaren 2000 moest het merendeel van de publieke zwembaden in de Vurige Stede de deuren sluiten vanwege gezondheids- en/of veiligheidsredenen, waardoor de Luikenaars zich verplicht zagen om baantjes te gaan trekken in de naburige (deel)gemeenten. In 2011 weerklonk het startschot voor de realisatie van een nieuw zwembad in de Jonfosse-wijk, dat intussen in gebruik genomen is. Het imposante sheddak draagt in belangrijke mate bij tot de sportieve beleving.
Ondertitel: Les minces tôles de couverture sont assemblées en un origami
Tekst: <p>Dans le cadre du réaménagement complet des infrastructures des transports en commun (TEC), et plus particulièrement les bus et le métro léger de Charleroi (MLC), s’inscrit également la transformation de l’esplanade et des quais de Sambre devant la gare ferroviaire de Charleroi-Sud.
</p>
<p>Le premier volet consiste à déplacer et dédoubler les voies de la ligne de tram qui traverse l’esplanade et de construire deux nouveaux quais surélevés de 52 m de long pour le métro léger. Le second volet concerne la réorganisation complète des arrêts à quais, des trottoirs, des pistes cyclables, des voiries et des zones de parkings pour les bus sur le site.
</p>
<p>La totalité des quais, tant pour le métro que pour les bus, est recouverte de combinaisons linéaires d’auvents de protection métalliques, posés sur de fins poteaux cylindriques et dont les minces tôles de couverture sont assemblées en un origami qui raidit l’ensemble de la structure. Tous les éléments métalliques des auvents, des garde-corps et du mobilier urbain propres aux nouveaux aménagements reçoivent une finition laquée blanche. Celle-ci est brillante en face inférieure des auvents pour refléter l’éclairage indirect des quais.
</p>
<p>Le troisième volet concerne la construction de trois nouveaux bâtiments pour le TEC : un bâtiment d’accueil pour les usagers ; un bâtiment de repos pour les agents et chauffeurs du TEC ; et un bâtiment technique qui reçoit les équipements électriques et digitaux.</p>
Ondertitel: Construction en forme de pont enjambant un centre de congrès
Tekst: <p>Compacte, durable et dotée d’une identité distincte: voilà comment se présente la nouvelle Maison de la Province d’Anvers. Massive mais malgré tout élégante grâce à une remarquable torsion longitudinale et ses fenêtres triangulaires, la tour de quatorze étages se détache du ciel et se fond harmonieusement dans la verdure environnante. <br>Aux quatrième et cinquième étage de la tour, trois fermes en acier enjambent le bâtiment des congrès sous-jacent. Les fermes extérieures sont encastrées dans le béton et suivent la forme torsadée du bâtiment. <br>La salle de congrès, l’auditorium et le foyer ont été à moitié enfouis sous terre et sont implantés tranversalement dans le socle de l’immeuble de bureaux. Conçu comme une construction à ossature métallique, le centre de congrès présente un plan ouvert avec de grandes portées sans colonnes, comme l’exigent les salles de réunion, l’auditorium et le hall d’exposition. Le gracieux escalier réalisé en acier et reliant les différents niveaux est particulièrement remarquable.</p>
Architect: XDGA-Xaveer De Geyter Architects, Brussel
Studiebureau: Bollinger + Grohmann, Brussel
Controlebureau: SECO, Brussel
Hoofdaannemer: THV Democo Denys, Wondelgem
Staalbouwer: International Metal Works, Tessenderlo
Ander staal: Blitta, Venray (NL) (gevels)
Infosteelleden: SECO
Foto: Matthias Van Rossen (XDGA-Xaveer De Geyter Architects)
Compacte, durable et dotée d’une identité distincte: voilà comment se présente la nouvelle Maison de la Province d’Anvers. Massive mais malgré tout élégante grâce à une remarquable torsion longitudinale et ses fenêtres triangulaires, la tour de quatorze étages se détache du ciel et se fond harmonieusement dans la verdure environnante. Aux quatrième et cinquième étage de la tour, trois fermes en acier enjambent le bâtiment des congrès sous-jacent. Les fermes extérieures sont encastrées dans le béton et suivent la forme torsadée du bâtiment. La salle de congrès, l’auditorium et le foyer ont été à moitié enfouis sous terre et sont implantés tranversalement dans le socle de l’immeuble de bureaux. Conçu comme une construction à ossature métallique, le centre de congrès présente un plan ouvert avec de grandes portées sans colonnes, comme l’exigent les salles de réunion, l’auditorium et le hall d’exposition. Le gracieux escalier réalisé en acier et reliant les différents niveaux est particulièrement remarquable.
