Tekst: <p>Le centre Sjakket répond à une fonction de pédagogie sociale adaptée à des jeunes de 11 à 17 ans en décrochage scolaire et à leurs parents. Il trouve place dans une ancienne fabrique de 1938, représentative de l’architecture industrielle danoise. Les architectes ont voulu conserver cette esthétique, trace du passé industriel du quartier. L’intervention contemporaine consiste dans le réaménagement du bâtiment, particulièrement des deux toitures cylindriques et le placement, quasi en apesanteur d’un volume rectangulaire déposé, comme en équilibre, sur ces voûtes. Les voûtes existantes sont reproduites et rénovées avec une couverture acier, subtilement percées de coupoles. La partie centrale, symboliquement et structurellement conçue comme un pont, réuni les voûtes et abrite les fonctions d’activités communes. La légèreté structurelle et visuelle a conduit au choix de l’acier. Le revêtement de façade, rouge intense, tout comme la forme parallélépipède simple rappelle les containers du port voisin. </p>
Tekst: Elk van de drie tramluifels bestaat uit sandwich-componenten van 6 mm dik S400 staal. Ze variëren in diepte van 250 mm tot 300 mm voor beide wanden en het dak, met interne transversale verstijvers. Deze sandwich-elementen werden gefabriceerd uit stalen platen en vormen gesloten kokers door middel van proplassen, waardoor wanden en dak zich als continue stijve structuur gedragen. Voor deze panelen werd rekening gehouden met Japanse seismische criteria.
Tekst: <p>Op 1 mei 2010 opende de Wereldtentoonstelling haar deuren in Shanghai (China). Het thema van de expo was ‘Een betere stad, een beter leven’ en legde de klemtoon op duurzame ontwikkeling. Er waren een honderdtal paviljoenen van verschillende landen te zien, waaronder dat van het Groothertogdom Luxemburg.</p>
<p>Het Luxemburgse paviljoen, ontworpen door het architectenbureau Hermann & Valentiny et Associés, leek op een burcht die uit één rots was gehouwen. In werkelijkheid was het een trapezium van 3.000 m2, begrensd door ruimten die een binnenplaats omgeven, waaruit een centrale toren met 2 verdiepingen oprees, 21,35 m hoog, die onderdak bood aan een auditorium en een ronde lift.</p>
<p>De hoofdingang van het paviljoen (waarboven zich overigens een voor de Luxemburgers welbekende figuur bevond: de beroemde ‘gouden vrouw’ die gewoonlijk op de Place de la Constitution in de stad Luxemburg staat!) gaf toegang tot de toren, de tentoonstelling en een trap die naar de terrassen leidde. Deze ruimten werden op een natuurlijke manier verlicht dankzij zenitverlichting en enkele uitsnijdingen in de gevels. Bovendien werd de binnenplaats omringd door een waterpartij van 15 cm diep om een voetgangerszone te vormen. De bekleding van de muren in een lineair motief bestond uit boven elkaar geplaatste platen waarop kleurige planten stonden. Aan de buitenkant werd de verbinding met de tentoonstellingsruimte gemaakt door schuine rijen wijnstokken.</p>
<p>De architectuur van het paviljoen wilde het belang weerspiegelen dat wordt gehecht aan duurzame ontwikkeling door het gebruik van recyclebare elementen zoals glas en hout, maar ook staal, rechtstreeks ingevoerd uit Luxemburg. Tijdens verschillende fasen van de realisatie van het paviljoen werd hoogwaardig staal gebruikt, meer bepaald omdat staal een van de weinige grondstoffen is die tot in het oneindige kan worden gerecycled. Het was overigens van in het begin de bedoeling de stalen structuur van het paviljoen na afloop van de tentoonstelling te recyclen.</p>
<p>In hoofdzaak werd het paviljoen dus uit staal opgetrokken. Het zichtbare skelet uit stalen liggers (hoofdzakelijk HEB 400, HEB 500, HEB 260 en HEA 240) was bedekt met een isolerende en brandwerende laag. Het ondersteunde een buitenbekleding met platen uit cortenstaal van 4 mm dik, bevestigd op een tweede stalen structuur. Aan de binnenkant van het paviljoen bleef de stalen draagstructuur zichtbaar en verdeelde ze het plafond in driehoekige vlakken bedekt met hout. <br />Op die manier heeft staal, in combinatie met een architectuur in hout en glas, van het Luxemburgse paviljoen een schoolvoorbeeld gemaakt van duurzaam bouwen en de technologische kennis Made in Luxembourg.</p>
Tekst: De 200 meter lange luifel is ontworpen voor een nieuw aangelegde publieke ruimte in Misumi, een stadje in de provincie Kumamoto (Japan), gelegen aan het einde van een toeristische spoorlijn. De luifel leidt de bezoekers naar de haven en heeft, ondanks zijn hoogte van 4,5 m, een lichte uitstraling. De dakopbouw in zijn geheel is structureel en bestaat uit twee sandwichpanelen van 9 mm en 12 mm dikte op een afstand van 250 mm, met binnenin dwarse verstijvingselementen.
