Tekst: <p>Dit gebouw, dat onderdak bood aan de Beurs van Brussel, werd ontworpen door architect Léon-Pierre Suys en gebouwd tussen 1868 en 1873 in neopalladische stijl. In 1930 werd het gemoderniseerd door architect François Malfait. Het project omvatte de omvorming tot 'Belgian Beer World', dat ook het Belgian Beer Experience Centre, een conferentiecentrum, een panoramische brasserie op het dak, een restaurant, een winkelruimte en een administratieve en dienstruimte omvat. </p>
<p>De meest opvallende metalen structuren in dit project zijn de Skybar, de trappen bij de zijingangen en de korven met occuli die uitzicht bieden op de archeologische site. Het nieuwe dak Skybar bestaat uit een licht metalen gaas dat wordt ondersteund door latten. Deze worden regelmatig ondersteund door kruisvormige kolommen die door de glazen doos lopen. De relatieve hoogte van de structuur, samen met de lage wind- en sneeuwbelasting, maakt grote overspanningen en aanzienlijke overstekken mogelijk. In het centrale deel hangt het glazen dak van de grote bar aan de luifel. De trappen aan de zijingangen zijn gemaakt van een zeer lichte metalen structuur. De leuningen, gemaakt van zeer dunne platte spijlen, ondersteunen de trap asymmetrisch aan een van de 2 zijden. </p>
Tekst: <p>Ce bâtiment, qui abritait la Bourse de Bruxelles, a été conçu par l’architecte Léon-Pierre Suys, et construit entre 1868 et 1873 en style néo-palladien. Il fut modernisé en 1930 par l’architecte François Malfait. Le projet consistait en sa réaffectation en «Belgian Beer World» comprenant également le Centre d’expérience Belge de la Bière, un centre de conférences, une brasserie panoramique sur le toit, un restaurant, une zone commerciale, une zone administrative et de services. </p>
<p>Les structures métalliques les plus remarquables de ce projet sont le Skybar, les escaliers des entrées latérales et les corbeilles avec occuli permettant une visibilité sur le site archéologique. Le nouveau Skybar en toiture est constituée d’une résille métallique légère supportée par des lames. Celles-ci s’appuient régulièrement sur des colonnes cruciformes traversant la boîte en verre. La hauteur relative de la structure ainsi que la faible prise au vent et à la neige, permettent des grandes portées et des porte-à-faux conséquents. Dans la partie centrale, la toiture vitrée du grand bar est suspendue à l’auvent. Les escaliers des entrées latérales sont composés d’une structure métallique très légère. Les garde-corps constitués de plats très fins supportent l’escalier de manière asymétrique sur un des 2 côtés. </p>
Tekst: <p>In ‘Le Cité’, het nieuwe sociaal-culturele centrum, werd een mediatheek, een cybercafé, een tentoonstellingsruimte en een zaal voor conferenties en films ondergebracht. De architecturale opzet is om te spelen met lichtheid en
Tekst: <p>De stadsbrug De Oversteek verbindt Nijmegen-West met de stadsuitbreiding op de noordoever van de Waal.</p><p>De brug bestaat uit vier rijbanen en een pechstrook. Aan de stadskant is een pad van 4 m breed voor fietsers en voetgangers gecreëerd. De totale lengte van de brug is 1.195 m, inclusief aanbruggen. De stalen brugconstructie is met een hoofdoverspanning van 285 m de grootste enkelvoudige boogbrug in Europa. Deze hoofdoverspanning overspant niet alleen de vaargeul, maar de hele rivier.</p><p>De boogconstructie sluit aan op de vormgeving van de oude Waalbrug. Het traditionele metselwerk met bakstenen aan de zijkanten van de aanbruggen verwijst naar Nijmegen als stad en geeft de brug een stedelijk karakter.</p><p>Door gebruik te maken van de krachtswerking van de boog is de brug met een minimum aan staal uitgevoerd. Vanwege deze slankheid van de brug, de beeldkwaliteit en de eisen voor de brandveiligheid is geopteerd voor hoogwaardig staal.</p>