Ondertitel: Met staal als cruciaal en recycleerbaar bouwelement
Tekst: <p>Met staal als cruciaal en recycleerbaar bouwelement<br> Het project voor een nieuw kantoorgebouw dat alle algemene diensten groepeert van ORES, de belangrijkste distributienetbeheerder in Wallonië, vormde een ideale gelegenheid om de principes van circulair bouwen toe te passen, met veel inwisselbare en demonteerbare elementen. </p> <p>Zo is ook stalen kolomstructuur is relatief gemakkelijk te demonteren. Om grote overspanningen van 11 m te kunnen realiseren, werden de stalen buizen met een diameter van 355 mm (begane grond) en 273 mm (eerste en tweede verdieping) gebruikt als kolommen, opgevuld met beton. Deze kolommen dragen stalen I-profielen die zijn ingebed in de vloerplaten. </p> <p>Ook aan de buitenkant van het ORES-gebouw speelt staal een prominente rol, meer bepaald in de vorm van uitkragingen, terrassen met zichtbare kolommen en luifels in strekmetaal. Dankzij zijn vooruitstrevende ontwerp, modulariteit en aanpasbaarheid symboliseert het ORES-hoofdkantoor de voortdurende transformatie van het bedrijf. </p>
Plaats: Avenue Jean Mermoz 14, Gosselies
Opdrachtgever: ORES, Gosselies
Architect: archipelago, Brussel
Studiebureau: GEI Génie Civil, Drogenbos
Controlebureau: SECO Belgium, Diegem
Hoofdaannemer: FRANKI, Flémalle
Staalbouwer: Bemelmans, Thimister-Clermont
Ander staal: Limeparts-Drooghmans, Genk
Infosteelleden: SECO Belgium
Foto: Steven Massart - Architectuurreportage
Met staal als cruciaal en recycleerbaar bouwelement Het project voor een nieuw kantoorgebouw dat alle algemene diensten groepeert van ORES, de belangrijkste distributienetbeheerder in Wallonië, vormde een ideale gelegenheid om de principes van circulair bouwen toe te passen, met veel inwisselbare en demonteerbare elementen.
Zo is ook stalen kolomstructuur is relatief gemakkelijk te demonteren. Om grote overspanningen van 11 m te kunnen realiseren, werden de stalen buizen met een diameter van 355 mm (begane grond) en 273 mm (eerste en tweede verdieping) gebruikt als kolommen, opgevuld met beton. Deze kolommen dragen stalen I-profielen die zijn ingebed in de vloerplaten.
Ook aan de buitenkant van het ORES-gebouw speelt staal een prominente rol, meer bepaald in de vorm van uitkragingen, terrassen met zichtbare kolommen en luifels in strekmetaal. Dankzij zijn vooruitstrevende ontwerp, modulariteit en aanpasbaarheid symboliseert het ORES-hoofdkantoor de voortdurende transformatie van het bedrijf.
Tekst: <p>Le bâtiment du Park and Ride est un élément-clé du pôle d’échange Cloche d’Or au sud de la capitale du Grand-Duché de Luxembourg. Avec sa capacité d’environ 2.000 places de stationnement, il offre à ses utilisateurs le confort d’un pôle d’échange à proximité directe des liaisons bus et du tram. </p>
<p>La construction portante principale du parking (120 x 90/95 m) est composée d’une structure mixte acier/béton facilement montable et démontable. Elle se compose de poteaux et de poutres en acier (profilés laminés IPE) et de dalles en béton. La collaboration poutre/ plancher est assurée par des goujons soudés en usine sur la semelle supérieure des poutres en acier. Les poutres et colonnes en acier du niveau -1 et du rez-de-chaussée sont partiellement ou entièrement enrobées de béton, ce qui garantit la stabilité au feu R120 sans protection supplémentaire.</p>
<p>Les poteaux du niveau -1 jusqu’au niveau rez-de-chaussée seront composés de profilés laminés, qui vont travailler en section mixte avec des armatures et du béton autour des profilés pour garantir une résistance RF120 (poteaux complètement enrobés). </p>
<p>Une toiture métallique couvre les places de parking du dernier étage. Ce concept présente le grand avantage que ces places de parking sont utilisables en tout temps, même en cas de neige, de fortes pluies et d’ensoleillement intense. La toiture de 6420 m2 pourra être utilisée pour l’implantation de panneaux photovoltaïques.</p>
<p> La façade est constituée de tôles métalliques perforées pour refléter la lumière naturelle le jour, mais suffisamment transparentes, pour laisser passer la lumière artificielle la nuit. Les panneaux de façade ont des micros-perforations irrégulières et sont installés avec des inclinaisons variables pour donner une enveloppe variée au bâtiment.</p>