Award: Award 2016 - Speciale prijs van de jury - Prix spécial du jury
Tekst: Het Heiligdom van Lourdes is een plek beladen met geschiedenis, spiritualiteit en stilte. In juli 2013 werden door extreem hoogwater van de Gave de Pau veel bestaande gebouwen en constructies beschadigd. Om aan de "woede" van de rivier te ontsnappen, werd een voetgangersbrug ontworpen die men op kan halen via een systeem met hydraulische vijzels in de landhoofden van de brug. De structuur en de beplanking zijn gemaakt van dubbelwandig roestvast staal. Het is een lichte voetgangersbrug geworden, met een dikte van slechts 40 cm voor een overspanning van 38 m.
Tekst: In de showbizz kan het frustrerend zijn, te zien dat het overgrote deel van het publiek meer aandacht heeft voor de megaschermen dan voor de podium act zelf. Bij het ontwerp van Beyoncé’s Formation World Tour heeft de ontwerper ervoor gezorgd dat alle ogen op de prestatie van de ster gericht blijven dankzij de creatie van een enorme draaiende videoscherm-box. Van zodra het publiek het stadion betreedt valt de dominante Monolith 22 x 16 x 9 m dadelijk op.
Tekst: <p>Voor deze tempel met een capaciteit van 10.000 gelovigen werd een montageklare staalstructuur van 550 ton toegeleverd. De hal heeft een footprint van net geen 10.000 m2 en een mezzanine van 2.000 m2 op een terrein binnen een meander van de Ndjili rivier in Kinshasa. De staalstructuur maakt het mogelijk om met relatief beperkte middelen grote overspanningen te realiseren, zorgt voor een lage thermische inertie en maakt een maximale natuurlijke ventilatie mogelijk.</p>
Tekst: <p>Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam is sinds 1973 ondergebracht in ’s Lands Zeemagazijn, gebouwd in 1656 als pakhuis naar het ontwerp van stadsbouwmeester Daniel Stalpaert. Liesbeth van der Pol van Dok architecten tekende voor de algemene renovatie, Laurent Ney van Ney & Partners voor het ontwerp van de overkapping van de binnenplaats waar bezoekers zich beschut kunnen verzamelen. Monumentenzorg had sterke twijfels of het een goed idee was het binnenplein te overkoepelen.<br>
Op basis van de navigatieroos die voorkomt op historische zeevaartkaarten in de collectie van het Scheepvaartmuseum werd een staalconstructie ontworpen. Deze basisgeometrie is gerationali-seerd en opgedeeld in 3-, 4-, 5- en 6-hoeken. De vorm leidt ertoe dat elk onderdeel in de kap mee-doet in de krachtswerking. </p>
Tekst: D’une longueur totale de 180 m, une première passerelle enjambe de biais le canal exutoire par une travée de 112 m de long et se termine sur une butte, sur laquelle ont été aménagés des chemins piétonniers permettant de redescendre au niveau de la rue. Cette butte est reliée au premier étage du nouveau Fond Régional des Arts Contemporains par une deuxième passerelle de 103 m de long qui survole le parvis récemment réalisé.
Plaats: Quartier Grand Large Dunkerque, Dunkerque (FR)
Opdrachtgever: Dunkerque Grand Littoral, Communauté Urbaine; Mandataire: S3D - Société du Développement du Dunquerkois, Dunkerque (FR)
Architect: Espace, Architecte Brigit de Kosmi, Paris
Studiebureau: SETEC TPI, Paris (FR)
Hoofdaannemer: Bouygues TP Régions France, Villeneuve D’Ascq (FR)
Staalbouwer: Victor Buyck Steel Construction, Eeklo
Award: Award 2016 - Speciale prijs van de jury - Prix spécial du jury
Tekst: Le site du Sanctuaire de Lourdes est un lieu chargé d’histoire, de spiritualité et de silence. En juillet 2013, une crue a provoqué d’importants dommages aux ouvrages existants. Afin de laisser passer la « colère » du Gave de Pau, une passerelle a été conçue pour se lever grâce à un système de vérins hydrauliques logés dans les culées de l’ouvrage. La structure et le platelage sont réalisés en inox duplex. La passerelle se caractérise par sa finesse (40 cm d’épaisseur pour 38 m de portée).
Tekst: <p>La passerelle pour piétons et cyclistes surplombant la Seille, à Metz, relie désormais le quartier Queu-leu et le centre-ville. Cette passerelle, dessinée par l’architecte française Brigit de Kosmi, a été conçue comme un berceau en acier.<br>
La passerelle est composée de deux parties. La passerelle proprement dite, présente une longueur de 64 m, une largeur de 8,4 à 8,7 m, une hauteur de 6,8 à 7,5 m, et un poids de 100 tonnes. Les avant-ponts, mesurent respectivement 16,85 m et 24,45 m, pour une largeur de 2,08 m.<br>
La passerelle est constituée d’une série de tra-verses en forme de U reliées les unes aux autres par un réseau sous-tendu de diagonales croisées. Le réseau s’équilibre avec une lisse supérieure en profilé creux ancrée à une extrémité à la culée du pont, afin de limiter le fléchissement de l'ouvrage.</p>