Tekst: <p>Voor dit gebouw, dat een kinderdagverblijf, een gemeenschappelijke ruimte, vijf sociale woningen en een parking omvat, werd om esthetische redenen de voorkeur gegeven aan het gebruik van verschillende soorten staal, die voor een vlotte integratie in de bebouwde omgeving zorgen. Zo refereert de cortenstaalbekleding, met een totale oppervlakte van 286 m², aan de alomtegenwoordige kleur van traditionele baksteen in de wijk. </p> <p>Voor het verdiepingsvolume dat zich op de hoek van de straat bevindt, is een bekleding in geribbelde en geperforeerde staalplaten gebruikt, waardoor een afwisselend ritme van perforaties en golvingen in het plaatwerk ontstaat, wat de gevel een lichte, dynamische uitstraling geeft. De buitentrap naar de ingangen van de verschillende woningen bestaat uit een gegalvaniseerde staalconstructie van bijna 3 ton en is omzoomd met een metalen gaas. </p>
Plaats: Rue Notre-Seigneur 1, Bruxelles
Opdrachtgever: CPAS de Bruxelles, Bruxelles
Architect: B612architectes
Studiebureau: JZH & Partners, Bruxelles
Controlebureau: SECO Belgium, Diegem
Hoofdaannemer: Gillion construct, Bruxelles
Staalbouwer: Braeckman Steel Construction - BSC, Zwijndrecht
Ander staal: HD Systems, Petit-Rechain (Verviers)
Infosteelleden: SECO Belgium
Foto: Bernard Boccara
Voor dit gebouw, dat een kinderdagverblijf, een gemeenschappelijke ruimte, vijf sociale woningen en een parking omvat, werd om esthetische redenen de voorkeur gegeven aan het gebruik van verschillende soorten staal, die voor een vlotte integratie in de bebouwde omgeving zorgen. Zo refereert de cortenstaalbekleding, met een totale oppervlakte van 286 m², aan de alomtegenwoordige kleur van traditionele baksteen in de wijk.
Voor het verdiepingsvolume dat zich op de hoek van de straat bevindt, is een bekleding in geribbelde en geperforeerde staalplaten gebruikt, waardoor een afwisselend ritme van perforaties en golvingen in het plaatwerk ontstaat, wat de gevel een lichte, dynamische uitstraling geeft. De buitentrap naar de ingangen van de verschillende woningen bestaat uit een gegalvaniseerde staalconstructie van bijna 3 ton en is omzoomd met een metalen gaas.
Tekst: <p>Voor dit gebouw, dat een kinderdagverblijf, een gemeenschappelijke ruimte, vijf sociale woningen en een parking omvat, werd om esthetische redenen de voorkeur gegeven aan het gebruik van verschillende soorten staal, die voor een vlotte integratie in de bebouwde omgeving zorgen. Zo refereert de cortenstaalbekleding, met een totale oppervlakte van 286 m², aan de alomtegenwoordige kleur van traditionele baksteen in de wijk. <br>
Voor het verdiepingsvolume dat zich op de hoek van de straat bevindt, is een bekleding in geribbelde en geperforeerde staalplaten gebruikt, waardoor een afwisselend ritme van perforaties en golvingen in het plaatwerk ontstaat, wat de gevel een lichte, dynamische uitstraling geeft. De buitentrap naar de ingangen van de verschillende woningen bestaat uit een gegalvaniseerde staalconstructie van bijna 3 ton en is omzoomd met een metalen gaas.</p>
Tekst: <p>Le Cercle Municipal est un bâtiment datant de 1909 qui domine la Place d’Armes, en plein cœur de la capitale. Cet édifice historique, témoin des grands moments de l’histoire du pays, fit l’objet de travaux de restauration, de rénovation et d’aménagements techniques de 2005 à 2011. Le nouvel espace de rencontre, composé du bâtiment du Cercle municipal et du nouveau Centre Culturel Cité, est dorénavant dénommé ‘Cercle-Cité’. Il abrite une bibliothèque, une médiathèque, un centre de conférence, un espace d’exposition, un restaurant, etc.<br>Suite à la rénovation, les trois salons de l’ancien Cercle municipal retrouvèrent leur splendeur d’antan. Mais étant donné l’état de vétusté de la voûte à conserver, la capacité portante des plafonds de la grande salle des fêtes a fait l’objet d’une étude approfondie en vue de son confortement.<br>La structure existante du plafond voûté, qui s’étend sur une surface totale d’environ 400 m2, est constituée de 3 voûtes jumelées. La voûte est composée d’une maçonnerie de briques creuses revêtues d’un enduit de plâtre (6 cm d’épaisseur au total). Après analyse, une sécurisation de la structure s’est donc avérée indispensable pour garantir une stabilité à long terme de la voûte.<br>Mais l’exigence principale de la stabilisation du plafond voûté était que cela ne soit pas visible. C’est pourquoi il a fallu soutenir la structure avec des ressorts en de nombreux points (épingles), permettant ainsi de maintenir l’équilibre mécanique actuel de la voûte tout en la sécurisant. Très vite, l’acier s’est imposé comme le matériau idéal pour assurer la fonction de porteur.<br>Comme structure primaire, des poutres treillis (tubes et profilés en L) sont mises en place au-dessus du plafond voûté, dans les combles, avec un entraxe d’environ 5 m. Ces poutres d’une portée d’environ 15 m furent livrées en éléments préfabriqués et amenées dans les combles via l’ouverture de l´horloge, où elles furent assemblées par des voltiges. Une structure secondaire en HEA 200 s’étend en travers sur les poutres treillis et permet de répartir les points d’ancrage avec un entraxe de 1 à 1,50 m. Les ancrages sont réalisés par des suspentes qui traversent la dalle voûtée en la reliant avec la structure de confortement.<br>La charpente métallique classique, invisible pour les utilisateurs des salles, est complétée par des suspentes filigranes et sophistiquées. Equipée en outre d’un système de monitoring performant, l’ensemble garantit la sécurité et la conservation du plafond voûté historique. La structure répond désormais aux standards récents de sécurité et permet la pérennité d’une des salles de fêtes les plus appréciées de la Ville de Luxembourg.</p>
Tekst: <p>L’Emulation wilde zich in het hart van Luik vestigen in een neoklassiek gebouw. Het theater werd opgetrokken tussen 1934 tot 1939 op de plaats van het oude gebouw dat door in 1914 werd vernietigd.</p><p>Omdat het niet meer aan de huidige noden beantwoordde, moest het gebouw grondig gerenoveerd worden zodat het aan een tweede leven kon beginnen. De inrichting van de grote zaal werd volledig herdacht.</p><p>Zoals steeds in dergelijke gevallen bestond de uitdaging erin een nieuwe structuur in te passen in een gebouw waarvan de oude architectuur coherent en kwaliteitsvol was.</p><p>Er werd gekozen voor een zelfdragende structuur, samengesteld uit twee primaire liggers met variabele inertie (PRS). Op dit dragend onderdeel komen secundaire vakwerkliggers, eveneens met variabele inertie.</p><p>De vorm is eenvoudig en de afwerking door middel van een houten enveloppe die de structuur bedekt - zonder er de vorm van te verbergen - staat borg voor de leesbaarheid van de eigentijdse ingreep. </p>
Ondertitel: Vermoeiingsproblematiek bepalend voor talrijke details
Tekst: <p>Twee stalen basculebruggen overspannen sinds kort de nieuwe Kieldrechtsluis in de Antwerpse haven. Ze zijn bedoeld voor wegverkeer en kwamen naast de eerder voltooide bruggen voor gemengd verkeer (weg-, spoor- en havenverkeer). De vermoeiingsproblematiek het hoofd bieden, was een van de belangrijkste ontwerpuitdagingen.</p>